ad

Wanneer is je cholesterolgehalte te hoog?

Laatst bijgewerkt: februari 2020
123_cholesterol_bloed_onderzoek.jpg

nieuws Cholesterol wordt gemeten in het bloed. Heb je geen erfelijke aanleg of risicoziekte (mensen met een hoge bloeddruk, hart- en vaatziekten, suikerziekte...), dan is een meting pas nodig vanaf 35 jaar (mannen) of 45 jaar (vrouwen). De controle gebeurt het best om de vijf jaar en dit tot je 70 jaar bent.

Het laten bepalen van uitsluitend het totale cholesterolgehalte is weinig zinvol. Dit getal bestaat uit een aandeel van het ‘slechte’ LDL-cholesterolgehalte en het ‘goede’ HDL-cholesterolgehalte en geeft te weinig informatie over de toestand van deze cholesteroldeeltjes afzonderlijk. Zo is het mogelijk dat iemands totaal-cholesterolgehalte verhoogd is door een verhoogd HDL-cholesterolgehalte, terwijl het LDL-cholesterolgehalte normaal is. In dit geval is het risico natuurlijk niet verhoogd.
Een verhoogd gehalte aan triglyceriden heeft wanneer ook het LDL- en/of het HDL-cholesterolgehalte afwijkend is, een risicoverhogend effect op hart- en vaatziekten.

Een goede cholesterolmeting bestaat daarom altijd uit vier verschillende onderdelen: totaal-, LDL- en HDL-cholesterol en triglyceriden, ook wel het lipidenprofiel genoemd. Eén of twee van deze componenten kunnen een sterk risicoverhogend effect hebben bij een normale of licht afwijkende derde component. Zo heeft bijvoorbeeld 66% van de mannen die een hartinfarct doormaakten een te laag HDL-cholesterolgehalte. Bij 65% van die groep met een verlaagd HDL-cholesterolgehalte is het totaal-cholesterolgehalte normaal of maar licht verhoogd. Toch ontwikkelde zich bij deze groep een hartinfarct.

Het is normaal dat het cholesterolgehalte af en toe sterk schommelt. Er worden soms hoge waarden gemeten, dit kunnen uitschieters zijn en daarom worden er 2 tot 3 bloedonderzoeken gedaan. Deze bloedonderzoeken worden met een week ertussen afgenomen.

Als het cholesterolgehalte bij de tweede of derde meting weer te hoog blijkt, is vaak nog aanvullend bloedonderzoek nodig om andere stoffen in het bloed te bepalen. Daarbij wordt onder meer gekeken naar het bloedsuikergehalte, de hoeveelheid schildklierhormoon en soms ook naar andere deeltjes waarin cholesterol zit, zoals VLDL en lipoproteïne(a). Dit aanvullende onderzoek wordt gedaan om een goed beeld te krijgen van de oorzaak van het afwijkende cholesterolgehalte. Ook worden de lever- en nierfunctie onderzocht omdat aandoeningen van deze organen ook afwijkingen van het cholesterol kunnen geven.

De cholesterolwaarde van het bloed wordt uitgedrukt in milligram per deciliter (mg/dl).
Internationaal en nationaal is men het eens over de aanbevolen cholesterolwaarden:

Totaal cholestererol < 190 mg/dl
LDL-cholesterol < 115 mg/dl
HDL-cholesterol > 40 mg/dl
triglyceriden < 180 mg/dl.

De verhouding tussen het totaal cholesterolgehalte en het ‘goede’ HDL-cholesterolgehalte in het bloed wordt de cholesterolratio genoemd.

Het cholesterolgehalte kan verhoogd zijn door een combinatie van factoren. Een van de belangrijkste is het eten van te veel verzadigd vet. Te veel verzadigde vetten in uw voeding, bijvoorbeeld uit boter, volle melkproducten en vlees kunnen het slechte LDL-cholesterol van uw bloed verhogen. Een erfelijke aanleg voor een verhoogde cholesterol, ouder worden, overgewicht, roken, een verminderde werking van de schildklier of van de nieren en diabetes kunnen een negatief effect hebben op het cholesterolgehalte.




ad


pub