Interview: Zelfdoding bij kinderen en jongeren

Laatst bijgewerkt: October 2016
123-tiener-psyche-verdriet-eenz-10-16.jpg

boeken/interviews Ondanks de vele initiatieven ter preventie (zelfmoordlijn, tele-onthaal, Vlaams Actieplan Suïcidepreventie) zijn er in België jaarlijks 50 tot 70 kinderen en jongeren die zich van het leven beroven. Wat is de verklaring voor deze trieste feiten en vooral wat kunnen we eraan doen?
We staken ons licht op bij Karolina Krysinska en Karl Andriessen, twee deskundigen op het terrein van de suïcidepreventie en zorg voor nabestaanden.

Het aantal suïcides in de jongere leeftijdsgroepen daalt lichtjes sinds 2000.

Hoe moeten we die cijfers interpreteren? Volgens ‘Zorg en gezondheid’ zijn er bij volwassenen sinds 2000 dalende suïcidecijfers bij mannen en schommelende suïcidecijfers bij vrouwen en is de doelstelling (20% minder sterfgevallen door suïcide in 2020) nog niet gehaald. Hoe zit het met de jongeren? Er is weinig info over zelfdoding bij kinderen en jongeren.

Karolina Krysinska en Karl Andriessen
Het percentage suïcides bij jongeren ligt zeer hoog omdat het totale sterftecijfer in die leeftijdsgroep laag is: relatief weinig kinderen en jongeren overlijden in vergelijking met het aantal volwassenen dat jaarlijks sterft, en kinderen en jongeren overlijden minder aan andere doodsoorzaken: het aandeel overlijdens door verkeersongevallen en ziekten neemt eerder af, waardoor het aandeel van de suïcides relatief gezien toeneemt.

Wat die targets betreft: de suïciderate (aantal suïcides per 100.000 inwoners in een bepaalde leeftijdsgroep) in de jongere leeftijdsgroepen daalt lichtjes sinds het jaar 2000. Bij de 10-14 jarigen blijven de rates tamelijk laag, zowel bij de jongens als de meisjes. De suïciderates bij de 15-19 jarigen en de 20-24 jarigen stegen tussen 1990 en 2000; die stijging was vooral zichtbaar bij de jonge mannen. Na 2000 dalen de suïciderates langzaam, zowel voor de totale bevolking als bij de mannen in de jongere leeftijdsgroepen (de -25 jarigen). Bij de meisjes is er na 2000 geen duidelijk trend.

De drempel voor contact met hulpverlening is voor de jongere vaak te hoog.

Hoe liggen die cijfers in de ons omringende landen: zijn wij een schoolvoorbeeld of scoren we net slechter? En wat is daarvan de reden.

Karolina Krysinska en Karl Andriessen
Daar wordt wel wat onderzoek naar gedaan maar eigenlijk niet zoveel. De cijfers voor België zijn vergelijkbaar met die voor Frankrijk, maar liggen wel iets hoger dan die in Nederland en Engeland.

Men brengt het in verband met twee factoren: ten eerste de mogelijkheden voor hulpverlening die voorhanden zijn, ten tweede de attitude die jongeren hebben ten opzichte van hulp zoeken en ten opzichte van de instanties die daarop focussen.
Bij ons (in Vlaanderen) zou die attitude anders zijn dan de in de ons omringende landen zoals bijvoorbeeld Nederland. Onze jongeren zoeken niet zo snel hulp, ze stappen niet zo snel een dienstverleningscentrum binnen, ze grijpen niet zo snel naar de telefoon om een hulplijn op te bellen … Ze doen dat spijtig genoeg niet zo makkelijk.
Het heeft ook te maken met de bekendheid van die diensten bij de jongeren. In de ons omringende landen zijn er meer laagdrempelige centra voor hulpverlening: jongeren kunnen er gewoon binnenstappen voor hulp of advies, ze hoeven niet per sé een afspraak te maken.

Vaak is het een combinatie van verschillende factoren, de wanhoopsdaad vindt quasi nooit zijn oorsprong in één element.

Wat zijn de belangrijkste oorzaken van suïcidaal gedrag en wat zijn de risicoverhogende factoren? Wat is de rol hierbij van de sociale media, vrienden, levensstijl, school, gezin…?

Karolina Krysinska en Karl Andriessen
Risicofactoren houden dikwijls verband met depressie en psychische problematiek. Ook met een aantal negatieve levensgebeurtenissen of -ervaringen: ingrijpende verlieservaringen zoals overlijden, gepest worden… Vaak gaat het ook gepaard met een gebrek aan sociale steun van familie of vrienden. De jongere heeft een ernstig probleem en voelt zich alleen, heeft het gevoel dat hij/zij nergens terechtkan. Zelfmoord kan ook gerelateerd zijn aan misbruik van genotsmiddelen zoals alcohol en drugs. Vaak is het een combinatie van verschillende factoren, de wanhoopsdaad vindt quasi nooit zijn oorsprong in één element.
Copycat-gedrag kan ook een rol spelen: als er een zelfdoding of -poging is geweest in de familie kan dat als voorbeeld dienen voor de jongere en de drempel ertoe verlagen.

Gebruik van sociale media kan zowel beschermend zijn (sociale steun van vrienden, ondersteuning via chatten, een zekere erkenning krijgen) maar het kan ook een risico vormen (voorbeelden en berichtgeving rond zelfmoord, beschrijving hoe je het moet doen…). Het werkt in beide richtingen: naargelang van de inhoud en de vrienden die de jongere online of via sociale media contacteert, kan het contact via sociale media positief of juist negatief werken.

Het is zeer belangrijk om te letten op ernstige gedragsveranderingen bij jongeren.

123-psych-kind-verdriet-scheid-10-16.jpg
Heeft de kwetsbare groep een bepaald profiel, bepaalde kenmerken die als alarmbel kunnen dienen? Hoe herken je bijvoorbeeld de signalen bij je kind/broer/zus?

Karolina Krysinska en Karl Andriessen
Jongeren met suïcidale neigingen zitten niet goed in hun vel, of ze voelen zich alleen en denken dat ze nergens terechtkunnen met hun vragen. Daardoor ontwikkelen ze een depressieve stemming en komen ze terecht in een negatieve spiraal.

Sommigen geven zeer duidelijke signalen en zeggen dat ze liever dood zouden zijn, dat ze geen zin meer hebben om te leven. Anderen geven meer onduidelijke, of verborgen boodschappen aan de hand van een gedragswijziging: ze trekken zich terug, ze zijn moeilijk in de omgang, ze hebben moeite om hun emoties te uiten, of ze worden net heel emotioneel, kwaad of verdrietig … Het is dus zeer belangrijk om te letten op ernstige gedragsveranderingen bij jongeren. Als ze meer in conflict gaan (wat niet hetzelfde is als puberen) of zich meer terugtrekken, dan zijn dat tekens die moeten duidelijk maken dat er iets aan de hand kan zijn.

Bepaalde jongeren (ook volwassenen trouwens) geven helemaal geen signalen vooraf. Iedereen zal deze situatie ongetwijfeld herkennen. Het gebeurt wel eens bij een zelfdoding dat de omgeving niet alleen onthutst maar ook zeer verbaasd reageert: hoe kan dat nu, het is de laatste persoon van wie we het zouden gedacht hebben…! Men gaat ervan uit dat dergelijke suïcidale personen bewust geen signalen geven en hun gevoelens verstoppen uit schrik dat de omgeving zou tussenkomen of zou proberen hen tegen te houden.

Meestal is het een combinatie van een aantal vooraf bedachte mogelijkheden en een impulsief reageren.

Wordt zelfmoord altijd vooraf gegaan door een proces of kan het ook impulsief gebeuren?

Karolina Krysinska en Karl Andriessen
Het kan eigenlijk allebei: impulsief en na een (lang of kort) proces. Meestal is het een combinatie van een aantal vooraf bedachte mogelijkheden en een impulsief reageren. Impulsieve jongeren zullen dus sneller tot de actie overgaan. Maar toch is er altijd wel een vorm van een suïcidaal proces: hoe ga ik het doen, hoe moet ik het voorbereiden… Hoe concreter de plannen zijn voorbereid en hoe dieper de zelfmoordgedachte leeft bij de suïcidale jongere, hoe meer kans dat hij/zij ook tot de daad overgaat. Als het een persoon betreft die vrij impulsief kan reageren, zal hij/zij die plannen ook sneller uitvoeren.

Ook de school en de jeugdbeweging/sportclub moeten de vinger aan de pols houden.

Welke rol kan de school en jeugdbeweging/sportclub waarbij de jongere is aangesloten hierin spelen?

Karolina Krysinska en Karl Andriessen
De rol belangrijkste rol die zij kunnen spelen, is vragen wat er aan de hand is. Erop inspelen wanneer ze merken dat jongeren waarmee ze werken, moeilijkheden vertonen, of zich anders gaan gedragen, of stiller of agressiever worden, of bepaalde negatieve uitspraken doen. Indien blijkt dat er problemen zijn (zelfmoordgedachten of iets anders wat op depressie wijst), moeten ze de ouders contacteren of adviseren om de jongeren door te verwijzen naar een hulpverlener.

Het is belangrijk dat je als ouder je kind leert omgaan met emoties, maar ook dat je in je ouderrol blijft.

Hoe kan je als ouder preventief ageren? Wat zijn de beschermende elementen die je kunt inbouwen? Moet je een andere opvoeding geven aan zo’n kind, moet je bepaalde zaken anders aanpakken?

Karolina Krysinska en Karl Andriessen
Het is belangrijk dat je als ouder je kind leert omgaan met emoties (alle kinderen trouwens, niet alleen kinderen die depressief zijn of een probleemgedrag vertonen). Dat je je kinderen leert omgaan met verliessituaties omdat die vaak een rol spelen bij zelfmoordgedachten. Dat je je kinderen weerbaar leert worden, ook ten aanzien van andere problematiek.
Er bestaan ook bepaalde programma’s en cursussen die daarop inspelen en die thematiek behandelen. Er is een zelfhulpprogramma van de Vlaamse overheid, ‘Fit in je hoofd’, en daar bestaat ook een jongerenversie van www.noknok.be . Het leert jongeren omgaan met emoties en conflictsituaties in hun omgeving.

Maar als je er als ouder niet uitgeraakt om een kind weer op het goede spoor te zetten, dan moet je niet blijven aanmodderen, dan zoek je beter professionele hulp. Het is belangrijk dat je als ouder in je ouderrol blijft en dat je niet de functie van de hulpverlener overneemt. Ouders kunnen niet alle taken op zich nemen. Als er extra zorgen nodig zijn, dan kunnen professionelen zeker helpen.

Jongeren moeten goed weten dat er zoiets als ‘beroepsgeheim’ bestaat.

123-psyche-verdriet-10-16.jpg
Wat moet je doen als een jongere niet bereid is om zich te laten helpen (psychologische hulp, zelfmoordlijn, teleonthaal…)?

Karolina Krysinska en Karl Andriessen
Jongeren twijfelen vaak rond ‘geheimhouding’. Vaak heeft de jongere schrik dat de hulpverlener (bv. de psycholoog) de informatie en gevoelens die hij bij de jongere capteert, zal doorvertellen aan de ouders of de school. Het is dus zeer belangrijk om aan de jongere duidelijk te maken hoe het werkt. Jongeren moeten goed weten dat er zoiets als ‘beroepsgeheim’ bestaat: wat ze vertellen, wordt niet gedeeld met ouders of anderen tenzij ze daar zelf de toestemming toe geven (behoudens uitzonderlijk in situaties van acute en directe nood waarbij het leven van de jongere of een derde onmiddellijk in gevaar is). Er zijn een aantal instanties, zoals bijvoorbeeld de Zelfmoordlijn (telefoonnummer 1813) en Tele-Onthaal (telefoonnummer 106) waar je dag en nacht gratis en anoniem terechtkunt om je probleem te bepreken. Je moet je naam niet vermelden, je kunt advies krijgen op een anonieme manier.

En het is zeer belangrijk om het aanbod te blijven doen: als de jongere er geen zin in heeft of het nut ervan niet inziet, dan doet hij/zij dat in de toekomst misschien wel. Soms veranderen jongeren van gedacht en dan moeten ze weten waar ze terechtkunnen.

Zowel erfelijke als sociale factoren spelen een rol.

Zijn er bepaalde erfelijke factoren die een rol spelen?

Karolina Krysinska en Karl Andriessen
Ja, het genetisch aspect speelt zeker een rol. Dat er in bepaalde families meer zelfmoord(pogingen) voorkomen, kan met een erfelijke factor te maken hebben. Maar het kan ook met sociale factoren gelinkt zijn: de kans is zeker groter als er voorbeelden van zelfmoord zijn in de nabije omgeving, of in combinatie met een bipolaire stoornis of depressie. Het kan ook een combinatie van beide zijn. Zowel het erfelijke als sociale factoren spelen dus een rol.

Voor de nabestaanden is het vooral belangrijk dat ze ergens terechtkunnen.

Hoe moet je als (groot)ouder/broer/zus de zelfmoord van een kind/jongere verwerken indien het drama zich heeft voorgedaan? Hoe kom je dat te boven, hoe kun je de draad weer opnemen zonder schuldgevoel?

Karolina Krysinska en Karl Andriessen
Het is belangrijk om te erkennen dat iedereen die een zelfdoding heeft meegemaakt in zijn nabije omgeving, op zijn eigen manier en tempo rouwt. Er is geen standaardmanier om dat te verwerken, maar er zijn wel een aantal gemeenschappelijke punten: bijvoorbeeld gevoelens van verdriet en gemis, soms ook spijt of woede. Voor veel nabestaanden is het verlies zo ingrijpend dat het hun perspectief op het leven of op relaties met anderen verandert. Bij een aantal mensen is de schuldvraag, of de waarom-vraag zo sterk dat ze zelf ook aan zelfdoding gaan denken. Het is vooral belangrijk dat nabestaanden ergens terechtkunnen, bij familie of vrienden, of bij een therapeut of een gespreksgroep (www.werkgroepverder.be) om te praten over hun ervaringen en gevoelens.

Wie zijn Karl Andriessen en Karolina Krysinska?

Karl Andriessen is wetenschappelijk medewerker aan de onderzoekseenheid Klinische Psychologie KU Leuven, doctoraatsstudent aan de School of Psychiatry, University of New South Wales, Sydney, Australia; en co-chair van de Special Interest Group on Suicide Bereavement of the International Association for Suicide Prevention.

Karolina Krysinska, PhD, is als psychologe gespecialiseerd in onderzoek met betrekking tot suïcide(preventie). Ze is verbonden aan de onderzoekseenheid Klinische Psychologie KU Leuven, en onderzoeker aan de School of Psychiatry, University of New South Wales, Sydney, Australia.

Samen met Caroline Andries, hoofdocent aan de Faculteit Psychologie en Educatiewetenschappen van de V.U.B., publiceerden zij het boek ‘Zelfdoding bij kinderen en jongeren: Preventie en hulpverlening bij suicidaal gedrag’, uitgegeven bij Lannoo Campus.

Beiden zijn samen met Professor Onja Grad (Slovenie) ook de editors van het binnenkort te verschijnen handbook: Postvention in action: The international handbook of suicide bereavement support (Gottingen/Boston: Hogrefe).

Wat moet je doen als je soms zelfmoordgedachten hebt?


Heb je depressieve of suïcidale gedachten, neem dan contact op met een van deze instanties. Het is volledig anoniem, het is gratis en de informatie wordt met niemand anders gedeeld! Je kunt er dag en nacht terecht, 7 dagen op 7.

Zelfmoordlijn: bel 1813, zie ook www.zelfmoord1813.be

Teleonthaal: bel 106, het nummer is 24 uur op 24 uur, 7 dagen op 7 bereikbaar. Via de website www.tele-onthaal.be kan je elke avond en woensdagnamiddag al vanaf 15u chatten.

Awel: bel 102, of chat op www.awel.be elke dag tussen 18 uur tot 22 uur , met uitzondering van zon- en feestdagen.

‘Werkgroep verder’, website speciaal voor nabestaanden: www.werkgroepverder.be

bron: HD
verschenen op : 17/10/2016

Reageer zelf

verberg bovenstaande gegevens :
je naam en emailadres verschijnen dan niet bij je reactie.
hou me op de hoogte van reacties :
telkens iemand een reactie plaatst bij dit bericht ontvang je een e-mail.
tekens over.
pub