Waaraan kan ik merken dat ik besmet ben met hepatitis C?

Laatst bijgewerkt: mei 2009

nieuws De overgrote meerderheid van de patiënten die besmet zijn met hepatitis C hebben geen specifieke klachten of geheel geen klachten. Meer dan de helft van de geïnfecteerden weet dan ook niet dat ze besmet zijn, want ze voelen zich de eerste 10 tot 20 jaar na de besmetting nog gezond. Daardoor is hun lever vaak al sterk beschadigd op het ogenblik dat de diagnose wordt gesteld.
Om te weten of je besmet bent of niet, is een bloedproef nodig. Je huisarts kan je bloed laten testen op de aanwezigheid van hepatitis C-antistoffen. Als deze antistoffen positief zijn, zal je huisarts je doorsturen naar een leverspecialist die bijkomende bloedtesten zal uitvoeren om na te gaan of je chronisch geïnfecteerd bent, d.w.z. of het virus zelf nog in je bloed detecteerbaar is. Als de RNA-test positief is, zullen er bijkomende onderzoeken gebeuren om vast te stellen hoe ernstig de leverontsteking is en in hoeverre er al beschadiging van de lever is opgetreden. De leverspecialist zal, rekening houdend met verschillende factoren, met jou overleggen om al dan niet te behandelen.
Screening voor hepatitis C is volgens de Belgian Association for the Study of the Liver (BASL) aangewezen bij de volgende personen:
• Personen die voor 01-07-1990 (datum waarop systematische tests voor hepatitis C startte op bloed en bloedprodukten) een bloedtransfusie kregen, een zware chirurgische ingreep ondergingen, een orgaantransplantatie kregen of via een keizersnede zijn bevallen;
• Personen die ooit drugs hebben gebruikt, via intraveneuze of intranasale weg, ook al is het maar één keer in hun leven en zelfs al is het lang geleden;
• Pasgeborenen van moeders met hepatitis C: een Anti-HCV na 15 maanden of HCV RNA (kwalitatieve test) op de leeftijd van 2 – 6 maanden;
• Seksuele partners en huisgenoten van patiënten met hepatitis C;
• Personen met tatoeages, piercing, acupunctuur zonder gebruik van wegwerp of persoonlijk materiaal;
• Personen die medische zorgen kregen in landen waar hepatitis C veel voorkomt, zoals Zuid-Oost Azië, Het Midden Oosten, Zuid Amerika);
• Personen die in de gevangenis zitten of hebben gezeten.
• Personen met onverklaarde verhoging van de transaminasen (eiwitten die door de lever worden afgescheiden als hij wordt aangevallen);
• Patiënten die HIV-positief zijn of die besmet zijn met hepatitis B;
• Personen met onverklaarde vermoeidheid;
• Personen met een voorgeschiedenis van onverklaarde geelzucht.

Meer info: www.hepatitisc.be



verschenen op : 30/11/2010


pub