Wel of geen onderzoek naar prostaatkanker?

Laatst bijgewerkt: maart 2007

nieuws Prostaatkanker is een ziekte waarbij zich kwaadaardige cellen vormen in het weefsel van de prostaat (een klier van het mannelijk voortplantingsstelsel, die onder de blaas ligt). De prostaat produceert het vocht waar de zaadcellen in zwemmen.
Op oudere leeftijd (50 plus) verandert de prostaat. Een van die veranderingen is dat de prostaat meestal groter wordt. De prostaat kan de plasbuis gedeeltelijk dicht drukken. Ook de spieren van de blaas blijken op oudere leeftijd vaak minder goed te werken. Door deze veranderingen kunnen plasproblemen ontstaan zoals vaker plassen, moeilijker plassen, zwakkere straal, nadruppelen of het gevoel dat uw blaas niet leeg is na het plassen. Deze veranderingen zijn goedaardig en hebben zelden iets met prostaatkanker te maken.
Een kwaadaardige prostaattumor groeit over het algemeen erg traag en veroorzaakt in een vroeg stadium nauwelijks klachten. Slechts een op de tien mannen met prostaatkanker (10%) krijgt hiervan op den duur klachten. Meestal komen deze klachten door uitzaaiingen van de prostaatkanker, zoals botpijnen (in rug of heup), een verminderde eetlust en een algemeen gevoel van ziekzijn.
Slechts drie op de honderd mannen met prostaatkanker (3%) gaan er uiteindelijk aan dood. De meeste mannen met prostaatkanker overlijden door ouderdom of door andere ziekten.
Het Vlaams Kankerregistratienetwerk registreerde in 2001 in Vlaanderen 5.354 nieuwe gevallen van prostaatkanker. Prostaatkanker is daarmee in Vlaanderen de meest voorkomende kanker bij mannen. Het is een typische ouderdomsziekte: de gemiddelde leeftijd bij de diagnose is 70 jaar.

Om prostaatkanker op te sporen, kunnen de volgende onderzoeken gebeuren.
- Een rectaal onderzoek is het aftasten van de prostaat via de anus. Een onregelmatige, asymmetrische, knobbelige vorm kán op prostaatkanker wijzen, maar geeft daarover geen zekerheid. Anderzijds: Ook als de prostaat normaal en gelijkmatig aanvoelt, is prostaatkanker niet uitgesloten.
- De PSA-test meet de hoeveelheid Prostaat Specifiek Antigeen (PSA) in uw bloed. PSA (een eiwit dat in de prostaat wordt gemaakt) komt normaal gesproken in kleine hoeveelheden voor in het bloed.
Boven de 50 jaar blijken 2 op elke 10 mannen (20%) een verhoogde PSA-waarde te hebben. Die verhoogde waarde kán op prostaatkanker wijzen, maar komt ook voor bij een goedaardige prostaatvergroting, een urineweginfectie of een prostaatontsteking. Daarom is bij een verhoogde PSA-waarde altijd aanvullend onderzoek nodig. Echter, hoe hoger de PSA-waarde is, des te aannemelijker het is dat er sprake is van prostaatkanker.
80% van de mannen van 50 jaar en ouder heeft een normale (niet verhoogde) PSA-waarde. Toch kan iemand met een normale uitslag (beginnende) prostaatkanker hebben: bij 1 op 100 mannen (1%) komt dat voor.

Het is op dit moment dus twijfelachtig of onderzoek om prostaatkanker vroeg te ontdekken veel oplevert. Dit geldt ook voor mannen met een erfelijke aanleg voor prostaatkanker.
Enerzijds zijn de beschikbare opsporingstest zeker niet perfetc. Bovendien denken we dat de levenskansen (levensduur) van iemand met prostaatkanker niet beter worden door medische behandeling, ook niet als de prostaatkanker vroeg wordt opgespoord. Terwijl de behandeling (operatie of bestraling) wel bijwerkingen kan hebben, zoals het niet meer kunnen ophouden van de plas of geen erectie meer kunnen krijgen.



verschenen op : 30/11/2010


pub