Welke matras kiezen?

Laatst bijgewerkt: mei 2009

nieuws Een goede matras moet veerkrachtig zijn en de lichaamsdruk gelijkmatig opvangen en verdelen. Hij moet bovendien het transpiratievocht opnemen en het door verdamping weer afvoeren.
Er bestaan in wezen twee matrassoorten: van mousse of schuimrubber (polyetherschuim, koudschuim, latex of traagschuim) en met veren (binnenvering of pocketvering). Ook een combinatie van pocketvering met een laag traagschuim is mogelijk. De duurdere matrassen hebben meestal zogenaamde comfortzones die qua hardheid beter aangepast zijn aan het lichaamsdeel dat erop ligt. Daarnaast bestaan nog enkele speciale types, zoals een luchtgeveerde matras, een futon, en een waterbed.

Polyetherschuim is het goedkoopst, maar ondersteunt het minst en de ventilatie is niet zo goed. Dit is in feite alleen geschikt voor een reservebed. Koudschuim heeft een open celstructuur en geeft daarom een veel betere ventilatie en steun.

Latexmatrassen (altijd een mix van natuur- en synthetisch rubber) hebben een uitstekende vormvastheid en een zeer goede ventilatie. Ze zijn comfortabel, soepel en nooit te hard. Latex matrassen zijn ideaal om te gebruiken op lattenbodems. Het grote nadeel van latex is dat het weinig poreus is: het neemt niet goed vocht op, ademt slecht en voelt dus warm aan. Natuurlijke latex is poreuzer dan synthetische. De veerkracht van natuurlijk latex is ook groter.

De traagschuimmatras die de laatste tijd furore maakt, zou de druk van het lichaam beter verdelen, maar niet iedereen vindt zo’n matras even lekker liggen. Traagschuim (oof gekend als tempur, visco-elastisch schuim...) werd oorspronkelijk voor de ruimtevaart ontwikkeld om de druk van astronauten gelijkmatig over het lichaam te verdelen. Het schuim keert maar langzaam terug in zijn oorspronkelijke vorm. Bovendien reageert het op temperatuur: het schuim wordt harder bij koude en zachter bij warmte. De matras zal dus vooral zachter worden bij de lichaamsdelen die uitsteken, waardoor hij zich zeer goed aanpast aan de vorm van het lichaam. In de winter kan dat een nadeel zijn: in het begin is de matras koud en dus erg hard. De vochtopname en ventilatie is zeer goed, op voorwaarde dat de dichtheid, de densiteit van de matras, niet te hoog is.

Binnenvering en pocketvering bevatten beide springveren. Omdat de matras hol is heeft dit type de beste ventilatie. De dikte van het metaal en het aantal draaiingen zijn bepalend voor de mate van steun. Nadeel aan binnenvering is dat de veren aan elkaar vastzitten waardoor de hele matras beweegt als u aan een kant drukt. Bij de pocketvering zitten de veren apart in zakjes (pockets) waardoor ze onafhankelijk van elkaar bewegen. Dat geeft een betere ondersteuning en maakt hem ook geschikt voor verstelbare lattenbodems. Dat deze matrassen ongezond zijn omdat het metaal van de veren statische elektriciteit opwekt, zoals soms wordt beweerd, is nooit aangetoond.

• Vrij nieuw is de luchtgeveerde matras, een gesofistikeerde luchtmatras die is afgeleid van de matrassen die in ziekenhuizen worden gebruikt tegen doorligwonden.

De Japanse futonmatras ten slotte bestaat uit lagen katoen, al dan niet gecombineerd met latex en kokos. Hij is erg stevig en wordt gewoonlijk gecombineerd met een harde lattenbodem. Futons met een soepele vulling kunnen worden gebruikt met een traditionele bedbodem.

Als vulmateriaal en als toplaag worden allerlei materialen gebruikt vilt, katoen, wol, linnen, paardenhaar, zeegras, kokosvezel, enz. Hieraan worden allerlei eigenschappen toegeschreven, zoals vochtregulerend, antiallergisch, ontspannend... Hecht hieraan niet al te veel belang, maar ga vooral af op het comfort. Belangrijker zijn de matrashoes en de matrasbeschermer. Kies bij voorkeur een afneembare hoes en een matrasbeschermer die comfortabel aanvoelen, die goed vocht opnemen en die u kunt wassen. Natuurlijke vezels (wol, linnen, katoen...) verdienen meestal de voorkeur. Voor mensen die allergisch zijn aan huisstofmijt, wordt aangeraden om een allergeendichte hoes rond de matras aan te brengen en een synthetische matrasbeschermer te gebruiken.
Belangrijk is ten slotte dat de matras past bij de matrasdrager. Hou bijvoorbeeld rekening met verstelmogelijkheden. Matrassen met een pocketvering kunnen niet op elke lattenbodem, de meeste koudschuim- en latexmatrassen zijn dan weer enkel geschikt voor een lattenbodem.

Een matras moet – afhankelijk van het type – om de 10 à 15 jaar worden vervangen. Door de matras geregeld te draaien, zowel in de lengte als in de breedte, en een matrasbeschermer te gebruiken, kunt u de levensduur verlengen.

zie ook artikel : Waarop letten bij aankoop van een bed?

zie ook artikel : Welke matrasdrager kiezen?



verschenen op : 31/03/2009 , bijgewerkt op 04/05/2009


pub