Vanaf wanneer vaste voeding voor mijn baby?

Laatst bijgewerkt: februari 2007
baby-eten.jpg

nieuws Start met vaste voeding vanaf 4 à 6 maanden. Niet vroeger. Traditioneel start je met fruitpap en geef je daarna groentepap, maar dit kan net zo goed andersom.
Geef je borstvoeding, wacht dan tot 6 maanden. Start dan eerst met groentepap, want groenten leveren ijzer. Rond 6 maanden heeft je baby de ijzervoorraad die hij meekreeg bij de geboorte volledig opgebruikt en heeft hij dus ijzer nodig. Groenten zullen die voorraad snel aanvullen.
Melkvoeding blijft in het begin het belangrijkste. Wanneer je start met vaste voeding zal de fruit- of groentepap nog geen volledige maaltijd zijn. Geef na het fruit of de groenten dus nog wat melk bij.
Zowel groenten als fruit zijn belangrijk. De voedingswaarden verschillen en zijn niet onderling verwisselbaar. Appelmoes bevat bv. weinig vitamine C, weinig ijzer en geen bètacaroteen.
Geef dus altijd groenten (en aardappelen) bij de warme maaltijd. Is de voeding van je baby voldoende gevarieerd, dan mag je gerust eens appelmoes op het menu zetten. De aardappelen kan je af en toe vervangen door deegwaren.
Kook of stoom de groenten (rauwe groenten kunnen pas vanaf één jaar). Plet alles of maak het fijn met een roerzeef. Mix je de groenten, dan komt er veel lucht in de pap en gaan de vitamines snel verloren. Kan je baby voldoende kauwen, laat dan kleine brokjes in de voeding.
Voeg - afhankelijk van de hoeveelheid pap - altijd een koffielepel tot een eetlepel vetstof toe. Dit maakt het hapje smeuïger en geeft je baby voldoende energie om te groeien en zich te ontwikkelen. Kies bij voorkeur voor een olie (bv. maïs-, lolijf-, arachide-, koolzaad- of zonnebloemolie), een zachte plantaardige margarine of bak- en braadvet rijk aan onverzadigde vetzuren.
Geef de groentepap zo snel mogelijk. Hou de pap dus niet onnodig warm. Warm ze ook niet meer op.
Kies licht verteerbare groenten (bloemkool, witloof, spinazie, wortel, courgette, pompoen, tomaat, enz.). Harde kolen (witte kool, rodekool, boerenkool en savooikool) en ui mogen pas na één jaar.
Wat het fruit betreft, kies je het best zacht, neutraal fruit: appelen, peren, bananen, meloenen, perziken, pruimen, ... Gaat dit goed, probeer dan gerust kiwi's, citrusvruchten, mango's, enz. Geef je een bepaalde fruitsoort voor de eerste keer, doe dit dan enkele dagen na elkaar. Wacht intussen met ander fruit. Zo zie je onmiddellijk of je baby er allergisch voor is. Met druiven, bessen en ananas wacht je best tot één jaar. Heeft je kindje aanleg voor allergie, geef dan pas aardbeien vanaf 12 maanden.

Gaat de vaste voeding goed, dan mag je vanaf 6 à 7 maanden mager vlees, vis of een halve eidooier (eierdooier én eiwit pas vanaf 8 maanden) toevoegen aan het groentepapje. Kook het vlees, de vis en de eidooier, en pureer het. Start met ong. 15g per dag, vanaf 1 jaar ong. 25 g per dag.
Indien je je baby vegetarisch wil laten eten, dan kan je het vlees vervangen door een combinatie van peulvruchten en granen, een half ei, en tofoe (sojakaas). Andere vleesvervangers (seitan, tempé, mycoproteïne (Quornä), kaas, noten, ...) geef je beter niet vóór de leeftijd van 1 jaar. Wissel goed af.
Vanaf 8 à 9 maanden mag je baby brood eten.


bron: Kind en gezin
verschenen op : 25/01/2007 , bijgewerkt op 06/02/2007


pub