Hoe wordt hoge bloeddruk (hypertensie) behandeld?

Laatst bijgewerkt: januari 2009

nieuws Bij een behandeling van hypertensie moet volgens de richtlijnen van de Wereld gezondheidsorganisatie (WGO) gestreefd worden naar een bloeddruk beneden 130/85 mm Hg. Aangezien men meestal geen lichamelijke klachten van zijn verhoogde bloeddruk ervaart, is het van uiterst belang om zich aan de voorgeschreven behandeling te houden.

Niet-medicamenteuze behandeling
Behandeling van hypertensie betekent op de eerste plaats veranderingen in de leefwijze:
- Stoppen met roken.
- Vermageren indien u lijdt aan overgewicht (BMI boven 25, tailleomtrek van meer dan 88 cm bij vrouwen en meer dan 102 cm bij mannen).
- Minder alcohol: drink niet meer dan twee glazen alcohol per dag en liefst niet elke dag.
- Verminderen van zoutgebruik: vermijd zoute voedingsmiddelen (zoals haring, zoute snacks, bereide maaltijden, …) en extra zout op het eten, gebruik zoutarm brood.
- Gezonde eetgewoonten: Eet vooral groente, fruit, aardappels en graanproducten. Kies voor magere melk- en magere vleesproducten, kip, vis of plantaardige vleesvervangers. Eet weinig verzadigde vetten. Kies in plaats daarvan voor onverzadigde vetten zoals in dieetmargarine, vloeibare bak- en braadproducten en plantaardige olie.
- een aangepast bewegingsprogramma: minstens vijf dagen per week een halfuur bewegen zoals stevig wandelen, fietsen, zwemmen, dansen, traplopen of tuinieren.

Bloeddrukverlagende geneesmiddelen (antihypertensiva)
Er bestaan verschillende klassen van antihypertensiva (plaspillen of diuretica, betablokkers, calciumantagonisten, ACE-remmers, alfablokkers, angiotensine II-receptorantagonisten of sartanen en antihypertensiva met centrale werking of SIRA’s). De arts zal beslissen, in functie van de specifieke noden van de patiënt, welk type geneesmiddel wordt voorgeschreven.
Tenzij er specifieke tegenaanwijzingen zijn, zullen eerst de goedkoopste en best bekende geneesmiddelen worden voorgeschreven (plaspillen of betablokkers). ACE-remmers en calciumantagonisten zijn een tweede en duurdere keuze.

De behandeling start met een lage dosis. Zo worden eventuele nevenwerkingen beperkt. Bij onvoldoende bloeddrukcontrole wordt de dosis voorzichtig opgedreven. Om nevenwerkingen te vermijden, is het dikwijls beter om een kleine dosis van een tweede product toe te voegen. Het is dus niet ongewoon dat de arts meerdere geneesmiddelen uitprobeert voor hij het geneesmiddel vindt dat het beste bij de patiënt past. Bij 50 % van de patiënten volstaat één geneesmiddel niet en is het nodig er een tweede of zelfs een derde bij te nemen. In geval van ernstige hypertensie is steeds een combinatie van verschillende medicatiegroepen noodzakelijk.
Men geeft meestal de voorkeur aan producten met verlengde werking, die slechts éénmaal per dag moeten worden ingenomen.
Over het algemeen moet de behandeling levenslang gevolgd worden. Soms kan de medicamenteuze behandeling worden verminderd of zelfs stopgezet, vooral bij patiënten die consequent hun leefstijl hebben verbeterd.



verschenen op : 30/11/2010


pub