Appel- of peervorm genetisch bepaald

Laatst bijgewerkt: december 2010
shutterstock_52419790.jpg

nieuws Wie veel dikmakende genen van zijn ouders heeft gekregen, weegt 7 tot 9 kilo zwaarder dan wie weinig van die genvariaties heeft. Ook erfelijk bepaald blijkt of iemand een appel- of een peervorm krijgt als gevolg van overgewicht.
Dit blijkt uit het grootste onderzoek ter wereld dat ooit is verricht naar erfelijkheid en overgewicht en waarvan de eerste resultaten zijn verschenen in het medische vaktijdschrift Nature Genetics. Voor deze studies zijn bijna 250.000 mensen wereldwijd onderzocht.

De onderzoekers keken naar de erfelijke factoren die mensen gevoeliger maken voor zwaarlijvigheid. Van de 18 nieuwe erfelijke varianten die daarbij boven tafel kwamen, bleken verschillende via de hersenen een rol te spelen in het ontstaan van overgewicht. Zo geven de hersenen bijvoorbeeld aan of je honger hebt en regelen ze de voedselverwerking tot vet. Ook bepalen de hersenen hoe goed je je kunt beheersen en hoe je eetbuien onderdrukt.

De nieuw gevonden erfelijke factoren bepalen samen met de factoren die al bekend waren maar een klein deel van de gewichtsvariatie tussen mensen. De overige erfelijke factoren zullen door andersoortig en nog grootschaliger onderzoek gevonden moeten worden.

Naast de erfelijke aanleg voor zwaarlijvigheid, bestudeerden onderzoekers ook hoe erfelijke factoren van invloed zijn op de verdeling van lichaamsvet. Die verdeling is van belang: mensen met vet rond de taille (appelvorm) hebben een verhoogde kans op suikerziekte (diabetes type-2) en hart- en vaatziekten. Vet in de dijen en de billen (peervorm) lijkt juist bescherming te bieden tegen suikerziekte en hoge bloeddruk.

De onderzoekers vonden nu 13 erfelijke factoren die invloed hebben op deze lichaamsvormen.
Er zijn ook duidelijke verschillen in de lichaamsvorm tussen mannen en vrouwen, maar de processen die dat bepalen worden in dit onderzoek nog niet duidelijk. Het onderzoek biedt echter wel biologische aanknopingspunten. Zeven van de dertien gevonden varianten blijken een veel sterker effect te hebben bij vrouwen dan bij mannen. Dit zou een belangrijke basis kunnen zijn voor de verschillen in vetverdeling tussen mannen en vrouwen.






pub