Slecht slapen: wanneer moet je je zorgen maken?

Laatst bijgewerkt: augustus 2019

nieuws De slaapbehoefte verschilt van persoon tot persoon. Ongeveer 10% van de bevolking heeft genoeg aan een gemiddelde van 6,5 uur per nacht en zowat 15% heeft meer dan 9 uren nodig. Een volwassene slaapt gemiddeld 7 à 8 uren per nacht. Met het ouder worden vermindert de slaapbehoefte meestal.
Iedereen heeft wel eens last om in slaap te raken of slaapt wel eens minder goed of heeft ‘s morgens last om uit bed te komen. Dikwijls heeft dat te maken met een ongewone of pijnlijke gebeurtenis overdag - een overlijden, een ruzie, een tegenslag of een blijde gebeurtenis - met een stresserende bezigheid of gewoon omdat er letterlijk iets op de maag is blijven liggen na een te zware maaltijd voor het slapengaan, of omgekeerd omdat men met een lege maag naar bed is gegaan. Sommige vrouwen slapen elke maand rond hun menstruaties iets minder goed. Ook na een lange vliegtuigreis waardoor onze biologische klok verstoord is (jet lag), kunnen tijdelijk slaapproblemen optreden.

Meestal verdwijnen dit soort slaapproblemen na een paar dagen spontaan als de aanleiding is verdwenen of vergeten, en hoeft men zich daarover geen zorgen te maken. Integendeel zelfs, wie zich teveel zorgen maakt en zich opwindt over dat slaapprobleem, riskeert de zaken alleen maar erger te maken.
Men spreekt pas van slapeloosheid (insomnie) wanneer iemand zonder duidelijke reden dagenlang (meer dan 3 weken) last heeft om in slaap te raken (meer dan 30 minuten nodig om in te slapen), ‘s nachts geregeld wakker wordt of ’s morgens heel vroeg wakker wordt, én wanneer dit ook overdag zijn weerslag heeft (men voelt zich moe en geprikkeld, concentratieproblemen, eventueel hoofdpijn, enz.). In dergelijke gevallen is het aangewezen om een arts te raadplegen. Bereid dit gesprek goed voor. Een goede manier is het invullen van een slaapdagboek. Ook voor kinderen die slecht slapen, kan het goed zijn een slaapdagboek bij te houden om extra informatie te hebben die de diagnose en behandelingsmogelijkheden in kaart brengt.

Er bestaan verschillende methoden om slapeloosheid te behandelen, gaande van relaxatietechnieken tot psychotherapie. Je arts kan je daarbij helpen of je zo nodig doorverwijzen naar meer gespecialiseerde gedragstherapeuten of indien nodig naar een slaaplabo.
Indien de arts besluit om een slaapmiddel voor te schrijven om een tijdelijk probleem te overbruggen, dan gaat de voorkeur naar een benzodiazepine met halflange werkingsduur, laag gedoseerd en gedurende maximaal één week. De nieuwere slaapmiddelen zoals zolpidem, zopiclon en zaleplon zijn niet doeltreffender dan benzodiazepines en hebben vergelijkbare ongewenste effecten. Over het effect van kruidenmiddeltjes is weinig bekend. Maar ze kunnen ook ongewenste effecten hebben en zijn dus zeker niet onschuldig.
Op de website van de Universiteit Utrecht is een handige test te vinden om eventuele slaapproblemen te testen: www.slaapproblemen.org/



verschenen op : 22/03/2011 , bijgewerkt op 07/08/2019


pub