Behandeling van oprispingen en reflux bij kinderen

Laatst bijgewerkt: september 2015
In dit artikel
Behandeling van oprispingen en reflux bij kinderen

dossier Oprisping is het terugvloeien van voedsel uit de slokdarm of maag. Dit komt heel vaak voor bij zuigelingen en jonge kinderen. Alle zuigelingen geven wel eens melk terug, de ene meer dan de andere. Soms is er echter meer aan de hand en kan een behandeling nodig zijn.

Oprispingen zijn normaal en verdwijnen meestal vanzelf als de baby een jaar oud is. Dat komt meestal doordat de sluitspier tussen de slokdarm en de maag bij kinderen soms nog niet helemaal ontwikkeld is. In de loop van het eerste levensjaar zal de sluitspier zich meestal verder ontwikkelen. Hierdoor verminderen en verdwijnen de klachten meestal.
Wees niet ongerust over de hoeveelheid of het aantal keren dat een kindje teruggeeft. Het is niet nodig om de voeding te wijzigen of om andere maatregelen te nemen.

baby-braken-melk-170_400_09.jpg
U kan wel zorgen dat het niet verergert:
• Laat een baby rustig drinken.
• Laat een baby niet te lang huilen voor voeding.
• Dring geen voeding op. Voed enkel op vraag.

Bij flesvoeding:
• Zorg voor een correcte bereiding: 1 maatschepje poeder per 30 ml water.
• Een voeding moet ongeveer 15 minuten duren. Pas zo nodig de speen aan.
• Verminder het aantal voedingen niet te snel. Zo kan de maag van een baby de hoeveelheid per fles nog aan.
• Hou een baby na de voeding even rechtop om een boertje te laten. Beweeg een baby na de voeding zo weinig mogelijk.
• Indikken van de voeding (bv. met johannesbroodpitmeel, rijstzetmeel, maïszetmeel) heeft slechts een beperkte invloed op het aantal oprispingen. De zogenaamde anti-regurgitatie-melken (AR-melken) bevatten reeds indikkingsmiddelen.

Buikligging wordt niet aanbevolen bij zeer jonge kinderen gezien het mogelijk verhoogd risico van plotse dood. Rugligging met verhoogd hoofdeinde heeft geen invloed op de reflux. Linkerzijligging kan wel de reflux verminderen.
Sommige kinderartsen adviseren om eerder met bijvoeding te beginnen dan de richtlijnen (vanaf 6 maanden), maar doe dit alleen op advies van een kinderarts.

Wanneer naar de dokter?

Als u zich toch ongerust maakt, raadpleegt u het best een dokter. Ga zeker naar de dokter:
• Als de klachten verergeren.
• Als de baby ziek lijkt: koorts, diarree, braken, slecht bijkomen in gewicht, ...
• Bij weigeren te eten, huilen tijdens of na de voeding, bloed in braaksel of stoelgang.
• Wanneer het teruggeven vaak gebeurt en er andere tekens zoals pijn, frequent huilen, echt braken slechte gewichtsevolutie of tragere ontwikkeling bijkomen.
• Als een baby rond 5 à 6 weken systematisch, vlak na elke voeding, met een grote gulp 'alle' voedsel teruggeeft en niet in gewicht toeneemt.
Het kan dan namelijk om gastro-oesofageale refluxziekte gaan.

Refluxziekte

baby-braken--170_400_09.jpg
Refluxziekte ontstaat wanneer de slokdarm aangetast is door het veelvuldig regurgiteren.
Refluxziekte treedt frequenter op bij prematuur geboren kinderen en bij kinderen met risicofactoren zoals neurologische stoornissen of aangeboren slokdarmafwijkingen.

Mogelijke klachten
Volgende klachten kunnen wijzen op refluxziekte:
• Het oprispen houdt aan, zelfs nadat de arts maatregelen heeft genomen.
• De baby is lastig tijdens en na de maaltijden.
• De baby groeit niet goed.
• De baby huilt heel vaak door pijn bij het slikken.
• braken van streepjes bloed
• slaapproblemen
• ademhalingsproblemen.

Behandeling

De behandeling van refluxziekte bij baby's is afhankelijk van de ernst van de klachten.
In eerste instantie zal meestal gepoogd worden om de oprispingen te verminderen met de hoger beschreven maatregelen.
Bij ernstige reflux met een sterk aangetaste slokdarm kan de arts na bijkomende onderzoeken geneesmiddelen voorschrijven. Al deze geneesmiddelen kunnen vervelende bijwerkingen hebben. Gebruik deze geneesmiddelen dus nooit zonder uitdrukkelijk voorschrift van de arts, ook al zijn sommige ervan vrij te koop in de apotheek.

Maagledigingversnellers
Maagledigingsversnellers of gastroprokinetica zijn geneesmiddelen die de spierbewegingen van de slokdarm bevorderen en de spanning van de sluitspier verbeteren. Hierdoor versnelt het transport door de slokdarm en de maag, zodat de voeding minder lang in de maag blijft zitten. Het effect ervan op reflux bij baby’s is beperkt. Bovendien kunnen ze een aantal nevenwerkingen hebben waardoor hun gebruik bij jonge kinderen niet wordt aangeraden.

Zuurbindende middelen
De doeltreffendheid van zuurbindende middelen (antacida) zoals Rennie, Maalox, Gaviscon enz. bij jonge kinderen is onvoldoende aangetoond. Dat geldt ook voor middelen die gecombineerd worden met alginaat waardoor een beschermlaagje over de geïrritreerde slokdarm wordt gelegd. Ze worden dus niet aangeraden bij jonge kinderen.
Middelen die bovendien aluminium bevatten (zoals algeldraat) worden ten stelligste afgeraden bij jonge kinderen omdat dit in het lichaam wordt opgeslagen en te hoge aluminiumconcentraties kunnen ontstaan. Het kan bovendien verstopping en krampen veroorzaken.

Zuurremmende middelen
Zuurremmende middelen remmen de productie van maagzuur. Volgens een recent overzicht van het Belgisch Centrum voor Farmacotherapeutische Informatie (BCFI) genieten zuurremmende middelen de voorkeur bij refluxziekte bij kinderen.
De protonpompinhibitoren (PPI’s) zijn daarbij doeltreffender dan de H 2 –antihistaminica. Bij de PPI’s is Omeprazole de eerste keuze, bij de H 2 –antihistaminica geniet Ranitidine de voorkeur.

Probleem is dat in de bijsluiters van deze geneesmiddelen gebruik bij kinderen jonger dan één jaar niet is voorzien of dat de verkochte dosering niet is aangepast voor zeer jonge kinderen. Het RIZIV voorziet vergoeding voor magistrale bereidingen met ranitidine (vloeibare vorm) en met omeprazol (suspensie). Bereidingen met omeprazol worden enkel terugbetaald wanneer gebruikt ter behandeling van ernstige reflux bij kinderen vanaf de leeftijd van 2 jaar (tot de leeftijd van 18 jaar), wanneer de andere behandelingen niet verdragen worden.

Na 3 à 6 maanden moet men proberen om de behandeling over een periode van een viertal weken af te bouwen.
Men dient ook rekening te houden met mogelijke ongewenste effecten zoals hoofdpijn en krampen.

Bronnen
Kind & Gezin - www.kindengezin.be
Belgisch Centrum voor Farmacotherapeutische Informatie (BCFI) www.bcfi.be



verschenen op : 01/12/2011 , bijgewerkt op 26/09/2015


pub