ad

Tien tips om wiegendood te voorkomen

Laatst bijgewerkt: oktober 2020
fopspeen-roze-baby-170_400_09.jpg

nieuws

Wiegendood, ook wel 'Sudden Infant Death Syndrome' (SIDS) genoemd, betekent een plotselinge en onvoorziene dood van een ogenschijnlijk gezond kind, bij wie geen lichamelijke afwijking kon worden vastgesteld die het overlijden zou kunnen verklaren. Wiegendood is een algemene term voor het overlijden van kinderen in de wieg. De term wijst dus niet naar de oorzaak van het overlijden, maar wel naar de omstandigheden waarin de baby overlijdt, namelijk in de wieg. Wiegendood komt zelden voor na het eerste levensjaar.

Over de oorzaken van wiegendood is nog veel onduidelijk. Wetenschappers vermoeden dat de oorzaak gezocht moet worden in de richting van een onvoldoende ontwikkelde functie van het ademhalingscentrum in de hersenen. Normaal gezien wanneer een baby even onvoldoende ademt of zelfs eventjes stopt met ademen, krijgt hij een ademhalingsprikkel vanuit de hersenen waardoor de baby opnieuw of sneller gaat ademhalen. Bij wiegendood worden de hersenen niet geactiveerd, waardoor de baby geen ademhalingsprikkel krijgt met ademhalingsstilstand tot gevolg.

  1. Rugligging
    De rugligging is de veiligste slaaphouding: het gezichtje blijft vrij. Het beste is om je baby vanaf de geboorte altijd in rugligging te slapen te leggen. Heb geen schrik dat baby zich zal verslikken bij het eventueel braken. Bij buikligging bestaat er een verhoogd risico op wiegendood omdat de ademhaling belemmerd kan worden. Vanaf een maand of drie zijn kinderen in staat van de rug naar de buik te draaien. Een slaapzak helpt voorkomen dat een baby in de onveilige buikligging rolt. Zijligging geeft een verhoogd risico op wiegendood omdat een baby al vanaf de eerste weken naar zijn buik kan kantelen. Leg een baby wél op zijn buik om te spelen en rond te kijken als hij wakker is. Zo kan hij goed zijn arm-, nek- en rugspieren oefenen.
  2. Slaapomgeving
    Je baby mag het niet te warm of te koud hebben tijdens het slapen: een ideale kamertemperatuur mag de 20 °C niet overschrijden voor pasgeborenen jonger dan 8 weken, daarna is 18 °C het maximum. Plaats het bed niet in de buurt van een warmtebron, laat geen dieren toe in de kamer van de baby en verlucht de slaapruimte regelmatig.
  3. Veilig bed en bedmateriaal
    • Een veilig bed of een veilige wieg heeft zijwanden met een open structuur zoals een spijlenbedje en een ventilerende bodem (latten- of rasterbodem of een geperforeerde bodem). De afstand tussen de spijlen is tussen 4,5 en 6,5 cm.
    • Gebruik een reisbed, kampeerbed of weekendbed alleen als noodoplossing.
    • Een goede stevige en voldoende dikke matras, die aangepast is aan de afmetingen van de wieg of het bedje zodat je baby niet tussen de matras en de bedrand gekneld kan raken. Het kind mag niet wegzakken in de matras. De matras moet ademend en waterdampdoorlaatbaar zijn, zodat ze het transpiratievocht absorbeert, wat warmte wegneemt. Let dus op dat de matras niet overtrokken is met een ondoorlaatbaar PVC-zeil. Ook de matrasbeschermer moet ademend en waterdampdoorlaatbaar zijn. Kies bij voorkeur voor molton (een soort katoen): dit absorbeert transpiratievocht, wat warmte wegneemt. Er bestaan geen matrassen of matrasbeschermers die wiegendoodpreventie kunnen garanderen.
    • Gebruik geen bedrandbeschermers. Ze belemmeren de luchtcirculatie en verhogen het risico op wiegendood.
    • Gebruikk geen hoofdkussen tot de leeftijd van 2 jaar.
    • Gebruik geen synthetische en natuurlijke dekbedden tot de leeftijd van 12 maanden (om te zorgen dat het hoofd van een kind onbedekt blijft). Een lakentje en dekentje of een lichte slaapzak aangepast aan de grootte van de baby is voldoende. Best is een slaapzak met armsgaten aangepast aan de leeftijd van het kind. Hiermee kan het het minst gemakkelijk op zijn buik terecht komen en het gezicht blijft altijd vrij. Kies je voor een deken en laken leg je kind dan altijd te slapen met zijn voetjes tegen het voeteneind van het bed waardoor het hoofd van je kind onbedekt blijft. Zorg er altijd voor dat het gezicht en/of het hoofdje onbedekt blijven. • Leg nooit een elektrisch deken, schapenvacht, warmwaterkruik of kersenpitkussen in het bedje als de baby erin ligt.
    • Leg geen overbodige spullen in het babybedje, zoals knuffels. Heeft een kind zijn knuffel nodig om in slaap te raken, neem hem dan weg zodra het slaapt, maar zorg ervoor dat het kind hem vanuit zijn bed kan zien.
  4. Niet samen slapen
    Samen slapen met een kind in bed of op de sofa is niet veilig. De zachte matrassen, dekens, dekbedden en kussens van volwassenen verhogen de risico’s op wiegendood en ongevallen. Het kind kan het te warm krijgen door het dekbed, tussen matrassen bekneld raken, uit bed vallen of met zijn gezichtje tegen kussens aandrukken. Bovendien kan een slapende ouder op het kind rollen.
  5. Rust en regelmaat
    Respecteer het slaapritme van het kind; voldoende slaap is onontbeerlijk. Laat je baby slapen als hij/zij er behoefte aan heeft en niet wanneer jij het wenst. Elke plotse verandering in de omgeving van het kind (start van de kinderopvang, druk bezoek, een andere slaapplek, ...) kan het slaappatroon van een kindje veranderen. De wijziging in het slaappatroon door de stresserende situatie is een risicofactor voor wiegendood. Gaat het kind naar de opvang, laat het dan voor de eigenlijke start van de opvang enkele keren wennen. Zo leert de opvang zijn gewoonten kennen en zal de start voor een kindje minder stresserend zijn.
  6. Nabijheid en toezicht 
    Blijf in de nabijheid van het kind en hou toezicht, zowel overdag als ’s nachts. Een babyfoon of toezicht door een raam is onvoldoende. Zonder je baby niet af. Hou je baby overdag bij jou in de woonkamer en ’s nachts, indien mogelijk, zo dicht mogelijk naast je bed. Hou extra toezicht als een baby in slaap valt in een box, zeker als hij op zijn buik ligt. Ga na een hevige huilbui stilletjes kijken hoe een kind in slaap gevallen is. Let extra op wanneer je baby ziek is of koorts heeft. Indien je baby koorts heeft, zeker niet warmer toedekken maar minder toedekken. Laat baby zeker nooit alleen achter in de wagen of in om het even welke kleine afgesloten ruimte.
  7. Niet roken
    Roken wordt momenteel beschouwd als de belangrijkste risicofactor voor wiegendood. Roken tijdens de zwangerschap is de meest schadelijke oorzaak. Ook roken na de zwangerschap, zowel door moeder als vader, verhoogt het risico. Hoe meer mensen in het gezin roken, hoe hoger het risico.
  8. Fopspenen
    Ook de fopspeen zou het risico op wiegendood verminderen. Harde bewijzen zijn daar echter niet voor te vinden. Een kind met fopspeen zou minder snel met neus en mond op het matras liggen en minder draaien in bed. Met een fopspeen ademt een kind bovendien door de neus. Beperk het gebruik van een fopspeen tot de slaap- en bedtijd. Neem de fopspeen weg zodra het kind in slaap gevallen is, zodat het kindje vrij kan ademen. Gebruik geen fopspeenkettingen. Bind de fopspeen nooit vast aan de bedrand met een touwtje, lintje of elastiek. Een kind kan verstrikt raken in kettingen, lintjes, touwtjes of elastiekjes en er zich aan ophangen. • Vervang de fopspeen regelmatig volgens de aanwijzigingen van de fabrikant. Door slijtage kunnen stukjes fopspeen loskomen, waardoor er gevaar ontstaat voor inslikken en stikken.
  9. Borstvoeding
    Als je minstens drie maanden borstvoeding geeft, verminder je het risico op wiegendood, zo blijkt uit onderzoek
  10. Slaapverwekkende geneesmiddelen
    Vermijd het gebruik van siropen of druppels met slaapverwekkende bestanddelen (bv. hoestsiropen) omdat die het kind te diep laten slapen. Bij borstvoeding moet de moeder zelf zulke geneesmiddelen vermijden. Gebruik of geef geen enkel geneesmiddel aan een kind zonder overleg met de behandelend arts. 




ad


pub