Agressie.......Hij is begonnen......

Laatst bijgewerkt: November 2015

dossier Maarten heeft altijd ruzie met zijn broer: slaan, duwen, schoppen En vooral schelden. Soms is Maarten zo lief.Misschien zijn het gewoon kwajongensstreken en groeit het er wel uit. Maar gisteren kwam hij terug van school met stevig strafwerk. Hij had op de speelplaats iemand zijn bril stukgeslagen.
Eén kind op tien is te agressief

Geweld. Grenzen zoeken

123-kind-vechten-agressie-opv-170_04.jpg
Wat?
Elk kind heeft een gezonde dosis agressie en geweld nodig om zijn leefwereld te ontdekken en om bij te leren. Groeien is ook opkomen voor jezelf, zorgen dat anderen je respecteren. De levensenergie die een kind daarvoor aanspreekt, kan ook schade berokkenen. In dat geval spreken we van geweld: scheldpartijen, vechten, dreigen, spuwen, trappen.

Wie?
Bijna de helft van de jongeren vertoont wel eens gewelddadig gedrag. Ongeveer één op tien jongeren zorgt voor echte problemen.

Hoe?
Vechten, slaan, ruzie maken, beledigen, uitsluiten, vernederen, vandalisme. Er zijn veel soorten van geweld. Ze zijn niet altijd even waarneembaar.
Waarom?
Agressief gedrag bij jonge kinderen hangt nauw samen met het kind zelf (zijn karakter, leeftijd, inlevingsvermogen), de spanningen en problemen binnen het gezin (echtscheiding, ruzies), zijn gebrek aan vaardigheden (omgaan met angst, boosheid), een gebrek aan duidelijke regels, weinig zelfvertrouwen, de spanning en het geweld in de maatschappij (bv. verkeer, tv), negatief voorbeeldgedrag (bv. in de media)

Gevolgen?
Kinderen die op jonge leeftijd al geweld gebruiken, stellen ook vaak probleemgedrag op latere leeftijd. Indien ze hun agressie niet beter leren hanteren, blijven ze in de knoei met zichzelf en met hun omgeving.

Hoe voorkomt u geweld? 7 Tips

1. Toon uw kind hoe graag u het ziet: hiermee schenkt u het de belangrijkste groeikracht. Een kind dat zich gedragen en bemind voelt, zorgt voor minder probleemgedrag.

2. Toon waardering voor uw kind. Luister, geef verantwoordelijkheid en vertrouwen. Wees ook oprecht, vertel over uw eigen gevoelens en geef uw eigen fouten toe.

3. Zorg voor klare en duidelijke regels en afspraken. Overdrijf niet in het aantal regels. Reageer steeds kordaat zodat uw kind leert wat mag en niet mag. Hoe ouder de kinderen, hoe meer regels u samen kan afspreken. Beloon en waardeer positief gedrag. Kinderen leren zo wat u verwacht en wat ze al goed doen. Dat zorgt voor veiligheid en rust.

4. Probeer te begrijpen waarom uw kind boos is, accepteer dat het zich zo voelt maar laat in geen geval gewelddadig gedrag toe. Een kind dat voordeel haalt (gelijk of zijn zin krijgt) uit agressief gedrag, zal dat gedrag herhalen. Ruzie maken mag, pijn doen of kwetsen mag niet.

5. Sta open voor uw kind en wees betrokken. Toon niet alleen interesse voor zijn schoolresultaten, zakgeld en tv, maar probeer in zijn leef- en denkwereld te geraken. Waar is hij mee bezig, wat denkt hij? Waar is hij bang voor? Weet hij wat de andere mensen/kinderen van de klas denken? Hoe zou hij zijn kamer willen inrichten? Filosofeer met uw kind over leven, dood, verliefd zijn, dieren, planten Geef uw kind voldoende van uw tijd en uw aanwezigheid.

6. Help kinderen ruzies en conflicten oplossen («Waarom ben je boos, hoe ga je dat zeggen, wat denkt je vriendje nu?»). Leer ze hun boosheid of verdriet te uiten zonder dat ze iemand kwetsen of pijn doen.

7. Geef zelf het goede voorbeeld. In elk gezin valt wel eens een kwaad woord. Geweld (schelden, roepen, tieren, met de deur slaan) is geen oplossing voor problemen.

Uw kind is agressief. Wat doet u?

Niet doen: zelf uitvliegen, roepen, slaan
Wel doen:
1. Reageer rustig en beheerst. Zorg voor een afkoelmomentje, een time-out als dat nodig is («Kom maar even op rust op je kamer, ik wil je straks over je gedrag spreken»).

2. Uit uw verontwaardiging over zijn gedrag. Doe dat met een ik-boodschap («Ik duld niet dat je zo over je broer praat». Daarmee veroordeelt u zijn gedrag, niet zijn persoon. Jij-taal («Jij bent een vervelend kind») veroordeelt het kind zelf.

3. Vraag uw kind hoe het komt dat het zich zo gedraagt. Doe dat niet bestraffend of bedreigend. Luister naar zijn argumenten. «Wat heeft je zo geraakt? Wat wil je eigenlijk (ongenoegen tonen, wraak nemen, aandacht vragen, erbij horen?» Denk samen na over een alternatief gedrag voor zijn agressie. Geef een doe-tip: ik wacht enkele minuutjes vooraleer ik iets zeg of reageer. Ik neem het heft niet in eigen handen, maar verwittig de leerkracht

4. Maak uw kind duidelijk wat voor jou kan en wat niet. Vaak weet uw kind wel dat het fout zit.

5. Straf nooit het kind, maar zijn gedrag. Zorg dat die straf in verhouding staat tot datgene wat verkeerd liep. Is je kind wat ouder, zoek dan samen naar een zinvolle straf. Met dit mini-overleg toont u uw kind dat u gelooft dat het redelijk kan zijn, kan nadenken en zijn eigen gedrag kan veranderen.

6. U bent geen supermens. Aanvaard uw beperkingen. Het gebeurt dat ouders en kinderen verstrikt geraken in een probleem. Opvoeden is niet altijd eenvoudig. Zit je vast, voel je dat je geen vooruitgang maakt en dat het probleem van kwaad naar erger evolueert, spreek er dan over en vraag raad, steun of hulp aan anderen. Het CLB van de school helpt je graag op weg.


bron: Klasse.be


verschenen op : 25/04/2002 , bijgewerkt op 01/11/2015
pub

www.gezondheid.be foutpagina

Sorry, er heeft zich een probleem voorgedaan! Onze webmaster wordt momenteel op de hoogte gebracht.

We zorgen voor een oplossing!

Error Event:

Error IP: 54.161.71.87

Homepage