Screening op prostaatkanker niet zinvol

Laatst bijgewerkt: augustus 2019

nieuws Twee nieuwe studies (gepubliceerd in het gezaghebbende New England Journal of Medicine) tonen aan dat het momenteel weinig zinvol is om mannen boven de 50 jaar systematisch te screenen op prostaatkanker met de zogenaamde PSA-test. Systematische screening van alle mannen tussen 55 en 69 jaar op prostaatkanker met de PSA-test zou het aantal sterfgevallen door prostaatkanker weliswaar met 20 procent kunnen verminderen, zo blijkt uit een groot Europees onderzoek. Dat komt neer op 0,71 per duizend minder overlijdens. Dat betekent, anders uitgedrukt, dat men 1.410 mannen moet screenen om één leven te redden.
Een kleinere Amerikaanse studie spreekt die resultaten echter tegen. Bovendien blijkt uit de Europese ERSPC-studie dat systematische screening leidt tot overdiagnose en overbehandeling. Enerzijds wordt met de PSA-test bij veel mannen ten onrechte prostaatkanker vastgesteld, wat aanleiding geeft tot onrust en tal van bijkomende onderzoeken. Uit de studie bleek dat drie van de vier mannen die een positieve PSA-test hadden en bij wie een biopsie werd uitgevoerd, uiteindelijk toch geen kanker hadden. Anderzijds bleek het vaak om een prostaatkanker te gaan die geen klachten geeft in het verdere leven en die dus ook niet moet behandeld worden. Naar schatting zou een kwart tot de helft van de onderzochte mannen, onnodig zijn behandeld. Dat komt doordat prostaatkanker meestal langzaam groeit. Probleem is dat er nog geen test is die voorspelt welke tumor uiteindelijk agressief en dodelijk zal zijn.

Naar aanleiding van deze studies publiceerde het Nederlandse Huisartsengenootschap en de Nederlandse Vereniging voor Urologie een standpunt dat een grootschalig bevolkingsonderzoek op prostaatkanker door middel van een PSA-bepaling niet kan aanbevolen worden. Ook het gebruik van de PSA-test om mannen die geen klachten hebben te onderzoeken op prostaatkanker, wordt niet aangeraden.






pub