ad

Scheelzien (strabisme) moet zo vroeg mogelijk worden behandeld

Laatst bijgewerkt: april 2021

nieuws Scheelzien of strabisme is een afwijking van de stand van de ogen, waarbij de ogen niet op hetzelfde punt gericht zijn. In elk oog wordt het voorwerp dus op een andere zone van het netvlies geprojecteerd, met twee verschillende beelden tot gevolg. Dit leidt bij volwassenen tot dubbelzien. Bij jonge kinderen, waarbij het visueel systeem nog niet volledig uitgerijpt is, is dit niet zo. Het hinderlijke dubbelbeeld wordt door de hersenen weggefilterd, het beeld dat via het afwijkende oog binnenkomt wordt onderdrukt. Hierdoor ontwikkelen de zenuwbanen tussen het afwijkende oog en de hersenen zich minder goed, wat leidt tot een lui oog (amblyopie). Scheelzien is de meest voorkomende oorzaak van amblyopie. Scheelzien is dus niet alleen een cosmetisch probleem.

Herstel van de normale oogstand is essentieel om de normale ontwikkeling van het binoculair zien en het dieptezicht toe te laten. Dat gebeurt het best zo vroeg mogelijk, en zeker voor de leeftijd van acht jaar. Gebeurt dit niet, dan blijft een lui oog zelfs met de best aangepaste bril minder goed zien.
Scheelzien komt bij 3-5 % van de bevolking voor en ontstaat meestal op kinderleeftijd, maar kan ook bij volwassenen optreden. Er zijn veel vormen en oorzaken van scheelzien. Bij kinderen kan het aangeboren zijn (congenitaal of infantiel scheelzien) of pas na enkele maanden ontstaan. Factoren die een rol kunnen spelen bij het ontstaan van scheelzien zijn onder andere erfelijke aanleg en diverse medische problemen rond de geboorte. Ook verschil in sterkte tussen de beide ogen kan leiden tot scheelzien. In zeldzame gevallen kan scheelzien een gevolg zijn van een ernstige oogaandoening. Elk scheelziend kind moet dus uitgebreid door de oogarts onderzocht worden om een onderliggende aandoening uit te sluiten.

Hoe kan u weten of uw kind scheel ziet?
Een flinke scheelziensafwijking is duidelijk zichtbaar. Soms kijkt een kind het ene moment scheel en het andere niet. Sommige kinderen kijken alleen scheel als ze moe zijn. Een kind dat scheel is, knijpt soms een oog dicht of houdt een hand voor het oog om beter te zien. Maar er zijn ook kleine afwijkingen die niet of nauwelijks opvallen. De gevolgen zijn echter gelijk. Daarom wordt bij alle kinderen de stand van de ogen en de gezichtsscherpte systematisch nagekeken.

Dat gebeurt in het consultatiebureau van Kind & Gezin op de leeftijd van 12 en 24 maanden. Het controleren van de oogstand met speciale tests maakt ook deel uit van het jaarlijkse oogonderzoek door het CLB in het eerste en tweede jaar van de kleuterschool (leeftijd 3 en 4 jaar) en het eerste jaar van het lager onderwijs (leeftijd 6 jaar).
Als de CLB-arts een afwijking vaststelt of twijfelt, zal hij doorverwijzen naar een oogarts voor verder onderzoek.

Behandeling bij kinderen
Voor de behandeling bij kinderen geldt: eerst het luie oog, dan het schele oog. Scheelzien kan immers in principe ook op latere leeftijd behandeld worden, het luie oog is echter alleen in de eerste levensjaren (tot 8 jaar) vatbaar voor verbetering.

Bij kinderen met scheelzien die een lui oog ontwikkeld hebben, richt de behandeling zich in de eerste plaats op het verbeteren van de gezichtsscherpte. Daarvoor wordt het goede oog afgedekt met een plakker om het andere oog tot fixeren te dwingen. Aanvullend is soms een bril nodig. Afhankelijk van de daling van de gezichtsscherpte en van de leeftijd van het kind moet de plakker enkele uren per dag tot hele dagen gedragen worden.

Regelmatige controles zijn nodig, zowel om de vooruitgang van het luie oog te evalueren als om de gezichtsscherpte van het afgeplakte oog te volgen. Dat kan nl. op zijn beurt lui worden door de plakker. Tijdig aanpassen van het afplakschema kan dat voorkomen. De afdekbehandeling verandert niets aan de oogstand, al kan die ondertussen wel spontaan veranderen.

Tot de leeftijd van 8 à 10 jaar kan een genezen lui oog opnieuw achteruitgaan, tot dan is dus waakzaamheid geboden. Er wordt dikwijls een vorm van onderhoudstherapie toegepast. Het kind moet dan bijvoorbeeld nog een uur per dag de plakker dragen.
Als het scheelziende kind ook verziend is kan het scheelzien soms gecorrigeerd worden met druppels (als het scheelzien nog niet te lang bestaat) of met een positieve bril (bij afzetten van de bril is het scheelzien wederom aanwezig).
Over het effect van specifieke oogspieroefeningen of van visuele therapie bestaan nauwelijks wetenschappelijke bewijzen.

De oogspieroperatie
Soms zal vroeg of laat worden besloten tot een oogspieroperatie waarbij de oogspieren die aan de buitenkant van de oogbol vastzitten, verzwakt worden of versterkt door ze te verplaatsen of in te korten. Dit kan aan een of aan beide ogen gebeuren.
Bij jonge kinderen gebeurt dit onder volledige narcose en vergt meestal 1 nacht hospitalisatie.

Na de operatie zullen de ogen rood en wat gezwollen en pijnlijk zijn. Er kunnen oogdruppels worden voorgeschreven. De eerst dagen na de operatie kan het kind beter niet in de zandbak spelen. Ook wordt zwemmen vlak na de operatie in het algemeen ontraden wegens infectiegevaar. Ook mag er gedurende deze periode niet aan sport gedaan worden of zware fysische inspanning geleverd worden.

Het is soms nodig meer dan 1 ingreep uit te voeren om een goed functioneel en esthetisch resultaat te bekomen.
Bij oogspieroperaties op oudere leeftijd wordt tevoren goed onderzocht in hoeverre er kans bestaat op dubbelzien na een operatie. Soms zijn de hersenen zo goed aangepast aan de bestaande schele oogstand dat het onmogelijk is een cosmetisch storend scheelzien te corrigeren zonder dubbelzien te veroorzaken. In dat geval moet van een operatie worden afgezien.


Behandeling bij volwassenen
Scheelzien door een oogspierverlamming kan soms spontaan verbeteren. In geval van storende dubbelbeelden kan tijdelijk één oog afgedekt worden of kan er een prismacorrectie op een brilglas gekleefd worden om de beelden terug bij elkaar te brengen in afwachting van spontaan herstel.
Prismaglazen kunnen een blijvende oplossing bieden bij beperkte vormen van scheelzien.

Een operatie van de oogspieren kan nodig zijn om blijvende vormen van scheelzien met dubbelzien te verhelpen. Oogspieren worden verplaatst aan één of aan beide ogen. Bij volwassenen is de ingreep eventueel mogelijk onder plaatselijke verdoving, afhankelijk van de soort operatie die moet uitgevoerd worden.
Ook bij volwassenen kunnen meerdere ingrepen nodig zijn om tot een bevredigend resultaat te komen.
Wat oogspieroefeningen of visuele therapie betreft, bestaat er nauwelijks wetenschappelijk bewijs over hun effectiviteit.

dez in


bron: Vlaamse Wetenschappelijke Vereniging voor Jeugdgezondheidszorg - www.vwvj.be - www.oogartsen.nl

Wil je onze artikels graag ontvangen in je mailbox?

Schrijf je hier in voor onze nieuwsbrief.

eenvoudig terug uit te schrijven
Wij verwerken jouw persoonsgegevens conform het Privacy-beleid van Gezondheid NV / Mediahuis.
ad
volgopfacebook

volgopinstagram

pub