Premature baby’s

Laatst bijgewerkt: november 2009

nieuws In België werden vorig jaar ongeveer 5750 baby’s minstens 3 weken te vroeg geboren, dat is 8,2% van het totaal aantal geboorten. Dit aantal is de laatste jaren met bijna 50% gestegen.
Om aandacht te vragen voor te vroeg geboren kinderen, organiseert de Vlaamse Vereniging voor Ouders van Couveusekinderen (VVOC) op 17 november samen met een aantal andere Europese patiëntengroepen voor de eerste keer een "Prematurity Awareness Day".
Veel mensen denken dat zij niet verschillen van andere kinderen, behalve dat ze mogelijk een moeilijkere start hebben gehad en iets langer in het ziekenhuis zijn gebleven. Dit terwijl de impact op het kind, de ouders en de maatschappij zeer groot is en veel van deze kinderen niet ongeschonden uit de strijd komen.

Een premature baby is een baby die geboren wordt voor 37 weken zwangerschap, dus ten minste één maand te vroeg. De grootste groep prematuren wordt geboren tussen 32 en 36 weken zwangerschap. Met goede ondersteuning en verzorging komen deze boorlingen er zonder veel problemen door. Baby's geboren tussen 28 en 31 weken zijn ernstig prematuur. De risico's op verwikkelingen zijn in deze groep veel groter. Nog veel zwakker staan de kindjes die vóór 28 weken zwangerschap geboren worden.

Een baby van 24 weken weegt gemiddeld 660 gram en op 26 weken gemiddeld 700 gram. Net zoals voor normale pasgeborenen hanteert men voor premature borelingen gewichtsnormen. Het lichaamsgewicht is echter niet doorslaggevend voor de overlevingskansen: een echte ondergrens bestaat niet. Alles hangt af van de vitaliteit van de baby.
Wordt een baby geboren vóór 24 weken zwangerschap, dan zijn de overlevingskansen of de kansen op een kwaliteitsvol leven minimaal en worden in principe geen intensieve zorgen toegediend. Men beperkt zich tot de menselijke zorgen en wordt erop toegezien dat het kind geen pijn lijdt, tenzij het kind uitzonderlijk vitaal is. Tussen 24 en 26 weken bevindt zich een grijze zone. Na nauwkeurige observatie van de vitaliteit van de pasgeborene, overleg met de ouders en met de verloskundige wordt een beslissing genomen of men al dan niet intensieve zorgen toedient of eerder een comfortbehandeling start. De goed geïnformeerde ouders hebben daarin steeds het laatste woord.

Ouders van een premature baby willen weten hoeveel kansen hun kind heeft op een normaal leven, maar dat is nooit helemaal voorspelbaar. Ze moeten leren omgaan met onzekerheid. In de loop van het verblijf van het kind op de afdeling intensieve neonatale zorg in het ziekenhuis, kan men gaandeweg wel beter inschatten of de baby al dan niet gunstig evolueert. Over de levenskwaliteit op termijn blijft het moeilijk uitspraken doen. Tenzij er ernstige verwikkelingen zijn geweest, zoals een uitgebreide hersenbloeding.
Wat prematuren zo kwetsbaar maakt, is hun immaturiteit of onrijpheid. Veel orgaansystemen zijn nog niet voldoende ontwikkeld om zelfstandig te kunnen functioneren. Bij een dreigende vroeggeboorte geeft men aan de moeder corticosteroïden die de rijping van diverse orgaansystemen wat kunnen versnellen.
Een cruciaal kwetsbaar punt zijn de longen. Longblaasjes beginnen zich pas te ontwikkelen vanaf de 22ste tot 24ste zwangerschapsweek. Bij een prematuur van 28 weken verkeren de longblaasjes nog maar in hun prille ontwikkelingsstadium. Ook de luchtwegvertakkingen zelf zijn doorgaans nog heel fragiel.
De rijping van de hersenen volgt een totaal ander proces. Het enige wat men kan doen is zorgen voor optimale omstandigheden, zodat de hersenen zo goed mogelijk ontwikkelen. Een extreem jonge prematuur beschikt nog niet over alle noodzakelijke mechanismen om de bloedcirculatie naar de hersenen op peil te houden. Bovendien zorgt het nog immature hart voor een onregelmatige bloeddruk. Schade aan de hersenen van een prematuur is dus niet ondenkbaar. Daardoor gaan sommige kinderen die hun prematuriteit schijnbaar goed doorkwamen, toch met minder kapitaal aan hersencellen door het leven en kunnen zich later schoolproblemen, mentale stoornissen en andere neurologische complicaties voordoen. Dergelijke problemen zijn lang niet altijd voorspelbaar. Soms wordt de functie van afgestorven hersencellen overgenomen door andere die als het ware geherprogrammeerd worden. Soms ook niet. Zeker is dat afgestorven hersencellen niet vervangen kunnen worden.
De essentiële autoregulatie van de bloedcirculatie in de hersenen krijgt stilaan vorm bij prematuren ouder dan 31 weken. Zolang dat niet het geval is, moet de bloeddruk nauwgezet gecontroleerd worden en moeten schommelingen absoluut vermeden worden. Zelfs de verzorgingsmethoden moeten aangepast worden aan de fysiologie van het kind: manipulaties, pijn en medische handelingen moeten zoveel mogelijk vermeden worden om de baby niet te verstoren.
Het maagdarmstelsel van een prematuur kind is nog niet in staat om voedsel te verwerken: verteren lukt meestal wel, maar de darmbewegingen ontbreken. Het kind krijgt het voedsel niet voortgeduwd, de maag wordt niet geledigd en er is geen stoelgang. Daarom moet men beroep doen op een infuus. Zeer jonge prematuren worden gevoed via een infuus in de navel, bij oudere prematuren in een ader. Er worden voortdurend bloedstalen genomen om te controleren of de aanvoer van bouwstoffen constant blijft en optimaal verloopt.
Hugo Devlieger, UZ Gezondheidsbrief
Meer info:
www.vvoc.be
Dienst Neonatologie UZ Leuven - www.uzleuven.be/nl/neonatologie/algemeen



verschenen op : 02/11/2009 , bijgewerkt op 02/11/2009


pub