GSM-antennes: Schadelijk voor uw gezondheid?

Laatst bijgewerkt: oktober 2015

dossier Mobiele telecommunicatie maakt gebruik van radiofrequente elektromagnetische velden. Sommige mensen maken zich zorgen over de effecten van deze elektromagnetische velden van bijvoorbeeld GSM- of UMTS-antennes op hun gezondheid. Er bestaat tot nu toe geen enkele aanwijzing dat elektromagnetische velden van GSM- of UMTS-antennes gezondheidsklachten (zoals hoofdpijn, vermoeidheid of duizeligheid), een slechter geheugen of verminderde reactiesnelheid veroorzaken.

Hoe werkt een GSM-antenne?

Een draadloze GSM- of UMTS-telefoon zet onze gesprekken om in radiofrequente elektromagnetische velden of radiogolven. De radiogolven worden vervolgens naar de dichtstbijzijnde antenne gestuurd. Die antenne straalt de radiogolven weer door naar de volgende antenne. Uiteindelijk belanden de gesprekken via een centrale bij degene die we bellen.
De werking van een GSM-antenne is vergelijkbaar met die van een zaklamp: hoe verder je wilt schijnen, hoe krachtiger de lichtbron moet zijn. Bij GSM-antennes voor mobiele telefonie wordt de straling vooral in horizontale richting uitgezonden. Vlak onder de GSM-antenne is dus maar een klein deel van het zendvermogen (= de kracht van het signaal) aanwezig. Op een dak direct onder de antenne, is daardoor bijvoorbeeld slechts ongeveer 0,5% van het uitgezonden vermogen aanwezig. Bovendien neemt het zendvermogen snel af met de afstand tot de antenne.
De radiogolven van GSM- en UMTS-antennes zijn met elkaar vergelijkbaar, maar UMTS-antennes hebben een lager vermogen dan GSM-antennes, waardoor de elektromagnetische velden ook laag zijn. Ze bestrijken zodoende een kleiner gebied, en daarom zijn er meer van nodig. Het uitgezonden vermogen van een UMTS-zender ligt circa 2,5 maal lager dan van een gsm-zender. De gemiddelde veldsterkte van UMTS is dan ook lager dan van gsm. De gemiddelde veldsterkte van een gsm-antenne die in huis gemeten wordt is minder dan 1 Volt/meter. Bij een UMTS-antenne is dit minder dan 0,5 Volt/meter. Ter vergelijking: de Europese blootstellingsnormen voor gsm zijn 41 en 58 Volt/meter en voor UMTS 61 Volt/meter.

Antwoord op enkele veel voorkomende misverstanden

De gemiddelde elektromagnetische veldsterkte wordt lager als antennes verder weg staan

Dit is niet juist. De sterkte van de elektromagnetische velden die door een antenne worden opgewekt, worden voor een groot deel bepaald door het vermogen waarmee de antenne uitzendt. Naarmate antennes verder van gebruikers af staan, zenden deze met meer vermogen uit om toch mobiel bellen door gebruikers mogelijk te maken. Hierdoor is de veldsterkte, met name in de gebieden in de buurt van de antennes, juist groter dan in het geval waarin de antennes optimaal over de plaats verspreid staan.
Bovendien zendt een mobiele telefoon, die ook voortdurend contact zoekt met de dichtstbijzijnde antenne, eveneens met hoger vermogen uit om het contact met de antenne tot stand te brengen. In algemene zin geldt: hoe dichter de antenne bij de gebruiker staat, hoe lager het uitgezonden vermogen is en hoe lager daarmee de gemiddelde veldsterkte is.

Hoe meer antennes er komen, hoe meer elektromagnetische velden er komen waaraan we worden blootgesteld.

GSM-mast-2-120.jpg
Het aantal antennes is niet bepalend voor de sterkte van elektromagnetische velden. De sterkte wordt bepaald door het zendvermogen van een bepaalde installatie. Hoe groter het bereik van een zender, des te groter ook het vermogen moet zijn.
Bij het plaatsen van antennes geldt bovendien altijd dat de blootstellingslimieten niet overschreden mogen worden op plaatsen waar het publiek kan komen (zie verder). Dit geldt voor één antenne, maar ook voor meerdere antennes op één locatie.
Het totaal uitgezonden vermogen in de band 10 MHz – 10 GHz door antennes voor omroep en mobiele communicatie, wordt voor 2002 geschat op 956 kW en in 2005 op 1 057 kW. Dit correspondeert voor Vlaanderen met een gemiddeld uitgezonden vermogen per vierkante kilometer van 71 W/km² en 80 W/km² voor respectievelijk het jaar 2002 en 2005. Ondanks de toename van het aantal sites voor mobiele communicatie is het totaal vermogen lichtjes gedaald. Door toename van het aantal basisstations wordt het gebied dat door één basisstation moet bediend worden kleiner, en bijgevolg is het uitgezonden vermogen nodig voor een zelfde netwerkcapaciteit kleiner.

UMTS werkt met een gepulst signaal en is daardoor gevaarlijk

Dit is niet correct. Ten eerste werkt UMTS niet met een gepulst signaal (een signaal dat in een bepaald patroon steeds weer aan en uit gaat), maar met een continu signaal. Bij UMTS is er constant verbinding met de gebruiker. Door aan elke gebruiker een code toe te kennen, kunnen meerdere gebruikers gelijktijdig en toch onafhankelijk van elkaar via één kanaal communiceren. gsm werkt wel min of meer met een pulssignaal; elke gebruiker krijgt een bepaald tijdslot toegewezen en zo kunnen (maximaal 8) gebruikers opeenvolgend gebruik maken van één kanaal. Dit in- en uitschakelen van gebruikers geeft een bepaald patroon dat door sommigen als "gepulst" wordt bestempeld.
Zowel gepulste radiogolven als niet-gepulste radiogolven zijn ongevaarlijk, zolang de blootstelling onder de geldende blootstellinglimieten blijft. Een aantal onderzoeken heeft gekeken naar hoe de verschillende radiogolven het menselijk lichaam beïnvloeden. Geen van deze onderzoeken heeft bewezen dat deze radiogolven gezondheidsrisico's opleveren.

Wij worden in onze directe woonomgeving steeds meer geconfronteerd met elektromagnetische velden.

In huis hebben we allerlei bronnen die radiogolven uitzenden, zoals radio en televisie, de draadloze telefoon en de babyfoon. Bronnen buitenshuis zijn de antidiefstalpoortjes in winkels, zendamateurs, de omroepzenders voor radio en televisie en radar voor scheep- en luchtvaart. Draadloze netwerken die toegang geven tot bijvoorbeeld het internet maken ook gebruik van radiogolven voor hun informatieoverdracht. Voorbeelden zijn de lokale draadloze netwerken zoals WLAN (Wireless Local Area Network) en WiFi (Wireless Fidelity). Ook digitale televisie gebruikt radiogolven.
Ondanks de komst van allerlei nieuwe toepassingen neemt de totale veldsterkte in onze dagelijkse leefomgeving (“elektrosmog”) echter niet of nauwelijks toe. De belangrijkste reden: door met nieuwe en slimmere technieken efficiënter gebruik te maken van de beschikbare ruimte kan er veel meer met minder vermogen.

Mogelijke schadelijke effecten van GSM-antennes

Sommige mensen wijten allerlei gezondheidsklachten aan een GSM- of UMTS-zendmast bij hen in de buurt. Dat geldt bijvoorbeeld voor hoofdpijn, vermoeidheid en concentratieverlies. Het ingewikkelde bij deze klachten is dat ze veel voorkomen, en dat er vaak geen eenduidige oorzaak voor bestaat. Dat maakt het ook bijna onmogelijk om te achterhalen of deze klachten inderdaad veroorzaakt worden door een zendmast in de nabije omgeving.
Tot nu toe heeft wetenschappelijk onderzoek geen verband aangetoond tussen deze gezondheidsklachten en blootstelling aan GSM- of UMTS-velden. Bovendien heeft tot nu toe niemand kunnen aantonen hoe radiogolven deze klachten precies zouden kunnen veroorzaken.
In 2003 verscheen wel een Nederlands onderzoek (het zogenaamde COFAM I – onderzoek) dat een verband aantoonde tussen UMTS-velden en het ‘welbevinden’. Onafhankelijke onderzoekers van de Zwitserse Stichting voor onderzoek naar Mobiele Communicatie constateerden in het COFAM II –onderzoek uit 2006 echter dat er geen enkele aanwijzing is dat elektromagnetische velden van UMTS-antennes gezondheidsklachten (zoals hoofdpijn, vermoeidheid of duizeligheid), een slechter geheugen of verminderde reactiesnelheid veroorzaken.
Meer informatie over het Zwitserse Cofam II-onderzoek vindt u op de website van de onderzoekers (universiteit Zürich, http://www.unizh.ch/phar/sleep/handy) en de Stichting voor onderzoek naar Mobiele Communicatie (Forschungsstiftung Mobilkommunikation, http://www.mobile-research.ethz.ch). Het artikel over het Zwitserse Cofam-onderzoek vindt u in het tijdschrift Environmental Health Perspectives: http://www.ehponline.org

De Nederlandse Gezondheidsraad heeft een speciale commissie ingesteld met experts op het gebied van wetenschappelijk onderzoek en elektromagnetische velden. Deze commissie bekijkt alle publicaties gedetailleerd om de kwaliteit van die onderzoeken te kunnen bepalen. Jaarlijks doet ze verslag van haar bevindingen. Onderzoeken die zeggen effecten te hebben gevonden, worden door de Gezondheidsraad beoordeeld als van onvoldoende wetenschappelijk kwaliteit. In alle adviezen die inmiddels van de Gezondheidsraad verschenen zijn, geeft ze aan dat gezondheidseffecten op korte termijn van antennes niet zijn aangetoond.
Er bestaat evenwel nog geen onderzoek naar de gezondheidseffecten van GSM- en UMTS-antennes op de langere termijn. Wel zijn er onderzoeken gedaan naar effecten van andere bronnen van radiogolven. Daaruit blijkt dat er geen verhoogde kans is op langetermijneffecten, zoals kanker. Over klachten door langdurige blootstelling geeft de Nederlandse Gezondheidsraad aan dat deze niet te verwachten zijn.
Internationaal komt de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) op basis van beoordeling van al het beschikbare wetenschappelijk onderzoek tot dezelfde conclusie.

Thermisch effect

zendmast.jpg
In diverse wetenschappelijke onderzoeken is wel aangetoond dat sterke elektromagnetische velden weefsels kunnen verwarmen. Dit is het thermisch effect.
Om te voorkomen dat ons lichaam te veel opwarmt zijn blootstellingslimieten opgesteld. De International Commission on Non-Ionizing Radiation Protection (ICNIRP) heeft onderzocht wanneer het menselijk lichaam teveel opwarmt. De grenswaarde die gevonden is, is voor de beroepsbevolking met een factor 10 en voor het algemene publiek met een factor 50 verlaagd. Op die manier zijn de blootstellingslimieten vastgesteld. De blootstellingslimieten geven de maximale waarden weer waar een persoon continu aan mag worden blootgesteld. Als de limieten niet worden overschreden, is er geen risico voor te grote opwarming. De limieten kunnen worden overschreden op korte afstand, dat wil zeggen op afstanden korter dan ongeveer drie meter horizontaal 'in de bundel' en een halve meter in andere richtingen (dus onder, boven en achter de antenne).
Vanuit het voorzichtigheidsprincipe worden, zoals voorgesteld wordt door de Hoge gezondheidsraad, in België strengere normen gehanteerd dan wat internationaal wordt aanbevolen. Een dergelijke norm vangt onzekerheden op voor blootstelling van mogelijk genetisch gevoelige en zwakke individuen (o.a. kinderen en foetussen). In elk geval moet de totale blootstelling van de bevolking aan elektromagnetische velden lager zijn dan 0,02 W/kg (uitgemiddeld over het ganse lichaam).

Wanneer meerdere sterke signalen aanwezig zijn, zou het kunnen dat de blootstelling t.g.v. elke bron apart de limieten niet overschrijdt, maar de gecumuleerde blootstelling wel. Indien de blootstelling gekarakteriseerd wordt, moet dan ook de totale frequentieband beschouwd worden.
Het Belgisch Instituut voor Postdiensten en Telecommunicatie (BIPT) houdt toezicht op de Belgische limieten. In de periode 2000-2005 heeft het BIPT 694 metingen gedaan. In 92% van de metingen liggen de waarden 6 tot 10 maal lager dan de Belgische limiet. Slechts bij drie van de 694 metingen is een veldsterkte teruggevonden die hoger ligt dan de Belgische norm. In bijna alle gevallen is de situatie dus veiliger dan wat de Belgische norm voorschrijft.
Wanneer de Belgische limiet toch overschreden wordt, vraagt de bevoegde minister in samenwerking met het BIPT aan de operator om de GSM-antenne aan te passen. Na de aanpassing verricht het BIPT een nieuwe meting.

Kunnen antennes elektromagnetische overgevoeligheid veroorzaken?

Het is nooit wetenschappelijk aangetoond dat elektromagnetische overgevoeligheid wordt veroorzaakt door antennes. Sommige mensen geven aan dat zij klachten hebben die volgens hen veroorzaakt worden door antennes. Zij noemen zichzelf elektromagnetisch overgevoelig. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) geeft aan dat elektromagnetische overgevoeligheid officieel geen medische aandoening is.

Kan mijn pacemaker, gehoorapparaat of ander apparaat storing ondervinden in de buurt van een GSM-antenne?

pacemaker-150.jpg
Fabrikanten van elektrische en elektronische apparaten besteden veel aandacht aan het voorkomen van storingen. Bij de huidige lage blootstelling in woon- en verblijfruimtes in de nabijheid van GSM-antennes is het vrijwel uitgesloten dat moderne medische of andere elektrische of elektronische apparaten storing ondervinden. Oudere pacemakers, van voor 1990, kunnen wel beïnvloed worden door elektromagnetische velden. Maar de afstand tussen een GSM-antenne-installatie en een pacemakerdrager is doorgaans zo groot dat een antenne geen invloed zal hebben op de pacemaker. Ook in dit geval is het goed de minimale afstand van 3 meter horizontaal in de bundel en een halve meter in overige richtingen in acht te nemen.
Wat GSM-apparaten betreft, wordt aangeraden om altijd een afstand van ten minste 15 centimeter tussen de pacemaker en de mobiele telefoon te houden. Dit geldt ook als de telefoon stand-by staat. Dat is nodig omdat er een oproep kan binnenkomen, waardoor de telefoon korte tijd op vol vermogen zendt. Wanneer de telefoon zich op zeer korte afstand bevindt van de pacemaker, dan kan dat storing tot gevolg hebben.
Net als bij pacemakers is de afstand tussen een GSM-antenne-installatie en de drager van een gehoorapparaat doorgaans zo groot dat een antenne geen invloed zal hebben op het gehoorapparaat. Ook hier is het goed de minimale eisen in acht te nemen. Een mobiele telefoon kan bij oudere hoorapparaten wel een fluittoon veroorzaken. Met modernere gehoorapparaten heeft u geen last van storingen door GSM-toestellen.

Loop ik risico als ik naast of onder een GSM-antenne woon?

Uit tal van wetenschappelijk onderzoek en adviezen van de Hoge Gezondheidsraad in België en de Gezondheidsraad in Nederland blijkt dat de elektromagnetische velden van GSM-antennes in woon- of werkruimtes direct onder de antenne niet gevaarlijk zijn. GSM-antennes werken met een laag vermogen. Bovendien zenden de antennes het meeste vermogen in een horizontale bundel uit. Staat er bijvoorbeeld een antenne op het dak van het gebouw waar u woont, dan zenden de radiogolven voornamelijk van het dak af, in horizontale richting. De radiogolven zenden niet naar beneden het dak in. Hetzelfde geldt voor antenne-installaties die in een vrijstaande mast zijn opgesteld. Deze zenden de energie horizontaal over de omringende woningen uit.
In een woning direct onder de antenne is de veldsterkte ten minste een factor 200 lager dan de waarde die als maximaal toelaatbaar wordt aanbevolen. Dit komt omdat de antenne meestal op een hoge mast is gemonteerd en het dak van het huis de elektromagnetische velden ook weer dempt. U kunt dus veilig wonen in gebouwen waarop of waarbij een antenne-installatie staat.

Uit metingen van de Vakgroep Informatietechnologie van de Universiteit Gent in 2006 op 741 plaatsen, zowel binnenshuis als buitenshuis, in de buurt van 90 GSM- en UMTS-basisstations in Vlaanderen blijkt dat de waarden binnenshuis over het algemeen lager dan buiten het huis. In meer dan 71 % van de meetposities lagen de elektrische veldwaarden meer dan 20 maal onder de Belgische referentieniveaus, en slechts in 11,6 % van de posities was de gecumuleerde verhouding groter dan 10 % van de Belgische norm. De velden zijn veelal gemeten op toegankelijke plaatsen waar de uitgezonden velden maximaal waren. Dit geeft dus geen correct beeld maar wel een “worst-case” beeld van de blootstelling aan elektromagnetische velden van GSM/UMTS basisstations in Vlaanderen.
Slechts op korte afstand, in de bundel van de antenne, kunnen grenswaarden voor blootstelling aan elektromagnetische velden worden overschreden. GSM-antennes worden in België zodanig geplaatst dat het publiek vrijwel nooit zo dichtbij de hoofdbundel van een antenne kan komen dat de Belgische norm overschreden wordt. Voor een veilige afstand tot de antenne wordt een ruime marge gehanteerd: 3 meter in horizontale richting in de bundel van de antenne en een halve meter buiten de bundel, dus onder, boven en achter de antenne.

Grotere kans op blikseminslag?

Een antenne heeft altijd een bliksemafleider. De kans dat uw woning getroffen wordt (en dat uw apparatuur beschadigd wordt) is dus klein, juist vanwege de bliksemafleider.

Is het gevaarlijk om te werken op een dak waar antennes staan?

Een veilige afstand tot een antenne om te grote opwarming te voorkomen is minimaal drie meter horizontaal 'in de bundel' en een halve meter onder, boven en achter de antenne. Omdat antennes meestal op dragers van drie tot vijf meter hoogte staan, zijn de risico's gering.
De werkgever moet u informeren over de mogelijke gevaren als u dicht bij een antenne werkt. Hij moet maatregelen nemen als blijkt dat blootstellingslimieten mogelijk worden overschreden. Dit kan betekenen dat de werkzaamheden korter mogen duren dan was gepland. Een andere optie is dat de zendmast tijdelijk wordt uitgeschakeld. De beheerders van het gebouw en van de antenne-installatie zijn verplicht om alle benodigde informatie aan de werkgever te geven.

Men wil een GSM-antenne plaatsen in onze buurt. Hebben wij daarbij inspraak?

De telecomoperatoren zijn verplicht om te zorgen voor een voldoende dekkingsgraad zodat iedereen in België de mogelijkheid krijgt om optimaal gebruik te maken van z’n mobiele telefoon. Hiervoor moeten overal voldoende GSM-antennes geplaatst worden, de hoeveelheid hangt af van het aantal gebruikers.
Het plaatsen van een GSM-antenne kan natuurlijk niet zonder toestemming van de eigenaar van de grond of het dak waarop de installatie geplaatst wordt.
Wordt de GSM-antenne geplaatst op een nieuwe pyloon van meer dan 20m, dan is een openbaar onderzoek van 30 dagen verplicht. Tijdens het openbaar onderzoek kan iedereen de plannen inkijken in het gemeentehuis en bezwaar aantekenen.
Bovendien is in sommige gevallen ook een stedenbouwkundige vergunning nodig. Volgende types van antennesites zijn vrijgesteld van stedenbouwkundige vergunning:
- antennes geplaatst in gebouwen, achter radiotransparante materialen;
- antennes geplaatst tegen gevels van gebouwen;
- antennes geplaatst op bestaande pylonen of masten;
- antennes geplaatst op gebouwen in industriegebied, maximaal 5 meter hoger dan het gebouw;
- antennes geplaatst op verlichtingspalen, niet hoger dan 3 meter boven de lichtarmatuur

Voor alle andere constructies is in Vlaanderen een stedenbouwkundige vergunning nodig.
In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is voor de installatie van antennes, masten of pylonen die dienen als antennesteun, of voor de bijhorende technische kasten een stedenbouwkundige vergunning vereist. Elementen die binnen in een gebouw worden geplaatst, hoeven geen vergunning te krijgen, voor zover ze de stabiliteit van het gebouw niet in het gedrang brengen.
Informatie over GSM-antennes in uw buurt kan u vinden via www.sites.bipt.be

zie ook artikel : Wonen & gezondheid (6/14): Straling

zie ook artikel : Gezondheidsrisico van hoogspanningslijnen

Bronnen:
- Vlaams Instituut voor Wetenschappelijk en technologisch aspectenonderzoek, www.viwta.be
- Medisch milieukundigen (MMK’s) bij de Logo’s (Lokaal Gezondheids Overleg) - www.mmk.be.
- ADVIES VAN DE HOGE GEZONDHEIDSRAAD MET BETREKKING TOT HET ONTWERP VAN KONINKLIJK BESLUIT HOUDENDE DE NORMERING VAN ZENDMASTEN VOOR ELEKTROMAGNETISCHE GOLVEN TUSSEN 10 MHZ EN 10 GHZ, 2005

- Ministerie van VROM
- www.antennebureau.nl.
- Kennisplatform Elektromagnetische Velden en Gezondheid - www.kennisplatform.nl
- Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu - www.rivm.nl



verschenen op : 05/12/2008 , bijgewerkt op 28/10/2015


pub