Eet minder vlees

Laatst bijgewerkt: februari 2007

nieuws Het vetgehalte in vlees varieert zeer sterk. Bepaalde soorten zoals rosbief, kippenborst, mager kalfsvlees en varkensmignonnette bevatten nog geen 2 g vet per 100 g vlees. Zij passen dan ook perfect in een gezonde voeding. In andere vleessoorten kan het vetgehalte gemakkelijk oplopen tot 30 % of meer: bv. gehakt, worst, paté, salami en andere bereide vleeswaren.
De vetfractie in vlees bestaat voor meer dan 50 % uit enkelvoudig onverzadigde vetzuren waarvan bekend is dat ze geen negatieve invloed hebben op het cholesterolgehalte. Hoe minder vet het vlees bevat, hoe hoger het aandeel enkelvoudig onverzadigde vetzuren oploopt.
• Per dag volstaan 100 gram vlees (of vleeswaren).
• Voor het bakken van een portie vlees volstaat in het algemeen 1 eetlepel bereidingsvet of olie. Kies voor een pan “op maat “; in een te grote pan brandt de vetstof sneller aan en zal je geneigd zijn extra vetstof toe te voegen.
• Zorg dat de vetstof voldoende heet is alvorens het vlees in de pan te doen. Zoniet schroeit het vlees niet snel genoeg dicht en neemt het extra vet op.
• Gepaneerd vlees neemt meer vet op tijdens de bereiding dan niet-gepaneerd vlees.
• Een pan met anti-aanbaklaag laat je toe nog meer te besparen op bereidingsvet. Iets vetter vlees kan in zo’n pan zelfs zonder vetstof worden gebakken. Grillen vraagt evenmin de toevoeging van vet.
• Sta je op een schepje vleessaus? Door wat extra water of vetarme bouillon toe te voegen maak je de saus minder vet. Afgewerkt met stukjes tomaat, tomatenpuree of een kruidentuiltje wordt ze extra lekker.
• Overtollig vet snij je best weg. Ook het vel van kip en kalkoen laat je best links liggen.






pub