Wiegendood: bij welke kinderen is een preventief slaaponderzoek nodig?

Laatst bijgewerkt: mei 2019
premat-baby-zw-w-170_400_06.jpg

nieuws Wanneer er een verhoogd risico op wiegendood vermoed wordt, dan kan op advies van de kinderarts een slaaponderzoek of een polysomnografie uitgevoerd worden. Door een slaaponderzoek kunnen sommige kinderen met een verhoogd risico op wiegendood worden opgespoord. Een normaal slaaponderzoek waarbij geen enkele afwijking wordt vastgesteld, biedt echter geen garantie op het voorkomen van wiegendood.

Het onderzoek gebeurt terwijl uw baby 's nachts slaapt in het ziekenhuis. Het kind wordt hiervoor gedurende 24 uur gehospitaliseerd. De moeder kan meestal bij het kind op de kamer overnachten. Tijdens de registratie kan het kind gevoed en verzorgd worden. De registratie wordt best uitgevoerd rond de leeftijd van 6 weken, maar kan ook vroeger of later gebeuren.

Een polysomnografie is een onderzoek waarbij gedurende 6 tot 14u tegelijk een aantal belangrijke functies worden gemeten:
• het hartritme en werking van het hart (elektrocardiogram, ECG)
• borst- en buikademhalingsbewegingen
• de hersenactiviteit (elektro-encefalogram EEG)
• de oogbewegingen (oculogram: dit meet de oogbewegingen tijdens de slaap waardoor de verschillende slaapfasen in kaart worden gebracht)
• de werking van de mondbodemspieren (EMG)
• nasale luchtstroom (nasale flow)
• de zuurstofverzadiging (saturatie) in het bloed

Een slaaptest is abnormaal indien er te lange adempauzes (apnoe) optreden, indien er een belangrijke daling van de hartslag optreedt (bradycardie) of indien er saturatiedalingen zijn. Baby’s die na de slaaptest tekenen vertonen van risico op wiegendood komen in aanmerking voor thuisbewaking door middel van een cardio-respiratoire monitor.

Wie komt in aanmerking voor een slaaponderzoek?

Prematuur geboren baby’s: Bij deze baby’s gebeurt de test voor hun ontslag uit het ziekenhuis.
• Bij kinderen geboren na een zwangerschapsleeftijd van 34 weken of minder en met een geboortegewicht lager dan 1500 gram;
• prematuur geboren baby’s ouder dan 34 weken of met een geboortegewicht boven de 1500 gram die tijdens hun verblijf op de neonatale afdeling ernstige hartritmestoornissen (bradycardies) of ademhalingspauzen (apnees) vertoonden.

• Zuigelingen die in het ziekenhuis opgenomen worden omwille van een ALTE (acute life threatening event of ogenschijnlijk levensbedreigende gebeurtenis). Dit is een gebeurtenis waarbij de baby bleek, blauw, slap en niet merkbaar ademend wordt aangetroffen. Door oppakken en prikkelen trekt dat bij, maar soms is mond- aan mondbeademing nodig.

Broertjes of zusjes van een baby die overleden is aan wiegendood.

• Wanneer uw arts bepaalde afwijkingen of problemen vermoedt die kunnen wijzen op een verhoogd risico op wiegendood, zoals bv. bij kinderen die zeer moeilijk wakker worden, ongewoon zweten tijdens de slaap (zonder aanwijsbare reden), luidruchtig ademen of snurken zonder aanwezigheid van enige infectie, ademlast...


bron: Dienst Neonatologie UZ Leuven, Centrum voor diagnose van het risico op wiegendood
verschenen op : 20/09/2011 , bijgewerkt op 17/05/2019


pub