Nieuwe hoop voor patiënten met chronische hepatitis C

Laatst bijgewerkt: augustus 2019

nieuws Chronische hepatitis C is een van de belangrijkste oorzaken van cirrose en leverkanker en vormt een frequente reden van levertransplantatie in België. Leverspecialisten van UZ Leuven hebben samen met een internationale groep onderzoekers 2 nieuwe medicijnen ontwikkeld die veel efficiënter zijn dan de klassieke therapieën en die de lengte van behandeling kunnen verkorten bij meer dan de helft van de patiënten.
Hepatitis C wordt overgedragen door besmetting via bloed en veroorzaakt chronische hepatitis C. In België werden voor 1990 naar schatting 80.000 tot 100.000 patiënten besmet via bloedtransfusies. De gevolgen van deze besmetting komen pas na 20 jaar tot uiting.

De behandeling van chronische hepatitis C bestond tot nu toe uit pegylated interferon en ribavirine. Dit zijn echter geen directe antivirale medicaties tegen hepatitis C. Voor het meest voorkomende – en meteen ook het moeilijkst geneesbare – hepatitis C type 1-virus bedraagt de behandelingsduur 11 maanden. Ongeveer 40 à 50 procent van de patiënten kan hier momenteel mee genezen worden.

Een internationale groep onderzoekers ontwikkelden 2 nieuwe medicijnen die direct op het hepatitis C-virus inwerken: boceprevir en telaprevir.
Telaprevir verhoogt de genezingskans met 30 procent wanneer het werd gegeven aan patiënten die nog nooit een therapie hadden gekregen. Daarenboven kon bij meer dan de helft van de patiënten de behandelingsduur drastisch verminderd worden met 5 maanden (6 maanden in plaats van 11).
Het toevoegen van telaprevir aan de klassieke therapie doet de genezing van patiënten die niet reageerden op vorige behandelingen indrukwekkend doet stijgen: van 24 naar 83 procent voor patiënten die eerder hervielen en van 5 naar 33 procent voor patiënten waarbij de klassieke medicatie niet werkte.



verschenen op : 03/08/2011 , bijgewerkt op 13/08/2019


pub