Obesitaschirurgie: niet voor iedereen

Laatst bijgewerkt: augustus 2019
dokters-boven-Optafel-en-pt.jpg

nieuws Bij morbide obesitas of obesitas gecompliceerd met andere aandoeningen, wordt de patiënt vaak een chirurgische ingreep aangeraden. Dit is niet zonder risico. Het aantal heropnames is groot en het aantal doden na dergelijke operaties is niet te onderschatten.
De Onafhankelijke Ziekenfondsen hebben de frequentie van dit soort operaties en de gezondheidsrisico’s onderzocht bij hun leden tussen de 18 en 60 jaar.
Eerst en vooral is het aantal leden dat zich heeft laten opereren, gestegen: 782 patiënten of 0,046% in 2004 t.o.v. 428 patiënten of 0,025% in 2000).
De betrokkenen zijn vooral vrouwen en mensen jonger dan de gemiddelde leeftijd van de leden. De leeftijdsgroep die het meest vertegenwoordigd is, is die van de 30- tot 39-jarigen. De groep van de veertigers stijgt het sterkst.
3% van de geopereerde patiënten overlijdt binnen de drie jaar na de ingreep, een percentage dat hoger ligt bij de 50-60-jarigen en voor deze groep niet enkel te verklaren is door hun leeftijd. Zo zijn bijvoorbeeld alle tien de patiënten met een jejuno-ileale bypass gestorven.
Het aantal sterfgevallen in de eerste drie jaar na de ingreep is gedaald tussen 2000 en 2003, voor alle leeftijden. Deze verbetering van de levensverwachting zou kunnen samenhangen met een verfijning van de selectiecriteria voor een ingreep, met een verbetering van de operatietechnieken en van de postoperatieve opvolging van de patiënten.
Het percentage heropnames is 20% per jaar. In vele gevallen gaat het louter om een plastische ingreep (wegsnijden huidoverschotten), wat wijst op een gewichtsverlies. In 3 % van de gevallen gaat het om heropnames voor het herplaatsen van een maagring. In bijna 47% van de gevallen heeft een opname (of meerdere opnames) andere oorzaken dan plastiek of een nieuwe bariatrische chirurgie. Deze heropnames vermeerderen met de leeftijd van de patiënt. De bepalende factor voor een mogelijke heropname is de noodzaak van een antihypertensivabehandeling of een insulinetherapie, ondanks de bariatrische ingreep.
Uiteindelijk stelt men vast dat twee jaar na de ingreep het aantal patiënten dat antihypertensiva en insuline gebruikt aanzienlijk daalt: twee op dertien patiënten stoppen met insuline en 154 op 632 patiënten stoppen met de behandeling tegen een verhoogde bloeddruk.
Het ziekenfonds besluit hieruit dat de daling van het aantal overlijdens kan worden toegeschreven aan de leercurve van en de expertise van de bariatrische chirurg, maar de ingreep blijft niet zonder risico’s .
De winst is op korte termijn moeilijk te bepalen. Over een termijn van 2 jaar, stopt 24% van de patiënten die medicijnen slikken voor één van de comorbiditeiten met de behandeling. Dit aandeel ligt lager bij oudere patiënten. De kans op overlijden blijkt toch samen te hangen met het preoperatieve verbruik bij deze behandelingen. Maar de aanwezigheid van een comorbiditeit, aangetoond via het gebruik van antihypertensiva en insuline, is zelf ook een keuzecriterium voor dit soort ingrepen.
Het aantal heropnames, vaak een indicator van complicaties of het aanhouden van problemen, leert ons om voorzichtiger te zijn bij het voorstellen van dit soort ingrepen en pleit ook voor zowel medische als psychologische opvolging om de kans op succes te verhogen.






pub