Aantal mensen met Q-koorts neemt toe in Nederland

Laatst bijgewerkt: augustus 2019

nieuws Het aantal mensen met een Q-koortsinfectie in Nederland is opgelopen tot 1429. Drie mensen hiervan zijn overleden. De dodelijke slachtoffers werden in het ziekenhuis opgenomen met de diagnose Q-koorts.
Q-koorts is een ziekte die wordt veroorzaakt door een bacterie (Coxiella burnetii). Q-koorts kwam in Nederland vóór 2007 slechts af en toe voor. Jaarlijks werden gemiddeld 15 mensen met deze ziekte gemeld. Sinds 2007 is het aantal meldingen van Q-koorts gestegen. Het begon in 2007 met een uitbraak in Noord-Brabant van circa 190 ziektegevallen. In 2008 waren dat er ongeveer 1000 in een groter gebied in Noord-Brabant en Zuid-Gelderland.
In 2007 en 2008 deed zich in Nederland een epidemie van Q-koorts voor met resp. 196 en 906 bevestigde ziektegevallen, vooral in het zuidoosten van het land. De afgelopen jaren rapporteerden 22 melkgeitenhouderijen verschijnselen van Q-koorts, namelijk abortus.
In 2008 heeft het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit een aantal maatregelen genomen om de transmissie van geiten naar de mens te beperken: Q-koorts werd een meldingsplichtige ziekte, hygiënische regels werden gesteld aan de mestverwerking en vrijwillige vaccinatie van melkgeiten werd aangeboden. Vanaf 2009 zijn nieuwe maatregelen genomen met verplichte vaccinatie van alle melkgeiten en -schapen in een straal van 45 km rond Uden en in heel Noord-Brabant, verplichte hygiënische voorzorgen voor alle melkgeiten en -schapenkudden in heel het land, controle van knaagdieren, behandeling van mest, en mens-geitcontact.

De ziekte gevallen in 2009 zijn deels het gevolg van vespreiding door nog niet gevaccineerde geiten en deels het gevolg van verspreiding van bacteriën in de omgeving vanuit eerder besmette geitenbedrijven.
De ziekte wordt meestal overgebracht naar de mens door besmet fijnstof dat wordt ingeademd. Geïnfecteerde dieren zijn meestal niet ziek, maar het kan vooral bij geiten miskramen en vroeggeboortes veroorzaken. De urine, ontlasting, melk, moederkoek, vruchtvliezen en het vruchtwater van geïnfecteerde dieren is besmettelijk. Vooral tijdens een miskraam of geboorte vindt veel uitscheiding van de bacterie plaats. De bacterie kan lang (maanden tot jaren) overleven in stof of zand. Door verwaaiing kan de bacterie in de lucht komen. Op die manier kan de bacterie afhankelijk van de weersomstandigheden tot enkele kilometers verspreid worden.

Het drinken van besmette rauwe melk of het eten van rauwmelkse producten zou ook een bron van besmetting kunnen zijn. Tot op heden zijn er echter geen aanwijzingen dat er door consumptie van deze producten mensen in Nederland ziek zijn geworden.
De meeste besmettingen verlopen zonder dat je het merkt of als een milde griep. Bij een ernstiger verloop begint de ziekte meestal acuut met heftige hoofdpijn en hoge koorts. Daarbij kunnen koude rillingen, spierpijn, misselijkheid en braken, een longontsteking en pijn op de borst voorkomen. Wanneer er ziekteverschijnselen optreden gebeurt dat gemiddeld twee tot drie weken na besmetting.
Naast de acute vorm bestaat er ook een zeldzame chronische vorm van Q-koorts. Dit is meestal is een ontsteking van de hartkleppen. Dit komt soms voor bij patiënten met een verminderde weerstand of met al bestaande hartklepafwijkingen.

Mensen die veel met vee in aanraking komen, zoals veehouders, dierenartsen, slachthuispersoneel en laboratoriummedewerkers lopen het meeste risico op besmetting. Patiënten met een verminderde weerstand lopen meer risico om na besmetting ziek te worden. Zwangeren hebben een verhoogde kans om een chronische infectie te ontwikkelen.
Meestal geneest Q-koorts spontaan na een à twee weken. Soms is het nodig om te behandelen met een antibioticakuur. De behandeling duurt drie weken. Als er sprake is van de zeldzame chronische vorm van Q-koorts duurt de behandeling lang (soms jaren).
Omdat de bacterie vooral door (kleine) herkauwers (schapen en geiten) wordt overgedragen doet u er goed aan om bij contact met deze dieren goede hygiëne in acht te nemen (handen wassen na diercontacten). Omdat de bacterie door besmette dieren in grote hoeveelheden in de omgeving wordt gebracht en dan als besmette stofdeeltjes over grote afstand kan worden verspreid biedt geen enkele maatregel 100% bescherming.

Aan zwangere vrouwen wordt het advies gegeven om contact met schapen en geiten te vermijden tijdens, en een paar weken na het lammeren, zeker als er zich bij het lammeren problemen hebben voorgedaan. Q-koorts komt voor in heel Nederland maar de kans op besmetting met Q-koorts is klein. Zwangeren lopen vooral risico in de periode februari tot mei, als de meeste lammeren (schaap of geit) geboren worden en de zwangere direct contact heeft met deze dieren. Als je wel besmet raakt is er een (hele kleine) verhoogde kans op vroeggeboorte of een miskraam. Zwangeren die ziek zijn met koorts, hoofdpijn en longklachten, kunnen bij de huisarts nagaan of de klachten passen bij Q-koorts. De huisarts kan beslissen of nader bloedonderzoek nodig is en bepalen of er inderdaad sprake is van Q-koorts. Zonodig kan de huisarts antibiotica voorschrijven.
De bacterie wordt geïnactiveerd door pasteurisatie of koken. Vermijd daarom het drinken van rauwe melk en het eten van rauwmelkse producten.
Recente uitbraken van Q-koorts in Europa zijn ook gedocumenteerd in het Verenigd Koninkrijk, Slovenië en Duitsland. In België komt de ziekte niet voor. In 2006 werden wel enkele gevallen van Q-koorts vastgesteld bij Antwerpse studenten na een verblijf in Israël.




Wil je onze artikels graag ontvangen in je mailbox?

Schrijf je hier in voor onze nieuwsbrief.

eenvoudig terug uit te schrijven
Wij verwerken jouw persoonsgegevens conform het Privacy-beleid van Gezondheid NV / Mediahuis.
volgopfacebook

volgopinstagram