Vroegtijdige opsporing van prostaatkanker: voor- en nadelen

Laatst bijgewerkt: juni 2008

nieuws Prostaatkanker is in Vlaanderen bij mannen de meest voorkomende kanker en de tweede doodsoorzaak door kanker: elk jaar krijgen ruim 5000 mannen prostaatkanker en overlijden er ongeveer 2.000 mannen. Prostaatkanker komt voor vanaf 50 jaar, maar meestal boven 65 jaar.

U raadpleegt het best uw huisarts als u één of meer van de volgende klachten of symptomen hebt:
• moeilijkheden om te plassen of om te starten met plassen;
• pijn tijdens het plassen;
• zwakke urinestraal en nadruppelen, onderbroken urinestraal, het gevoel niet "leeggeplast" te hebben;
• regelmatig ’s nachts moeten opstaan om te urineren;
• bloed in uw urine.
• pijn onderaan in het bekken

Als een dichte verwant, zoals vader of broer, prostaatkanker heeft, dan ligt uw risico boven het gemiddelde van uw leeftijdsgenoten, en is het aan te raden om vanaf 40 à 45 jaar regelmatig een preventief onderzoek te laten verrichten door uw huisarts.
Er bestaat een test, de PSA-test waarbij het bloed gecontroleerd op het prostaat specifiek antigeen (PSA). Dit is een stof die de prostaat aanmaakt en die in het bloed kan worden vastgesteld. Een verhoogde PSA-waarde in het bloed kan wijzen op prostaatkanker. Als het resultaat van uw PSA-test hoog is, dringt zich verder onderzoek op om een definitieve diagnose te kunnen stellen.
Het systematisch gebruik van deze test bij gezonde mannen zonder specifieke klachten, wordt meestal niet aangeraden omdat de test een aantal belangrijke tekorten vertoont.
• PSA is niet alleen verhoogd bij prostaatkanker, maar ook bij goedaardige prostaatvergroting en bij prostaatontstekingen. In ongeveer 6 op 10 gevallen met een positief resultaat is er geen kanker aanwezig. Daardoor kan heel wat onrust ontstaan en zijn veel bijkomende onderzoeken nodig die vaak ingrijpend zijn. Deze onderzoeken zijn totaal nutteloos wanneer achteraf blijkt dat er toch geen sprake was van kanker.
• Omgekeerd blijkt tot 30 % van de mannen met een normaal PSA toch kanker te hebben. Dit kan een vals gevoel van zekerheid geven.
• Het is inmiddels duidelijk geworden dat heel wat prostaatkankers niet echt agressief zijn en dus niet behandeld – of niet te drastisch behandeld – moeten worden. Prostaatkanker groeit traag en is vooral een ouderdomsziekte. Bij mannen van 70 jaar en ouder die van een andere ziekte overlijden, vinden we tot 30% kankers van de prostaat. Veel mannen sterven mét maar niet omwille van hun prostaatkanker. Niemand kan vooraf de evolutie van de ziekte voorspellen. Moet men dan mensen ongerust maken en gaan behandelen met alle gevolgen vandien, terwijl men niet kan zeggen dat de ziekte ernstige vormen zal aannemen?
• Het probleem is niet zozeer de diagnose van prostaatkanker, maar de behandeling. Na wegname van de prostaat zijn tot 70 % van de geopereerden impotent, 2 à 5 % zijn incontinent. Ook na bestraling zijn er veel problemen. Bovendien zijn een aantal prostaatkankers hoe dan ook onbehandelbaar.
• Hoewel de PSA-bepaling zeker heeft bijgedragen tot het ontdekken van meer prostaatkankers, is het helemaal niet bewezen dat dit heeft geleid tot een vermindering in sterfte- en/of ziektecijfers. Veel prostaatkankers, zelfs in een vroeg stadium, zijn niet behandelbaar omdat er reeds uitzaaiing is.

zie ook artikel : Prostaat-test

zie ook artikel : Prostaatklachten: deel 3. Prostaatkanker



verschenen op : 30/11/2010


pub