print |19.407x gelezen

Welke anticonceptiepil kiezen uit de verschillende soorten?

U hebt beslist om de pil nemen of u neemt al een tijdlang de pil. Maar u weet niet wélke pil u moet kiezen of u weet niet of u niet beter een andere pil zou nemen. Laat u hierbij niet (mis)leiden door de reclame of berichten in de media. In principe heeft elke soort pil dezelfde kwaliteiten. Het hangt eerder af van persoon tot persoon hoe uw lichaam reageert op de pil. De prijs van een pil staat niet in verband met de kwaliteit van een pil. Alle ‘lichte’ pillen die momenteel verkocht worden zijn van goede kwaliteit.
Volgende elementen kunnen u helpen bij uw keuze. Vraag in elk geval ook uitleg aan uw arts.

‘Tweede generatie’-pil
De anticonceptiepil bevat meestal twee hormonen: een oestrogeen en een progestageen. De eerste pillen, pillen van de 'eerste generatie', bevatten veel oestrogeen en een progestageen. Pillen van de 'tweede generatie' bevatten minder oestrogeen (minder dan 50 microgram) en meestal dezelfde progestagenen als die van de 'eerste generatie'. Pillen van de 'derde generatie' bevatten evenveel oestrogeen als die van de 'tweede generatie', maar een nieuw soort progestageen (zoals desogestrel of gestodeen). Deze progestagenen zouden gunstig zijn voor het cholesterolgehalte in het bloed. Men hoopte dat de kans op bepaalde hart- en vaatziekten daardoor zou verminderen. Maar in de praktijk blijkt dat niet zo te zijn.
Meestal wordt in ons land dan ook geadviseerd om een pil van de ‘tweede generatie’ te nemen. Vrouwen die een derdegeneratiepil nemen, mogen deze gerust verder nemen, maar kunnen ook zonder probleem overschakelen op een ‘tweede generatie’-pil. Bij vrouwen men acne of hirsutisme (overvloedige haargroei) kan overwogen worden om een ‘derde generatie’-pil te gebruiken.

Eénfasepillen/meerfasepillen
Bij de éénfasepillen bevat elk tabletje dezelfde hoeveelheid van de twee gebruikte hormonen: oestrogeen en progestageen. Deze pillen zijn het eenvoudigst om in te nemen omdat ze allemaal dezelfde samenstelling hebben. Ook om de maandstonden uit te stellen zijn ze iets eenvoudiger. Deze pil moet u (meestal) gedurende 21 dagen elke dag innemen rond hetzelfde uur. Daarna volgt een pauze van maximum 7 dagen. In deze periode (de stopweek) zal u regels krijgen. Na de stopweek, moet u een nieuwe strip beginnen, zelfs al hebt u nog uw regels.

Daarnaast bestaan er meerfasepillen waarbij de tabletten van één strip niet allemaal dezelfde samenstelling hebben. Daarom hebben ze een verschillende kleur: bij sommige merken bevat één strip twee, bij andere drie verschillende kleuren. Net als bij éénfasepillen neemt u 21 dagen lang elke dag een twee- of meerfasepil met een pauze van maximum 7 dagen. Omdat de samenstelling van de tabletjes verschilt, is het erg belangrijk om ze in de juiste volgorde in te nemen. Twee- of meerfasepillen worden nog maar zelden voorgeschreven.

Welke oestrogeendosis?
- Meestal zal de arts starten met een eenfasepil van de tweede generatie met een oestrogeengehalte van 35 microgram.
- Voor meisjes die voor de eerste keer de pil nemen en die geen specifieke problemen hebben, wordt vaak een lichtere pil met 20 microgram oestrogenen voorgeschreven.
- Bij mensen die epilepsie-geneesmiddelen nemen, zal de arts mogelijk adviseren om een pil met 50 microgram te gebruiken.

Bijwerkingen
Sommige vrouwen hebben tijdens de eerste maanden dat ze de pil nemen, of als ze overschakelen op een andere pil, last van misselijkheid, hoofdpijn, gespannen borsten, lichte gewichtstoename of stemmingswisselingen. Sommige vrouwen hebben last van tussentijds bloedverlies gedurende de eerste twee strips. Deze bijwerkingen verdwijnen meestal spontaan. Wanneer dit niet zo is, contacteer dan uw huisarts. Meestal wordt dan overgeschakeld op een andere pil.
Wanneer (met uitzondering van de eerste drie ‘pilcycli') zonder aanwijsbare oorzaak spotting of gering bloedverlies optreedt tijdens het pilgebruik, kan overwogen worden over te schakelen op een andere pil met een hoger oestrogeengehalte.
Er zijn vele soorten pillen van de 'tweede generatie', zodat het vrijwel altijd lukt er een te vinden waarbij geen klachten optreden.

Minipil
De minipil (en ook de prikpil en het implantatiestaafje) bevat enkel een beperkte hoeveelheid progestageen, maar geen oestrogeen. De minipil moet elke dag ingenomen worden, zonder stopweek. Om betrouwbaar te zijn, moet deze pil telkens op hetzelfde uur ingenomen worden. Deze pil wordt vaak na de bevalling genomen wanneer de vrouw borstvoeding geeft.

verschenen op : 30-11-2010

 

Meer over:   voortplantingsgedrag-anticonceptie     hormonen(geneesmiddelen)     geneesmiddelen op voorschrift     anticonceptie    

Vind je deze informatie nuttig? Deel deze dan nu:
print |19.407x gelezen

Reageer op dit artikel

email:
naam:
verberg bovenstaande gegevens :
je naam en emailadres verschijnen dan niet bij je reactie.
onderwerp:
bericht: tekens over.
terug naar begin artikel »
pub
pub
pub