Nierziekten nemen toe in België

Laatst bijgewerkt: augustus 2019

nieuws Nierziektes treffen een toenemend aantal mensen in België en in de wereld. 300.000 Vlamingen hebben nierproblemen: hun nieren werken niet naar behoren, waardoor in het lichaam het bloed onvoldoende gezuiverd wordt en afvalstoffen niet meer afgevoerd worden. Als de helft van de nierfunctie wegvalt, spreekt men van nierfalen of nierinsufficiëntie. Die diagnose wordt soms te laat gesteld.

Er bestaan verschillende vormen van nierinsufficiëntie: acute nierinsufficiëntie kan optreden na een ongeval, een vergiftiging of een ernstige infectie. Indien zij snel behandeld wordt, is zij goed omkeerbaar. Chronische nierinsufficiëntie daarentegen is het gevolg van een ziekte zoals diabetes en zij evolueert dikwijls naar terminale nierinsufficiëntie. In ons land zijn er 11 000 patiënten met terminale nierinsufficiëntie (of nierfalen) waarvan 6700 dialysepatiënten. Elk jaar wordt 5% nieuwe gevallen van chronische nierinsufficiëntie vastgesteld. Indien niets ondernomen wordt, zal het aantal nierinsufficiënte patiënten in de komende jaren explosief toenemen.

Nierinsufficiëntie is een miskende én levensbedreigende aandoening. De symptomen zijn vaak niet echt uitgesproken of voelbaar (vermoeidheid, verminderde eetlust, jeuk, enz.) en laten niet meteen een ernstig gezondheidsprobleem vermoeden. Ze komen ook maar op als de ziekte al in een vergevorderd stadium zit.
Nierinsufficiëntie is nochtans niet onvermijdelijk. Dankzij vroegtijdige opsporing zou men de ziekte kunnen vermijden of vertragen zonder naar dialyse of transplantatie te moeten grijpen, de twee behandelingen van terminale nierinsufficiëntie.
De voornaamste risicofactoren van nierinsufficiënite zijn hoge bloeddruk, leeftijd (50+), familiale geschiedenis, diabetes, overgewicht en roken. Regelmatige opsporing van nierinsufficiëntie bij diabetespatiënten en mensen met een te hoge bloeddruk zou, samen met vroegtijdige behandeling, deze nierziekte helpen vermijden of vertragen. Een gewone bloedprik en een urineonderzoek volstaan om de diagnose te stellen.
Vroegtijdige opsporing is essentieel, omdat men dan des te beter de evolutie van de ziekte naar een ernstige vorm kan vertragen, die een zware en dure behandeling zoals dialyse of transplantatie vereist.

Dialyse is een methode om het bloed te zuiveren door het giftige afval en het overtollige water dat zich in het lichaam opstapelt te verwijderen. Vandaag worden 6 700 Belgen via dialyse behandeld. Er bestaan vandaag twee soorten dialyse: hemodialyse (HD) en peritoneale dialyse (PD). Bij peritoneale dialyse (die overdag of 's nachts thuis kan gebeuren) wordt het bloed door het peritoneum of buikvlies gefilterd, dat als een nierfilter fungeert. Het buikvlies is een natuurlijk membraan met zeer veel bloedvaten, dat de buikorganen omhult. Het is een zachte vorm van dialyse, waarbij er geen bloed in contact met vreemd materiaal, zoals bij hemodialyse wel het geval is. Doorgaans kunnen patiënten die thuis dialyseren een betere levenskwaliteit behouden, hun ziekte in acht genomen.
Peritoneale dialyse overdag moet 4 keer per dag gebeuren, telkens gedurende 20 minuten. Zij gebeurt gemakkelijk autonoom, zelfs op reis in het buitenland. Er bestaat ook peritoneale dialyse 's nachts, die automatisch tijdens de slaap van de patiënt wordt uitgevoerd. Hemodialyse (al dan niet begeleid) vereist 3 tot 5 uur immobilisatie per beurt, 3 maal per week.



verschenen op : 20/04/2010 , bijgewerkt op 21/08/2019


pub