ad

De automatische externe defibrillator (AED)

Laatst bijgewerkt: oktober 2015

dossier In het Belgisch Staatsblad van 21 september 2006 verscheen de Wet op de automatische externe defibrillatie. Volgens deze wet mag 'Eenieder in het kader van een reanimatie een automatische externe defibrillator gebruiken...'. België volgt hiermee de trend van de meeste geïndustrialiseerde landen.

Onmiddellijke defibrillatie is de hoeksteen van de behandeling van hartstilstand (ventrikelfibrillatie en -tachycardie zonder pols). Hoe sneller defibrillatie na het begin van de hartstilstand plaatsvindt, des te beter de overleving. Bij een ventrikelfibrillatie op spoedgevallen en afdelingen voor intensieve zorg bedraagt het succes van defibrillatie bijna 100%. Als een hartstilstand buiten het ziekenhuis gebeurt, is de slaagkans veel kleiner.

zie ook artikel : Hartinfarct en hartstilstand (Acuut coronair lijden)

AED-op-man-180.jpg
In België krijgen naar schatting 10.000 personen een plotselinge hartstilstand buiten het ziekenhuis. Meestal is die het gevolg van een hartinfarct. Dat is een acuut zuurstofgebrek van de hartspier door een vernauwing of verstopping van een kransslagader die het hart van bloed voorziet. Daardoor kan er een levensgevaarlijke hartritmestoornis ontstaan: ventrikelfibrillatie.
Op dat moment staat het hart niet echt stil, maar zal het supersnel en ongecontroleerd trillen. Er wordt geen bloed meer in het lichaam rondgepompt. De hersens krijgen geen zuurstof meer en het slachtoffer verliest bijna onmiddellijk het bewustzijn. Er is maar één manier om de fibrillatie te stoppen en het hart weer te laten pompen: het toedienen van een elektrische schok (=defibrillatie).
De ziekenwagen of de mobiele urgentiegroep (MUG) is echter dikwijls pas na een tiental minuten ter plaatse, en dan is het meestal al te laat. Na enkele minuten hartstilstand ontstaat er door het zuurstoftekort immers schade aan de hersenen van het slachtoffer. Het is dus heel belangrijk dat iemand die getuige is van de hartstilstand, direct begint met hartmassage en beademen. Zo wordt er bloed met zuurstof rondgepompt totdat de ziekenwagen of de MUG toekomt om de elektrische schok te geven.
Nog beter is als de omstaanders onmiddellijk zélf de elektrische schok zouden kunnen geven. Tot voor kort was dat ondenkbaar, omdat het toedienen van een elektrische schok bij reanimatie heel wat kennis en ervaring vereiste en bijgevolg een strikt medische handeling was (dus voorbehouden aan artsen). Maar nu zijn er draagbare toestellen die bij reanimatie zelf de diagnose van ventrikelfibrillatie kunnen stellen en een elektrische schok kunnen geven. Bijgevolg moet je helemaal geen dokter meer zijn om ze te kunnen bedienen. Die toestellen worden automatische externe defibrillator of AED genoemd.

zie ook artikel : Pijn bij hartinfarct: herken de signalen

Wat is een AED?

AED-200.jpg
Een AED is een draagbare defibrillator die op batterijen werkt. Sommige toestellen wegen niet meer dan 2 kg. Ze zijn uiterst eenvoudig te bedienen. In de regel bezitten ze maar twee knoppen: één om het toestel aan te zetten en een tweede om de defibrillatieschok toe te dienen. Op sommige AED’s is de ‘aan’-knop zelfs weggelaten. Deze apparaten starten automatisch bij het openen van het deksel.
De AED geeft gesproken instructies, zodat de gebruiker alleen maar de instructies moet opvolgen. Hij moet de borstkas van het slachtoffer ontbloten en er twee grote, zelfklevende elektroden op aanbrengen. Vervolgens analyseert het apparaat het hartritme van de patiënt. Bij een defibrilleerbaar ritme (ventrikelfibrillatie of snelle ventrikeltachycardie) laadt de AED zich op en geeft de instructie om de defibrillatieknop in te drukken. Sommige AEDs gaan de schok zelfs automatisch toedienen.
Meestal is daarna hartmassage en beademing nodig. Ook dat zegt het toestel. Na twee minuten analyseert de AED opnieuw het hartritme om te zien of je nog een schok moet geven. En zo ga je meestal door tot de ziekenwagen of de MUG ter plaatse is. Je mag dus zeker niet vergeten om van in het begin de 100-centrale te verwittigen.
Als je een AED gebruikt, is klassieke reanimatie dan nutteloos? Neen, helemaal niet. Met hartmassage en beademing zorg je ervoor dat de hersenen zuurstof krijgen, maar dat zal de fibrillatie van het hart niet stopzetten. Je zorgt er alleen voor dat het bloed blijft circuleren. Ook komt in veel gevallen het hart niet onmiddellijk op gang na de elektrische schok. Dan is het heel belangrijk om verder goed hartmassage en beademing uit te voeren, tot de aankomst van de hulpdiensten.
AED’s alleen gebruikt mogen worden bij een patiënt in circulatiestilstand en dat de patiënt absoluut niet gemanipuleerd mag worden terwijl de AED het ritme analyseert. Dat zijn essentiële voorwaarden die moeten verhinderen dat het toestel zich oplaadt bij een bewuste patiënt met tachyaritmie, zich niet oplaadt bij een patiënt met ventrikelfibrillatie of zich ten onrechte oplaadt op grond van reanimatieartefacten.

Grotere beschikbaarheid van AED-toestellen

AED-op-pop-180.jpg
Om in meer gevallen vroegtijdige defibrillatie te kunnen uitvoeren, worden sinds 1990 steeds meer ziekenwagens uitgerust met AED’s. De ambulanciers krijgen een extra opleiding. Maar nog niet alle ambulances zijn al met een AED uitgerust.
Het Ministerie van Volksgezondheid besloot in 2006 om extra AED’s ter beschikking te stellen, zodat in de toekomst alle ambulances die ingeschakeld zijn in het “100-systeeem” over een AED beschikken. Toch arriveert ook de ambulance vaak te laat bij de hartpatiënt voor een vroegtijdige defibrillatie.
AED’s zijn tegenwoordig zo vernuftig geconstrueerd, dat iedereen de levensreddende defibrillatieschok kan toedienen. Dat het inderdaad haalbaar is om defibrillatie te laten uitvoeren door mensen zonder medische opleiding werd in de jaren ’90 bewezen in AED-experimenten, onder meer in casino’s en vliegtuigen.
Het lijdt geen twijfel dat vroegtijdig defibrilleren veel levens kan redden. Maar daarvoor moet je wel zorgen dat er op elk moment en overal een AED binnen handbereik is. Een Amerikaanse studie toonde aan dat je daarvoor enorm veel toestellen moet inzetten en heel veel mensen opleiden.
Het is daarbij ook de vraag of AED’s op openbare, drukbezochte plaatsen wel iets uithalen. 70 tot 80% van de hartstilstanden gebeurt thuis. In dat geval is het wellicht beter om goede hartmassage en beademing uit te voeren, in afwachting van de hulpdiensten. De firma’s raden iedereen uiteraard aan om het apparaat te kopen en thuis te bewaren. Er zijn al talloze websites waar je online een AED kunt kopen. De kostprijs bedraagt zo’n € 2000,- à 2500,- en binnenkort is er misschien wel een “light”versie voor € 1000,-.
Enkele toestellen op openbare plaatsen zullen wellicht een belangrijke voorbeeld- en promotiefunctie hebben, maar als strategie om levens te redden is het niet voldoende. Er zijn in het buitenland experimenten waarbij de alarmcentrale in geval van reanimatie niet enkel de gespecialiseerde medische diensten uitstuurt, maar ook een aantal opgeleide vrijwillige hulpverleners die in de buurt van het slachtoffer wonen. Die gaan dan eerst de “publieke” AED halen, om nadien naar het huis van het slachtoffer te gaan om de reanimatie al op te starten.

Reanimatie blijft nodig

Om de reanimatietechnieken goed uit te voeren, volg je best een opleiding. Dat geldt zowel voor het gebruik van een AED, als voor hartmassage en beademen. Het is zelfs zo dat hartmassage uitvoeren en beademen moeilijker is dan een AED gebruiken. Dat toestel zegt je immers stap voor stap wat je moet doen.
Statistieken geven aan dat in België, in vergelijking met bv. Scandinavische landen, door omstaanders veel te weinig hartmassage wordt toegepast in afwachting van de hulpdiensten. Nochtans kan reanimatie door omstaanders de kansen op overleving twee tot drie keer verhogen. Het is dus zeker de moeite waard. De beste manier om iedereen te leren reanimeren, is door het op de middelbare school als verplichte les in te bouwen. Dat is eigenlijk nu al het geval, want sinds kort is in Vlaanderen reanimatie opgenomen in de eindtermen van het secundair onderwijs. Vanaf de eerste graad worden er stap voor stap meer technieken ingeoefend, zodat in principe op het einde van het secundair elke leerling een reanimatieles zou gevolgd moeten hebben.
Spijtig genoeg zijn er vaak praktische redenen waarom dat niet gebeurt: geen of onvoldoende oefenpoppen, onvoldoende lesgevers, geen georganiseerde bijscholing van lesgevers. Tot vandaag blijft de eindterm dus veelal dode letter. Een les is trouwens onvoldoende, want het is aangetoond dat na enkele maanden de meeste cursisten de aangeleerde vaardigheden niet goed meer toepassen. Regelmatig opfrissen van de technieken is dus noodzakelijk om juist te blijven reanimeren.
De overheid zorgt er op dit moment voor dat iedere ziekenwagen in het 100-systeem een defibrillator aan boord heeft. Dat is een belangrijke stap. Daarnaast scholen heel wat verenigingen die traditioneel reanimatieles geven, zoals het Rode Kruis of Bloso, hun lesgevers nu bij om ook het stukje ‘defibrilleren met een AED’ hun cursisten aan te leren. De defibrillator verschijnt al in zwembaden en bij kruisverenigingen die preventieve diensten doen zoals op een voetbalmatch.


bron: Prof. dr. Koen Monsieurs en prof. dr. Paul Calle, dienst Spoedgevallen van het Universitair Ziekenhuis in Gent.

ad


pub