ad

Te veel mineralen

Laatst bijgewerkt: september 2008

nieuws Een paar dagen geleden hadden we het hier over de mogelijke schadelijke gevolgen van te veel vitamines. Dat geldt ook voor sommige mineralen en spoorelementen, zoals calcium, ijzer, zink, koper, selenium, mangaan, molybdeen en magnesium. Voor deze mineralen gelden, net zoals voor vitamines, daarom ook aanvaardbare veilige bovengrenzen van inname. Met uitzondering van zout (natriumchloride) is het bijna niet mogelijk om via een normale voeding te veel mineralen binnen te krijgen.
Voor een aantal spoorelementen die tot de zware metalen behoren, zijn ook grenswaarden gesteld aan de maximale concentraties in drinkwater. Spoorelementen zoals arseen, lood, kwik, tin, aluminium en cadmium kunnen al in kleine hoeveelheden schadelijk zijn. Van nature komen ze niet in zodanige hoeveelheden in eten voor dat ze problemen opleveren. Het kan wel gebeuren dat ze door (milieu)vervuiling in het eten terecht komen.

Calcium (Ca)
Meer dan 2,5 g calcium per dag kan leiden tot urinewegstenen, verkalking van de nieren en bloedvaatwanden. Dit geldt met name als langdurig maagzuurneutraliserende tabletten met calciumbicarbonaat (zoals Rennies) worden gebruikt.

Chloride (Cl)
Chloor wordt voornamelijk via zout opgenomen. De zoutconsumptie zou beneden 6 g per dag moeten blijven.

Chroom (Cr)
Inname tot 1 mg geldt als veilig.

Fosfor (P)
Een te grote inname van fosfor kan met een normale voeding bij een normale gezondheid niet voorkomen. Een overschot kan wel ontstaan wanneer de nieren minder goed functioneren. Hierdoor kan botontkalking ontstaan.

Fluor (F)
Langdurig gebruik van te veel fluoridetabletten geeft bruine vlekken en strepen op de tanden. Ook kunnen nieren, botten, zenuwen en spieren aangetast worden. Als aanvaardbare bovengrens wordt een waarde van 10 mg per dag aangehouden

Ijzer (Fe)
Te weinig ijzer leidt tot bloedarmoede, met als gevolg vermoeidheid. Bij het slikken van hoge doseringen ijzer (meer dan 45 mg per dag) kunnen misselijkheid, overgeven en diarree optreden. Bij mensen die daar aanleg voor hebben kan te veel ijzer op lange termijn aanleiding geven tot ijzerstapeling. Hierdoor kan schade aan de lever ontstaan en neemt mogelijk de kans op leverkanker, hart- en vaatziekten en diabetes toe. Ook kan ijzerstapeling aanleiding geven tot gewrichtspijn.
Mensen met de erfelijke aandoening hemochromatose kunnen te veel ijzer binnenkrijgen door het eten van normale, niet-verrijkte producten.

Jodium (I)
De meeste mensen kunnen een teveel aan jodium ( + 600 microgram/dag in de voeding zonder problemen verdragen. Jodium zit o.m. in zout, brood en zeevis. Alleen mensen met een jodiumtekort of een schildklierafwijking, kunnen gevoelig reageren op een te grote hoeveelheid jodium. Bij hen kan dit leiden tot een overactieve schildklier.

Kalium (K)
Is belangrijk voor de vochthuishouding en het goed functioneren van de zenuwen en spieren. Een overschot aan kalium kan alleen ontstaan als de nieren niet optimaal functioneren. Een te hoog kaliumgehalte in het lichaam kan in het ergste geval leiden tot een hartstilstand. Kaliumtabletten mogen daarom alleen op doktersvoorschrift worden gebruikt.

Koper (Cu)
Als iemand extreem veel koper binnenkrijgt, ontstaat irritatie van de darm- en slijmvliezen waardoor misselijkheid, braken en diarree kan ontstaan. Ook leverschade is mogelijk.

Magnesium (Mg)
Een overschot aan magnesium kan alleen optreden bij gebruik van supplementen in combinatie met slecht functionerende nieren. Bij gebruik van magnesiumzouten, of mineraalwater waarin veel magnesium zit, kunnen bij hoeveelheden van meer dan 250 mg per dag darmklachten optreden (diarree).

Mangaan (Mn)
Een inname van 11 mg/d kan neurologische klachten veroorzaken. Het komt echter nauwelijks voor dat het lichaam via de voeding een overschot aan mangaan binnenkrijgt.

Natrium (Na)
Veel natrium is slecht voor de nieren en vergroot de kans op hoge bloeddruk. Aanbeveling is om niet meer te gebruiken dan 2,4 g natrium per dag.

Selenium (Se)
Het is vrijwel onmogelijk om met de voeding te veel seleen op te nemen (meer dan 200 microgram per dag). Door het gebruik van supplementen kan wel een overschot ontstaan. Een overdosis uit zich in verlies van haar, nagels en tanden, huidbeschadigingen en aandoeningen van het zenuw–stelsel. Ook misselijkheid en diarree komen voor.

Zink (Zn)
Via de voeding is het vrijwel onmogelijk om te veel zink (max. 25 mg/dag) op te nemen. Als iemand langdurig dagelijks een hoge dosis zink als supplement gebruikt, kan in het lichaam een tekort aan koper ontstaan.




ad


pub