Preventie en behandeling van postmenopauzale osteoporose

Laatst bijgewerkt: maart 2019

dossier Preventie van osteoporose begint reeds op jonge leeftijd, met o.a. voldoende lichaamsbeweging en voldoende inname van calcium. Dergelijke algemene maatregelen blijven ook belangrijk eens osteoporose is opgetreden. Het uiteindelijke doel van een behandeling van osteoporose, is breuken te voorkómen . De winst van een medicamenteuze behandeling in termen van vermindering van het fractuurrisico is het grootst bij ernstige osteoporose, zeker indien reeds vroeger fracturen zijn opgetreden. Vooral bepaalde bisfosfonaten, raloxifen, strontiumranelaat en teriparatide verminderen bij postmenopauzale vrouwen het risico van wervelfracturen; bepaalde bisfosfonaten, strontiumranelaat en teriparatide verminderen ook het risico van niet-wervelfracturen, maar de bewijsvoering is minder sterk en het effect minder uitgesproken.
Gezien de risico’s van hormonale substitutie wordt dit niet meer aangeraden ter preventie of ter behandeling van osteoporose.

Osteoporose uit zich door spontane (niet-traumatische of val-gerelateerde) breuken van heup, pols en wervels. 

zie ook artikel : Osteoporose: oorzaken en behandeling

f-123-botmeting-densitom-osteop-03-19.png

Algemene maatregelen ter preventie

Voldoende lichaamsbeweging, beperken van alcoholinname, rookstop, voldoende inname van calcium en regelmatige blootstelling aan zonlicht (dit in verband met vitamine D) helpen op jonge leeftijd een zo groot mogelijke piekbotmassa te bereiken, en deze piekbotmassa zolang mogelijk te behouden. Ook eens osteoporose is opgetreden, blijven deze maatregelen belangrijk.

Medicamenteuze aanpak van bestaande osteoporose

• De mogelijke winst van een medicamenteuze behandeling in termen van vermindering van het breukrisico, is vanzelfsprekend het grootst bij vrouwen met ernstige osteoporose, gezien zij het hoogste fractuurrisico hebben; dit is zeker zo indien zij reeds een fractuur hebben gehad.
• Voor de meeste geneesmiddelen is het zinvol om na 5 jaar en evaluatie te maken en eventueel de behandeling enige tijd te stoppen. Bij een onevenwichtig dieet en onvoldoende blootstelling aan de zon moeten extra calcium en vitamine D worden genomen.

Calcium en vitamine D

• Voor calcium bedraagt voor preventie en behandeling van osteoporose de aanbevolen dagelijkse inname via de voeding 1 à 1,2 g per dag (bv. 4 zuivelconsumpties per dag). Er is onvoldoende bewijs om systematisch extra calcium en vitamine D aan te raden bij alle postmenopauzale vrouwen; extra inname kan bv. wel zinvol zijn bij vrouwen met onvoldoende calcium in het dieet of onvoldoende blootstelling aan zonlicht. Extra inname lijkt ook aangewezen bij personen in een instelling (ongeacht hun leeftijd, voor zover ze weinig buiten komen) en 75-plussers in het algemeen. De aanbevolen doses bedragen per dag 0,5 à 1 g elementair calcium, en 800 IE vitamine D.
• Of calcium en vitamine D het effect van de andere geneesmiddelen versterken, is niet geweten maar de experten menen dat toedienen ervan samen met de andere medicatie gewettigd is. De aanbevolen dagdoses zijn daarbij dezelfde als deze die gebruikt wanneer vitamine D en calcium als enige medicatie worden gegeven, namelijk 0,5 à 1 g elementair calcium, en 800 IE vitamine D.

Bisfosfonaten

• Osteoporose wordt voor volgende bisfosfonaten als indicatie vermeld in de Belgische bijsluiter [situatie op 1 juli 2007].
Preventie van postmenopauzale osteoporose bij vrouwen met risicofactoren ' :
alendronaat (Fosamax ® compr. dagelijks),
risedronaat (Actonel® compr. dagelijks).
Behandeling van postmenopauzale osteoporose ' : alendronaat (Fosamax ® compr. dagelijks en compr.
wekelijks, Alendronate Teva ® compr. wekelijks),
etidronaat (Osteodidronel ® compr. voor cyclisch gebruik), ibandroninezuur (compr. dagelijks - niet gecommercialiseerd in België -;
Bonviva ® compr. maandelijks en spuitamp. voor driemaandelijkse i.v. inspuiting),
risedronaat (Actonel ® compr. dagelijks en compr. wekelijks).

Voor de specialiteiten op basis van clodronaat (Bonefos ®), pamidronaat (Aredia®, Pamidrin®, Pamidronaat Mayne ®, Pamidronate Merck®), tiludronaat (Skelid®) en zoledroninezuur (Aclasta®, Zometa ®) wordt osteoporose niet als indicatie vermeld in de bijsluiter.

• Voor wervelfracturen is met alendronaat, ibandroninezuur en risedronaat, dagelijks toegediend, een daling van het risico aangetoond. Voor etidronaat is de evidentie zeer beperkt.
• Voor niet-wervelfracturen (met inbegrip van heupfracturen) is daling van het risico slechts aangetoond bij hoogrisicovrouwen (bv. vrouwen ouder dan 70 jaar met voorafbestaande wervelfractuur en lage botmassa). Het effect is het sterkst voor alendronaat en risedronaat, beperkter voor ibandroninezuur, afwezig voor etidronaat.
• Het effect van de bisfosfonaten op het fractuurrisico treedt waarschijnlijk op binnen het eerste jaar.
• Intermitterende toediening van bisfosfonaten (wekelijks, maandelijks, driemaandelijks) hebben waarschijnlijk een gunstig effect op het fractuurrisico (wervel en heup).
• Etidronaat moet cyclische toegediend worden omdat gezien continu gebruik van hoge doses kan leiden tot stoornissen in de botmineralisatie, met mogelijk fracturen. Daarom wordt etidronaat niet aanbevolen bij osteoporose.
• Recent kwam een vaste associatie ' alendronaat 70 mg + colecalciferol 2.800 IE' (Fosavance ® compr. wekelijks) voor behandeling van postmenopauzale osteoporose beschikbaar. Men twijfelt over het nut van een dosis vitamine D van 2.800 IE per week: dit is immers lager dan de 800 IE per dag die gebruikelijk worden aanbevolen, en daarenboven kan, door vitamine D te associëren aan alendronaat, vergeten worden dat het belangrijk is ook calcium te geven.
• Gezien het risico van slokdarmletsels na orale inname, moeten de orale vormen van de bisfosfonaten met voldoende water en rechtop ingenomen worden. Men moet, voor een optimale resorptie, minstens 30 minuten wachten vooraleer voedsel, een andere drank of een ander geneesmiddel (met inbegrip van calcium) wordt ingenomen.






pub