ad

Hoe herken je onderkoelingsverschijnselen?

Laatst bijgewerkt: december 2009

nieuws Bij buitenactiviteiten in winterweer kunnen onderkoelingsverschijnselen (hypothermie) optreden. Het hoeft hiervoor helemaal niet zo koud te zijn. Zo kunnen onderkoelingsverschijnselen al optreden bij temperaturen van 15 graden Celsius en lager. Het risico wordt namelijk niet alleen bepaald door de temperatuur, maar ook door de combinatie met windsnelheid. in vaktaal de ‘wind-chill’ factor genoemd. Een lage buitentemperatuur, wind en winddoorlatende kledij kunnen het lichaam zo sterk afkoelen dat de geproduceerde warmte tijdens sport onvoldoende is.
Skiën bij een buitentemperatuur van –1°C en bij windsnelheid (ten opzichte van het lichaam) van 32 km/u voelt bv. aan als –15°C. Bij een buitentemperatuur van –12°C wordt dit reeds –32°C. Bij zulke temperaturen komt men in de gevarenzone voor vrieswonden. Regen vergroot de kans op het ontstaan van onderkoelingsverschijnselen, doordat dit het isolerend vermogen van veel soorten kleding negatief beïnvloedt.
Maar ook bij ‘langzame’ sporten zoals bv. wandelen is een adequate bescherming tegen de kou en de wind een noodzaak. Vooral kleine kinderen die tijdens een wandeling op de rug van de ouder gedragen worden en dus zelf geen inspanning leveren, moeten zeer goed ingepakt worden. Hun warmteproductie ligt veel te laag om gedurende lange tijd te vertoeven in een extreem koude omgeving. En bovendien hebben kinderen relatief gezien meer huidoppervlak in verhouding tot het lichaamsvolume, waardoor ze ook meer warmte verliezen. Vooral via het hoofd dat in verhouding tot de rest van het lichaam relatief groot is. Elk jaar worden er in de wintersportgebieden kleine kinderen in ziekenhuizen opgenomen met hypothermie-verschijnselen.
Ook wanneer men door bv. een ongeval of pech langere tijd geïmmobiliseerd raakt en enige tijd onbeweeglijk blootgesteld wordt aan weer en wind, kunnen onderkoelingsverschijnselen optreden.
Ouderen lopen een verhoogd risico onderkoeld te raken. Naarmate het lichaam ouder wordt, is het minder goed in staat bij koud weer op temperatuur te blijven. Ouderen hebben bovendien minder gevoel voor kou en merken niet altijd dat hun lichaamstemperatuur daalt.

Alarmsignalen
De effecten van een onderkoeling zijn naargelang de ernst ervan meer of minder uitgesproken. De normale kerntemperatuur schommelt rond de 37°C, maar op andere plaatsen bv. de handen kan deze veel lager liggen. Hypothermie slaat echter alleen op de centrale lichaamstemperatuur die onder invloed van blootstelling aan koude daalt.
Meestal ontwikkelen de symptomen zich in de loop van enkele uren of dagen, maar iemand die is blootgesteld aan koud water of harde wind, kan in enkele minuten onderkoeld raken, ook al voelt hij de kou zelf niet.

Fase I : Afweerfase
De kerntemperatuur van het lichaam daalt onder de 35°C
Symptomen
- Koude, bleke huid.
- Normaal bewustzijn, soms licht verward
- Rillen, klappertanden
- Pijnlijke gewaarwording in handen en voeten
- Onregelmatige hartslag
- Stijging van de bloeddruk
- Vertraagde ademhaling

Fase II : Uitputtingsfase
De kerntemperatuur daalt verder en ligt tussen 33 en 27°C.
Bijkomende symptomen
- Verminderd bewustzijn, slaperigheid
- Verstijfde spieren (rillen en klappertanden stopt)
- Pijn verdwijnt
- Trage, onregelmatig hartslag
- Oppervlakkige en onregelmatige ademhaling

Fase III : Verlammingsfase
De kerntemperatuur daalt onder de 27°C
Symptomen
- Diepe bewustloosheid
- Geen reflexen, algehele spierverslapping
- Geen pupilreactie
- Zeer zwakke hartslag
- Zeer trage ademhaling




ad


pub