Kinderen met epilepsie mogen videogames spelen

Laatst bijgewerkt: januari 2011
epilepsie-hers-170.jpg

nieuws

Een hardnekkige mythe wil dat kinderen met epilepsie beter geen TV kijken en zeker geen videogames mogen spelen omdat de lichtflitsen een epileptische aanval kunnen uitlokken.
Bij een sommige kinderen met epilepsie kunnen videogames inderdaad een aanval uitlokken, maar bij de grote meerderheid van de kinderen is dit niet het geval. Naar schatting heeft slechts 3 tot 5 procent van de mensen met epilepsie last van lichtflitsgevoelige epilepsie. Het merendeel van de mensen met epilepsie kan dus gerust televisie kijken, computers en videospelletjes gebruiken of discotheken bezoeken. Ook kinderen die gevoelig zijn voor lichtflitsen kunnen meestal, mits bepaalde voorzorgsmaatregelen, TV kijken en videospelletjes spelen.

Wat is lichtflitsgevoelige epilepsie?
Lichtflitsgevoelige epilepsie ontstaat meestal vanaf de leeftijd van acht tot tien jaar. Vervolgens blijft deze lichtflitsgevoeligheid aanwezig tot op volwassen leeftijd. Tussen de leeftijd van 16 en 25 jaar is de lichtflitsgevoeligheid op zijn sterkst. Daarna neemt de lichtflitsgevoeligheid weer af. Bij sommige volwassenen verdwijnt de lichtflitsgevoeligheid, bij andere blijft dit het gehele leven aanwezig. Bij meisjes komt flitsgevoelige epilepsie vaker voor dan bij jongens.
Kinderen met lichtflitsgevoelige epilepsie kunnen verschillende soorten epilepsie aanvallen krijgen. Sommige kinderen krijgen een licht gevoel in het hoofd of zien minder scherp, of ze krijgen een kortdurende schok van een arm of been of romp (myoclonie). Andere kinderen zijn kortdurend afwezig en maken wat automatische bewegingen (absence). Ook kunnen aanvallen met schokkend van beide armen en benen voorkomen waarbij het kind buiten bewustzijn is (een tonisch-clonische aanval). Sommige kinderen voelen een aanval aankomen en kunnen nog weg kijken van dit flikkerende licht. Andere kinderen voelen de aanval niet komen en worden er door overvallen.

• Personen die wel eens een epileptische aanval hebben gehad, symptomen hebben ervaren die daarmee verband houden, of familieleden hebben die in het verleden dergelijke symptomen hebben ervaren, raadplegen het best een arts voordat ze beginnen met het spelen van videogames.
• Zelfs personen die eerder geen epilepsieaanvallen hebben gehad, kunnen aan epilepsie lijden zonder dat er ooit een diagnose is gesteld en kunnen plots een aanval krijgen tijdens het bekijken van videogames.

Stop met spelen en neem contact op met een arts als u of uw kind één of meer van de volgende symptomen vertoont:
* Stuiptrekkingen
* Oogtrillingen of spiersamentrekkingen
* Bewustzijnsverlies
* Troebel zicht
* Onvrijwillige bewegingen
* Desorientatië.

Als een aanval optreedt tijdens een van deze activiteiten, betekent dit niet altijd dat de persoon lichtflitsgevoelig is. Het kan gewoon toeval zijn. Het is dan aan te raden om na te gaan of de persoon al dan niet flitsgevoelig is, alvorens allerlei verboden te formuleren en onnodige beperkingen op te leggen.
Het is belangrijk dat bij elk kind met epilepsie de gevoeligheid voor bepaalde visuele prikkels grondig wordt onderzocht. Met behulp van een hersenfilmpje (EEG) kan worden onderzocht of een kind gevoelig is voor lichtflitsen, kan men uitzoeken welke visuele prikkels bij welk kind een aanval uitlokken en kan de ernst van de lichtflitsgevoeligheid worden bepaald. Op deze manier kunnen gerichte situaties vermeden worden of gerichte maatregelen genomen worden.

Welke lichtflitsen kunnen een epilepsie-aanval uitlokken?
Lichtflitsgevoelige epilepsie wordt uitgelokt door flikkerend licht. In principe kan ieder flikkerend licht van voldoende lichtintensiteit en een streeppatroon met een bepaalde streepbreedte en voldoende contrast bij daarvoor gevoelige mensen een epileptische aanval provoceren. Ook de frequentie van de flitsen speelt een rol. De meeste kinderen zijn gevoelig voor lichtflitsen met een ondergrens van 16 flitsen per seconde en een bovengrens van 25 per seconde. Dit wordt ook wel aangegeven met 16-25 Herz.

Situaties waarin flikkerend licht kan ontstaan is tijdens het kijken naar een televisie of een computerscherm, tijdens het doen van videospelletjes, buiten door zonlicht wat door bomen heen schijnt of weerkaatst op het water, flikkerende TL-buizen, een flikkerend licht in de disco of zonlicht dat door lamellen heen schijnt.
Naast lichtflitsen kunnen ook bepaalde patronen van lichte en donkere vlakken een epilepsie aanval uitlokken. Deze patronen hoeven zelf geen flitsend licht te maken. Een streeppatroon op een behang of kleding kan bijvoorbeeld verantwoordelijk zijn voor een aanval. Met name verticale strepen blijken bij kinderen met lichtflitsgevoelige epilepsie het gemakkelijkst een aanval uit te lokken.
Ook blijkt de kleur van het licht van invloed te zijn op de flitsgevoeligheid. Met name de kleur rood blijkt de lichtgevoeligheid te vergroten. Ook afwisselend een rode en blauwe kleur blijkt het meest in staat om epilepsieaanvallen te veroorzaken.
Ook de lichtintensiteit blijkt van invloed te zijn op de lichtflitsgevoeligheid. Flitsend licht in een donkere ruimte heeft een grotere kans om aanvallen uit te lokken dat flitsend licht in een goed verlichte ruimte.
Ook de grootte van het vlak waarop de lichtflitsen of het patroon op te zien is. Hoe groter het vlak hoe groter de kans op een aanval. Dit is de reden waarom kinderen met lichtflitsgevoelige epilepsie niet te dicht op de televisie mogen zitten.
Daarnaast is het totale oppervlak van de retina dat gestimuleerd wordt, een kritische factor. Dit verklaart waarom het afdekken van één oog of het dragen van een donkere zonnebril kan helpen.
Slaapgebrek, alcoholgebruik, spanningen en koorts kunnen kinderen extra gevoelig maken voor lichtflitsen.

Behandeling
Niet alle kinderen met een lichtflitsgevoelige epilepsie hebben behandeling nodig. Het hangt van de frequentie en de ernst van de aanvallen af of er een behandeling nodig is. Bij een deel van de kinderen kunnen met speciale leefregels aanvallen voorkomen worden. Bij een ander deel van de kinderen zijn ook medicijnen nodig om aanvallen te voorkomen.
Het meest gebruikte geneesmiddel om nieuwe aanvallen bij lichtflitsgevoelige epilepsie te voorkomen is valproaat of valproïnezuur. Andere medicijnen die ook goed effect hebben op het voorkomen van aanvallen bij lichtflitsgevoelige epilepsie zijn levetiracetam (Keppra), lamotrigine en topiramaat.

Tips om de kans op een epileptische aanval tijdens TV-kijken of het spelen van videogames te verkleinen:
• Ga zo ver mogelijk van het scherm vandaan staan of zitten: tenminste 2,5 meter.
• Speel videogames op het kleinste beschikbare scherm.
• Kijk TV of speel in een goed verlichte kamer.
• Een lampje op de televisie zetten.
• naar een 100 Hz-televisie kijken (moderne televisies zijn allemaal 100 Hz). Door de hogere beeldfrequentie zijn ze minder epileptogeen.
• Computerbeeldschermen gebruiken met een beeldfrequentie van tenminste 70Hz of een LCD of TFT scherm.
• Wisselen van zender door middel van de afstandsbediening
• Bij het lopen in de richting van de televisie een oog afdekken
• niet te lang achtereen naar televisie kijken, op de computer werken of een videospelletje doen.
• Kijk geen TV of speel niet als je moe bent of je slaperig voelt.

Andere voorzorgsmaatregelen
• Oppassen bij discotheekbezoek of feest met discolampen.
• Een donkere zonnebril en/of pet met zonneklep dragen bij fel zonlicht.
• Het dragen van een gekleurde bril in huis of buiten.
• bij een plotseling flikkerend licht één oog af te dekken en weg te kijken van het licht.


Meer info
www.epilepsievereniging.nl
www.epilepsie.nl
www.epilepsie.net



verschenen op : 02/01/2011 , bijgewerkt op 14/01/2011


pub