Soorten rugpijn (2): Aspecifieke nekpijn en whiplash

Laatst bijgewerkt: October 2015
In dit artikel
Soorten rugpijn (2): Aspecifieke nekpijn en whiplash

dossier Rug- en nekklachten komen heel veel voor en hebben veel verschillende oorzaken. Doordat deze problematiek zo uitgebreid is zijn er 9 verschillende dossiers over. Hieronder kan je naar het 1e (begin)dossier. Daarin onderaan kan je naar de andere 8 dossiers doorklikken.

zie ook artikel : Soorten rugpijn (1) : Aspecifieke of gewone lage rugpijn

Soorten rugpijn (2): Aspecifieke nekpijn en whiplash

whiplash-170.gif
Net zoals lage rugpijn kan nekpijn tal van oorzaken hebben: een wervelprobleem, een discus-hernia, een spierletsel, reumatoïde artritis, enz. Maar ook hier wordt in de meeste gevallen geen specifieke lichamelijke oorzaak gevonden en is er sprake van aspecifieke of mechanische nekpijn.
Alles wat in het vorige hoofdstuk werd gezegd over mogelijke oorzaken, alarmsignalen en behandeling van aspecifieke lage rugpijn, geldt ook voor aspecifieke nekpijn.

Whiplash
Veel slachtoffers van een verkeersongeval waarbij het hoofd met grote heftigheid achterover en voorover wordt geslingerd, hebben een zogenaamde ‘whiplash’, letterlijk vertaald een ‘zweepslag’. Vooral bij een kop-staartbotsing is de kans op een whiplash groot.
Een aanrijding langs achter veroorzaakt een plotse, krachtige voorwaartse versnelling. De auto schiet naar voren, de autogordel zorgt ervoor dat de rug één blijft met de zetel en meegaat met de voorwaartse beweging van de auto. Het hoofd blijft, als een losse bol op de romp, door de traagheid van beweging heel even achter. Daardoor botst het met kracht tegen de hoofdsteun. Vaak zal het hoofd vervolgens weer naar voren schieten. Doordat het hoofd trager beweegt, wordt de nek naar achter overstrekt. Deze overstrekking is groter dan de normale bewegingsvrijheid. Bij de onmiddellijk volgende vertraging volgt een overdreven buigbeweging van het hoofd naar voor. Deze beweging stopt wanneer de kin tegen het borstbeen terecht komt. Beide schokken komen zó onverwachts dat het normale verdedigingsmechanisme waarbij de halsspieren zich in een reflex opspannen, geen tijd heeft om in werking te treden.
Wat hiervan precies de gevolgen zijn, of welke letsels een whiplash veroorzaken, is niet helemaal duidelijk. Waarschijnlijk worden de gewrichtsbanden overrekt en/of worden spiervezels en zenuwuiteinden tijdelijk beschadigd. Mogelijk kunnen ook de tussenwervelschijven of de wervels verschuiven en druk uitoefenen op het ruggemerg. Of een whiplash ook een (licht) hersenletsel veroorzaakt, zoals vaak wordt beweerd, is zeer omstreden.
Klachten
Een whiplash kan aanleiding geven tot een grote variëteit aan klachten. Vandaar dat tegenwoordig gesproken wordt over het 'Whiplash Syndroom' of 'Whiplash Associated Disorders'(WAD).
Bij whiplashklachten moet een onderscheid worden gemaakt tussen acute en chronische klachten.
De acute klachten beginnen binnen de 24 uren na het ongeval. Die klachten verdwijnen in meer dan 7 op de 10 gevallen na enkele dagen of weken, soms kunnen ze een paar maanden aanslepen. Maar zowat 5% van de mensen met een whiplash blijven ook na meerdere maanden tot soms zelfs 1 jaar nog allerlei klachten hebben. In dat geval spreekt men van chronische whiplashklachten.
Typische klachten in de acute fase na een whiplash zijn:
- pijn in de nek, soms uitstralend naar het achterhoofd, de schouders en de armen;
- een stijve nek en beperkte mogelijkheid om het hoofd te buigen en te draaien;
- hoofdpijn, vooral in het achterhoofd, soms uitstralend naar het voorhoofd;
- soms een onaangenaam tintelend of brandend of doof gevoel in de armen tot in de vingers;
- soms oorsuizingen, gezichtsstoornissen, duizeligheid en misselijkheid;
- soms klachten over het geheugen, verminderde concentratie, moeheid, slaapstoornissen, stemmingsveranderingen zoals prikkelbaarheid, neerslachtigheid, enz.
Vaak wordt een indeling van whiplashpatiënten gemaakt volgens de ernst van de klachten:
- Graad 1: nekpijn en stijfheid, zonder dat er een duidelijk fysiek letsel kan worden vastgesteld.
- Graad 2: nekklachten, verminderde beweeglijkheid van de nek en objectieve aanwijzingen voor mogelijke letsels van gewrichtsbanden of spieren in de nek
- Graad 3: nekklachten en neurologische uitvalsverschijnselen zoals een verminderd gevoel of minder kracht in de armen, tintelingen...
- Graad 4: nekklachten die kunnen wijzen op een wervelprobleem of een discusletsel.
Moeilijke diagnose
De medische wereld vindt whiplash een netelig probleem, omdat men meestal geen precieze oorzaak voor de klachten vindt. Op een röntgenfoto of een MRI-scan zijn meestal geen noemenswaardige letsels te zien, en als er die al zijn, dan hebben ze vaak niets te maken met de klachten. Er bestaan ook geen specifieke tests om de whiplashklachten te onderzoeken.
Mogelijke alarmsignalen die kunnen wijzen op een wervel- of discusletsel:
De aard van het ongeval:
• Hoge snelheid (> 60 km/uur)
• een ongeval met doden
• Val van meer dan 3 meter hoogte of 5 traptreden
• Fietsongeval
• Duikaccident
Klachten:
• letsel aan het hoofd
• Neurologische symptomen: bewustzijnsverlies, duizeligheid, tintelingen of verlammingsverschijnselen in de armen, enz.
• Erge pijn in de nek
• ernstige letsels elders, bv. gebroken armen, benen of bekken.
In die gevallen zal waarschijnlijk een rontgenfoto en/of een MRI-scan van de nek worden uitgevoerd. Ook bij kinderen en bejaarden die klagen van nekpijn na een ongeval, zal de arts meestal foto’s laten maken om beschadiging van de wervels te kunnen uitsluiten.
Wanneer wordt een whiplash chronisch?
Studies tonen aan dat 7 op de 10 slachtoffers binnen de 2 maanden herstellen. 3 op 10 hebben na 6 maanden nog altijd last, en bij 1 op 10 duren de klachten langer dan één jaar. Momenteel kan men niet voorspellen bij wie de klachten snel zullen verdwijnen en bij wie ze langer zullen duren.
Er bestaan wel een aantal mogelijke risicofactoren voor een vertraagd herstel en het chronisch worden van klachten:
- de hevigheid van de nek- en/of hoofdpijn direct na het ongeval;
- neurologische afwijkingen zoals uitstralende pijn, gevoelsstoornissen, veranderingen in de peesreflexen en spierzwakte en spieratrofie;
- evenwichtsstoornissen na het ongeval
- nek- en/of hoofdpijn die reeds voor het ongeval bestonden;
- radiografisch aangetoonde verouderingsverschijnselen aan de halswervelzuil die los staan van het ongeval, zoals b.v. artrose.
Volgens steeds meer onderzoeken spelen ook psychologische factoren een belangrijke rol, zoals angst en posttraumatische depressie, bewegingsangst en neiging tot catastroferen,
Behandeling
Er bestaan geen algemeen aanvaarde behandelingsmethoden voor whiplash-klachten. Vroeger was de tendens om de patiënt langdurig thuis te houden, met veel rust en kinesitherapie. Daarvan is men meer en meer teruggekomen. Nu gaat men ervan uit dat de patiënten zo snel mogelijk opnieuw actief moeten zijn. Dit versnelt niet alleen het genezingsproces, maar helpt ook een evolutie naar chronische klachten voorkomen.
Blijf actief.
Hervat zo snel mogelijk uw dagelijkse activiteiten en uw werk. Het is belangrijk activiteiten geleidelijk op te bouwen zonder dat de pijn té hevig wordt.
Oefenprogramma
Voorzichtige oefeningen van de halsspieren binnen de pijngrens, kunnen helpen om sneller weer normaal te kunnen functioneren. In een volgende fase kunnen aangepaste kineoefeningen waarbij op de lokaal ontstane bewegingsbeperkingen en spierkrachtsveranderingen wordt ingespeeld, helpen om de verloren beweeglijkheid en kracht te herwinnen. Deskundige begeleiding is hierbij onmisbaar.
Manipulatie
Tot nu toe is het niet bewezen dat manipulatie (chiropraxie, ostheopathie of kraken, het met de handen bewerken van de wervelkolom, enz) enige positieve invloed hebben in de acute fase. Brutale, krachtige manipulaties van de halswervelzuil moeten onmiddellijk na het ongeval absoluut vermeden worden.
In een later stadium kunnen voorzichtige uitrekkingen van de halswervelzuil volgens de lengteas van het lichaam door een ervaren kinesist soms nuttig zijn.
Halskraag
Het dragen van een halskraag na een whiplash wordt tegenwoordig eerder afgeraden. Men mag de kraag zeker niet te lang dragen, 2 à 3 dagen is een maximum, omdat daardoor de halsspieren verzwakken waardoor de klachten blijven aanslepen.
Warmte of koude
Warmte door middel van infrarood , hotpacks, enz..., kan tijdens de eerste dagen helpen om de pijn en de stijfheid te milderen. Men moet echter voorzichtig te werk gaan met warmte omdat dit de ontstekingsverschijnselen kan aanwakkeren. De warmtetherapie mag bijgevolg slechts gedurende een 20-tal minuten en hoogstens éénmaal om de 3 uur toegepast worden.
Chronische pijnklachten en spierspasmen reageren beter op afkoeling met ijs.
Lasertherapie, ultrasoontherapie, acupunctuur
Van al deze behandelingswijzen is niet echt aangetoond dat ze helpen. Volgens sommige studies hebben ze een beperkt effect, andere studies konden geen effect aantonen. Hetzelfde geldt voor technieken zoals PEMT (pulsed electro magnetic therapy’) midden-frequente electrotherapie, iontoforese, enz.
Geneesmiddelen
Pijnstillers (zoals paracetamol) en/of niet-steroïdale ontstekingsremmers (zoals ibuprofen) kunnen in de eerste fase helpen tegen de pijn, en onrechtstreeks ook het bewegen vergemakkelijken. Bij hevige klachten kan de arts eventueel gedurende enkele weken sterkere pijnstillers (opiaten) voorschrijven, voornamelijk met het doel om het hernemen van de normale activiteiten te bevorderen.
Of spierontspanners helpen tegen gespannen spieren is niet aangetoond.
Injectietherapie
Het intraveneus toedienen van corticosteroïden zou helpen tegen de pijn en het genezingsproces versnellen. Bij aanslepende klachten zou het inspuiten van corticostoïden in de facetgewrichten enige vermindering van de pijnklachten veroorzaken. Toch wordt dit niet aangeraden omwille van de mogelijke nadelen.
Interventionele pijnbestrijdingstechnieken
Interventionele pijnbestrijdingstechnieken, zoals Radiofrequente (RF) laesies van de cervicale facetgewrichten waarbij het facetgewricht met een warme naald wordt uitgeschakeld, worden slechts overwogen wanneer de klachten ondanks alle andere behandelingswijzen maanden blijven aanslepen.
Hoe voorkomen?
Het is niet zeker dat men een whiplash-letsel kan voorkomen door bepaalde aanpassingen aan de auto.
Mogelijk verkleint men wel het risico door de afstand tussen hoofd en hoofdsteun zo klein mogelijk te maken. Dat houdt in dat u de rugleuning van de autozetel goed verticaal moet zetten en dat de bovenkant van uw hoofdsteun ongeveer gelijk moet lopen met de bovenkant van uw hoofd, zodat het hoofd echt tegen de steun kan rusten.

Meer lezen
www.vzw-whiplash.be
www.ninds.nih.gov/disorders/whiplash/whiplash.htm
Richtlijn Diagnostiek en Behandeling van mensen met Whiplash Associated Disorder I / II 2008 - www.cbo.nl


verschenen op : 13/09/2010 , bijgewerkt op 28/10/2015
pub

Blijf op de hoogte!

Schrijf je in op onze nieuwsbrief:

Nee, bedankt