Sporten in warm weer

Laatst bijgewerkt: juli 2007

nieuws Bij zware fysieke inspanningen tijdens warm weer, bestaat het risico dat de lichaamstemperatuur te hoog oploopt, met
oververhitting of hyperthermie
tot gevolg. Dit kan leiden tot het opzwellen van de onderste ledematen (warmtestress), hittekrampen of tot hitte-uitputting, waardoor men niet meer mee kan of zelfs moet stoppen. In het ergste geval kan dit zelfs leiden tot een levensbedreigende hitteslag of hitteshock die een spoedopname in het ziekenhuis vereist.
Hyperthermie is meestal een gevolg van meerdere factoren.
Hoge temperaturen in combinatie met weinig of warme wind en/of een hoge luchtvochtigheid bemoeilijken de afkoeling van de huid en de verdamping van zweet, waardoor de warmte niet of onvoldoende kan afgevoerd worden. Wanneer de omgeving warmer is dan de huid, wordt zelfs extra warmte opgenomen in plaats van afgegeven. Vandaar dat sommige sportfederaties sporten in warm weer verbieden. Zo kunnen volgens de regels van de Womens Tennis Association (WTA) en International Tennis Federation (ITF) dat bij een WBGT (Wet Bulb Globe Temperature, een combinatie van de temperatuur van de lucht, de vochtigheid, de wind en de straling van de zon) boven de 28°C wedstrijden kunnen worden uitgesteld. In Nederland adviseert ook de Atletiekfederatie om geen wedstrijden te organiseren boven 28°C.
Ten tweede kan de zweetproductie verstoord zijn door vermoeidheid, gebrek aan slaap, een lichte verkoudheid, sommige geneesmiddelen (zoals amfetamines, sympathicomimetica, enz.)...
Een derde en zeer belangrijke factor is uitdroging of dehydratie. Bij zware inspanning kan gemakkelijk 1 tot 2 l water per uur uitgezweet worden. Dat moet zo snel mogelijk worden aangevuld. Vochtverlies gaat immers gepaard met een daling van het circulerende bloedvolume. Dit leidt tot een daling in de doorbloeding van de huid, waardoor de lichaamstemperatuur verder kan stijgen en hyperthermie kan optreden. Het is dus essentieel om tijdens inspanningen bij warm weer voldoende (idealiter 2 à 300 ml elke 15 à 20 minuten) te drinken, bij voorkeur een dorstlesser die zowel koolhydraten (suikers) als natrium (een bestanddeel van keukenzout) bevat. Na de inspanning moeten de vochttekorten zo snel mogelijk aangevuld worden. De tekorten kunnen steeds meer oplopen waardoor na enkele dagen ernstige problemen kunnen ontstaan. Hiervoor zijn rehydrerende sportdranken met natrium het meest geschikt.

zie ook artikel : De ideale dorstlesser voor sporters



verschenen op : 30/11/2010


pub