Betere terugbetaling hepatitisgeneesmiddelen

Laatst bijgewerkt: augustus 2019
lever-150.jpg

nieuws Naar aanleiding van de Wereld Hepatitisdag op 1 oktober vragen leverspecialisten en hepatitispatiënten een betere terugbetaling van hepatitismedicatie. Alleen zo kan virale hepatitis beter opgespoord en behandeld worden, kunnen complicaties en verdere verspreiding van het virus worden voorkomen. Hierdoor zullen ook de kosten die de komende jaren exponentieel zullen stijgen door de complicaties van niet-behandelde patiënten, op middellange termijn kunnen worden beperkt. Zowel voor de behandeling van hepatitis B als C loopt de terugbetaling mank. Hierdoor krijgen Belgische hepatitispatiënten niet altijd de beste behandeling.

Wereldwijd zijn naar schatting 170 miljoen mensen besmet met hepatitis C en 350 miljoen met hepatitis B. Ter vergelijking: er zijn wereldwijd zo’n 40 miljoen mensen HIV-besmet. Zowel hepatitis B als C ontwikkelen zich zonder veel symptomen. Vaak ontstaan pas 20 tot 30 jaar na besmetting ernstige complicaties zoals levercirrose of leverkanker. Tegen 2010-2015 verwachten specialisten een toename van het aantal primaire levertumoren met 200%. Om complicaties te vermijden is het belangrijk de ziekte zo vroegtijdig mogelijk op te sporen en besmette personen te behandelen. Dit kan door het virus volledig uit het lichaam te verwijderen (hepatitis C) of de hoeveelheid virus in het bloed zo laag mogelijk te houden (hepatitis B).

In ons land zijn naar schatting 0,7 tot 1% van de mensen besmet met het hepatitis C-virus. In Europa is dat ongeveer 3% van de bevolking. Omdat de ziekte een stilzwijgend verloop heeft, weet zeker de helft onder hen niet dat ze drager zijn van het virus. Op dit ogenblik is men in staat om bij 50 tot 80% (afhankelijk van het genotype van het hepatitis C-virus) van de patiënten het virus volledig te elimineren en de patiënt volledig te genezen. De kans op genezing is groter wanneer men in een vroeg stadium kan behandelen.
In België zijn er nog steeds een aantal subgroepen van hepatitis C-patiënten die niet kunnen behandeld worden tenzij de patiënt de behandeling zelf betaalt, wat een kost betekent van 12.000 tot 22.000 euro. Het gaat om:
• kinderen geïnfecteerd met hepatitis C
• patiënten met acute hepatitis C-infectie
• patiënten met chronische hepatitis C met normale leverwaarden in het bloed maar met een ernstige graad van littekenvorming (fibrose) in de lever

De laatste jaren werden een aantal nieuwe antivirale middelen ontwikkeld die de chronische vorm van hepatitis B-infectie adequater behandelen. Deze nieuwe middelen zijn in staat het hepatitis B-virus efficiënt te onderdrukken zonder dat er op middellange termijn resistentie ontstaat. Bij de vorige generatie geneesmiddelen werd na 1 jaar 25% resistentie waargenomen en na 5 jaar tot 75% resistentie. Deze resistente vormen van hepatitis B leiden tot heropflakkering van de ziekte en zijn daarna moeilijker te behandelen, ook met de nieuwe middelen.
In België zijn deze nieuwe antivirale middelen enkel beschikbaar na toestemming van de adviserend geneesheer via een door het RIZIV vastgelegde regeling. De criteria voor terugbetaling zijn op dit ogenblik volledig voorbijgestreefd. Hierdoor kunnen deze middelen in ons land niet aangewend worden in de eerste lijn, wat in andere Europese landen wel het geval is. Concreet betekent dit dat eerst resistentie moet worden opgewekt met een ‘oud’ geneesmiddel waarna de nieuwe medicatie pas mag worden gebruikt. Hierdoor kunnen Belgische artsen hepatitis B-patiënten niet de beste behandeling geven.

Concreet wensen de Belgische leverspecialisten en de patiëntenverenigingen de volgende wijzigingen aan de huidige terugbetalingscriteria in verband met hepatitis B:
• De beschikbaarheid van de nieuwe middelen (entecavir en adefovir) in eerste lijn, waar ze het meest efficiënt zijn.
• De mogelijkheid om bij resistentie aan lamivudine, adefovir te kunnen associëren aan de lamivudine behandeling in plaats lamivudine te moeten stoppen en dit in alle gevallen. Er is aangetoond dat de kans op resistentie aan adefovir duidelijk lager is met de combinatie therapie, dit zowel voor HBeAg positive als HBeAg negatieve gevallen van chronische hepatitis B.
• De criteria voor detectie van resistentie tegen een bepaald antiviraal middel moet in overeenstemming zijn met de internationaal aanvaarde definities, met andere woorden een meer dan 10x stijging in de virale lading ten opzichte van de laagste waarde die werd bekomen onder medicatie. Er mag absoluut niet gewacht worden de behandeling aan te passen tot wanneer een nieuwe hepatitis heropflakkering optreedt zoals de huidige terugbetalingsvoorwaarden voorschrijven , wat in een aantal gevallen niet ongevaarlijk is en zelfs tot de dood kan leiden.
• De terugbetaling voor opvolging van de patiënten met een HBV DNA bepaling in het bloed moet opgedreven worden van 2x per jaar naar 4x per jaar, dit om de efficiëntie en resistentievorming ten opzichte van de antivirale middelen vroegtijdig op te sporen, in overeenstemming met de internationale richtlijnen.
• De mogelijkheid moet geboden worden om lamivudine in eerste lijn te gebruiken ter preventie van reactivatie bij inactieve hepatitis B dragers wanneer er een risico bestaat tot heropflakkering (zoals bij vermindering van de weerstand door chemotherapie of transplantatie).
Info: www.hepatitisc.be

zie ook artikel : Hepatitis: verschillende soorten

zie ook artikel : Hepatitis C



verschenen op : 15/12/2007 , bijgewerkt op 20/08/2019


pub