Appeltaart met amarantzaadjes

Laatst bijgewerkt: april 2019
Fotolia_appeltaart-24-15.jpg

recepten

De amarant of kattestaart is een subtropische plant die bij ons als eenjarige wordt gekweekt. Het is een wat ouderwetse sierplant die tot 1m hoog kan worden, met opvallende rode, oranje of soms groene bloemaren en meestal ook een decoratief blad. Ze bloeien van juli tot de eerste vorst en de bloemen lijken nooit te verwelken. De bloemen kunnen ook heel goed gedroogd worden. En je kan het gebruiken in de keuken, zoals voor deze heerlijke appeltaart.


Ingrediënten

1 eetlepel amarantzaadjes
1 taartbodem van bladerdeeg
6 appels (type reinette)
Rabarberconfituur
Kaneelpoeder
Fijne kristalsuiker

Schil de appels en snijd ze in fijne schijfjes.
Leg de taartbodem in een taartvorm en bestrijk met een dun laagje rabarberconfituur. Leg er de appelschijfjes op en bestrooi met suiker en een beetje kaneel.
Versier met de amarantzaadjes.
Bak de taart in een voorverwarmde over op 200°C gedurende een 20-tal minuten.

Meer info over de amarant

Een paar Amaranthussoorten, zoals de witte amarant (Amaranthus albus), de Kleine majer (Amaranthus blitum), de Groene amarant (A. hybridus) en het Papegaaienkruid (A. retroflexus), groeien in ons land ook in het wild en kunnen ook spontaan in de tuin opduiken als ‘onkruid’.

De amarant is nauw verwant aan melde en aan spinazie. In Azië wordt Amaranthus gangeticus (syn. A. tricolor, A. spinosus en A. oleraceus), dan ook al sinds mensenheugenis gekweekt als een vervanger van spinazie. In het Engels heet hij trouwens ‘Chinese spinach’. Ook de jonge scheuten en blaadjes van de andere amaranthus-soorten kunnen net als voor spinazie rauw of gekookt gegeten worden. Dat geldt o.m. voor Amaranthus caudatus (de bekendste soort met lange afhangende rode of groene bloemaren), A. hypochondriacus (vanwege de dikke, rechtopstaande roodpaarse staarten ook ‘Tête d’éléphant genoemd) en A. cruentus (met roodpaars blad en rode of groene bloemaren). De nu als ‘onkruid’ beschouwde A. blitum wordt zelfs vermeld in de Capitulare van Karel De Grote, als één van de planten die moest gekweekt worden in de koninklijke tuinen en kloostertuinen. In zaadcatalogi worden hiervan tegenwoordig verbeterde variëteiten aangeboden (meestal onder de naam A. lividus).

Bij de Azteken en de Incas’s behoorden de zaadjes van amarant, net zoals maïs, tot het basisvoedsel. Ook vandaag wordt amarant in Mexico en India nog op grote schaal geteeld als een bijzonder voedzaam en glutenvrij graangewas. Daarvoor wordt vooral A. hypochondriacus, A. cruentus en A. caudatus gebruikt. In ons klimaat is de zaadvorming niet altijd een succes. Ze moeten daarom alleszins op het warmste plekje in de moestuin geplant worden.



verschenen op : 30/03/2015 , bijgewerkt op 10/04/2019
pub

Blijf op de hoogte!

Schrijf je in op onze nieuwsbrief:

Nee, bedankt