Hoe vaak geef ik borstvoeding?

Laatst bijgewerkt: september 2009

nieuws * Geef je baby iedere keer als hij duidelijk maakt dat hij wil eten, borstvoeding. Dit merk je aan het zuig- en zoekgedrag: happen, smakken, handjes naar de mond brengen, hoofdje bewegen, enz. Hoe meer je baby drinkt, des te meer melk je borsten aanmaken.
* Moedermelk is licht en gemakkelijk verteerbaar. Het is normaal dat hij de eerste weken om de twee à drie uur wil eten. Het voedingsritme verschilt wel van baby tot baby.
* In het begin vraagt hij dag en nacht om de 2 à 3 uur om voeding. Wacht je 4 à 5 uur met voeden, dan voelen je borsten gespannen aan, heeft je baby moeite met het drinken door de snelle stroming en loopt de melkproductie terug.
* In het begin zal elke baby ook nachtvoeding moeten krijgen. Het heeft weinig zin je kind vroeger wakker te maken of langer wakker te houden. Je kind bepaalt zelf zijn ritme. Naarmate je baby ouder wordt, zal hij minder (nacht)voeding nodig hebben.
* De eerste veertien dagen heeft je baby 8 à 12 voedingen per 24 uur nodig.
* Na enkele weken vinden de meeste baby's hun ritme. Dan komen ze op 6 à 8 voedingen per 24 uur.
* Drinkt je baby van bij de start 7 voedingen, komt hij goed bij, is hij alert en levendig, dan hoef je je geen zorgen te maken. Elke baby is anders.

Hoe lang duurt een borstvoeding?<*B>
* Er bestaat geen standaardtijd voor de duur van een borstvoeding. Elke baby drinkt in zijn eigen tempo en volgens zijn behoefte.
* Laat je baby zuigen tot hij verzadigd is en spontaan je borst loslaat.
* Het duurt enkele minuten voor de toeschietreflex goed werkt en de melktoevoer op gang komt. De voeding neemt gemiddeld 10 à 15 minuten in beslag. Zuigt je baby de eerste 10 minuten krachtig, dan heeft hij de meeste melk uit die borst opgedronken.
* Wil je baby langer zuigen, dan kan dat. De tijd chronometreren (om je baby korter te laten zuigen) heeft geen enkele zin.

Wanneer heeft mijn baby honger?
Voor je baby begint te huilen, kan je aan verschillende subtiele tekens merken dat je baby honger heeft:
* Hij kijkt alert en zoekend rond.
* Hij plooit zijn armpjes en balt zijn vuistjes.
* Hij zuigt hevig op zijn tong.
* Hij brengt zijn vuistjes naar zijn mond.
* Hij snuffelt naar je borst.
* Hij huilt.
o Denk eraan dat huilen niet altijd betekent dat je baby honger heeft. Huilen om voeding verschilt van het huilen voor een knuffel of voor troost.
o Voeden wanneer je baby huilt of overstuur is, maakt het aanleggen moeilijker.

Moet een baby nog iets anders eten dan borstvoeding?
Normaal gezien niet. Een gezonde, voldragen baby heeft de eerste zes maanden geen andere voeding nodig dan moedermelk.
* Geef alleen extra voeding op voorschrift.
* Ook al drinkt je baby na de geboorte maar een beetje colostrum, dan is dat voldoende als bescherming tegen infecties. Leg je baby vaak en goed aan voor kleine porties, dan komt de melkproductie op gang. Denk eraan dat de eerste dagen oefendagen zijn.
* Na de geboorte verliest je baby 5 tot 10% van zijn geboortegewicht. Na 2 weken is hij weer op zijn geboortegewicht.
* Komt je baby in de eerste week niet voldoende bij, dan moet je naar de oorzaak zoeken: ben je zelf ongerust of moe, ligt je kindje niet goed of niet vaak genoeg aan, enz.
* Geef je flesvoeding bij, dan drinkt je baby minder aan de borst. Hierdoor vermindert de melkproductie. Bovendien kunnen sommige baby's de eerste weken moeilijkheden krijgen om op de juiste manier aan de borst te drinken wanneer ze regelmatig een flesje aangeboden krijgen. Het drinken aan de fles verloopt immers anders dan het drinken aan de borst.
* Moedermelk levert alles wat je baby nodig heeft om te groeien en zich te ontwikkelen. Toch is het raadzaam om baby's die borstvoeding krijgen extra vitamine K en vitamine D toe te dienen. Je krijgt hiervoor een medisch voorschrift en de nodige richtlijnen in de kraamkliniek of bij je arts.
o Vitamine K voor een betere bloedstolling. Deze vitamine is slechts in lage hoeveelheden aanwezig in moedermelk.
o Vitamine D voor de groei en ontwikkeling van het beendergestel. Deze vitamine is eveneens slechts in lage en wisselende hoeveelheden aanwezig in moedermelk.
* Extra fluoride is niet nodig. Vanaf de doorbraak van het eerste tandje verwijder je de tandplaque door te poetsen. Doe dit met een gaasje of ruw doekje en een beetje kindertandpasta.


bron: Kind en Gezin

pub