Pijnklinieken

Laatst bijgewerkt: oktober 2015
123-pat-zh-gesprek-dr-170-06.jpg

dossier Sinds begin 2005 zijn negen ziekenhuizen (Hôpital Erasme ULB, Cliniques Universitaires Saint-Luc UCL, Centre Hospitalier Universitaire de Liège Sart Tilman, Cliniques Universitaires UCL de Mont-Godinne Yvoir, H.-Hartziekenhuis Roeselare, U.Z. Gent, Universitair Ziekenhuis Antwerpen, Ziekenhuis Oost-Limburg (ZOL) Genk en UZ Leuven) door het Riziv erkend als multidisciplinair referentiecentrum voor chronische pijn.

Deze ziekenhuizen krijgen bijkomende middelen voor de uitbouw van hun pijnkliniek als derdelijns-referentiecentrum. Hiermee kunnen o.m. teamleden die geen geneesheer zijn, maar die verplicht deel uitmaken van de multidisciplinaire equipe, gefinancierd worden. De verstrekkingen van de geneesheren worden vergoed aan de voorwaarden van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen.
Van de referentiecentra wordt verwacht dat ze als derdelijnscentrum fungeren voor patiënten die minimum 6 maanden worden behandeld voor chronische pijn , die ook door een geneesheer-specialist zijn behandeld geweest en die door hun huisarts of de geneesheer-specialist naar het referentiecentrum worden verwezen. Uit de verwijsbrief dient de anamnese duidelijk naar voren te komen, welke onderzoeken gedaan zijn, welke behandelingspogingen ondernomen zijn en wat de resultaten waren. Voor deze patiënten zullen de referentiecentra een gespecialiseerde multidisciplinaire diagnose proberen te stellen om op basis hiervan een adequate behandeling mogelijk te maken. De referentiecentra kunnen deze patiënten ook behandelen via interventionele pijnbestrijdingstechnieken (waarvan de vergoeding buiten het kader van de overeenkomst valt) en/of via een multidisciplinair revalidatieprogramma. Een dergelijk revalidatieprogramma kan maximaal 20 behandelingszittingen omvatten die binnen een periode van maximum 6 maanden moeten worden verricht. De kosten van de gespecialiseerde diagnose en van het revalidatieprogramma worden grotendeels door de ziekteverzekering gedragen.

De referentiecentra kunnen zowel tussenkomen voor ambulante als voor gehospitaliseerde patiënten. Na een gespecialiseerde diagnose of een revalidatieprogramma in een referentiecentrum komen patiënten gedurende twee jaar niet meer in aanmerking voor een nieuwe multidisciplinaire diagnose of revalidatieprogramma in een referentiecentrum, ook niet in een ander referentiecentrum. Behandelingen buiten het kader van de overeenkomst blijven echter mogelijk (bv. nomenclatuurbehandelingen).
Om de samenwerking van de referentiecentra met de doorverwijzers te bevorderen, voorziet de overeenkomst in een honorarium (momenteel 65,61 euro) voor de huisarts en de behandelende geneesheer-specialist die deelnemen aan een teamvergadering in het referentiecentrum waarin hun patiënt besproken wordt. Per patiënt kunnen een huisarts en de behandelende geneesheer-specialist slechts één maal aan een vergoedbare teamvergadering deelnemen.
De tussenkomsten van het referentiecentrum moeten zo beperkt mogelijk worden gehouden, waarna de patiënten opnieuw naar de eerste en de tweede lijn moeten worden verwezen, met adviezen voor de verdere behandeling.
Omwille van het experimenteel karakter, zal de overeenkomst aflopen op 30 april 2008. Wat daarna zal gebeuren, zal vooral afhangen van de evaluatie van de resultaten van de referentiecentra.
“Dankzij dit experiment krijgen Belgische patiënten met chronische pijn de kans op een specifieke verzorging en dat zowel in het ziekenhuis als ambulant, meent dr. Masquelier, Cliniques universitaires de Mont-Godinne: “Het succesvol behandelen van chronische pijn bestaat uit een interdisciplinaire aanpak. Die aanpak is gericht op het gezamenlijk bestrijden van zowel fysieke als psychosociale elementen, door alle betrokken partijen. Of een patiënt binnen of buiten deze centra behandeld wordt, communicatie is en blijft de hoeksteen van een goede behandeling. De patiënt moet gemotiveerd worden om te vertellen wat hij voelt, hoe hij zicht voelt – want alleen hij/zij weet dat. De eerste stap naar een goede pijnbehandeling bestaat erin dat de arts de pijn erkent, en dat kan pas als de patiënt er over praat“.

Pijnklinieken

H.-Hartziekenhuis
Wilgenstraat 2
8800 Roeselaere
051/23 71 11
www.hhr.be

UZ Gent
De Pintelaan 185
9000 Gent
09/240 21 11
www.uzgent.be

UZ Antwerpen
Wilrijkstraat 10
2650 Antwerpen
03/821 30 00
www.uza.be

Ziekenhuis Oost-Limburg
Schiepse Bos 6
3600 Genk
089/32 50 50
www.zol.be

UZ Leuven
Herestraat 49
3000 Leuven
016/34 87 40
www.uzleuven.be

ULB Hopital Erasme
Route de Lennik 808
1070 Bruxelles
02/555 31 11
www.ulb.ac.be/erasme

Clinique Universitaire St-Luc
Avenue Hippocrate 10
1200 Bruxelles
02/764 11 11
www.saintluc.be

CHU de Liège
Domaine Universitaire du Sart-Tilman
4000 Liège
04/366 77 86
www.chuliege.be

UCL Mont-Godinne
Avenue Docteur Gaston Therasse 1
5500 Yvoir
081/42 21 11
www.md.ucl.ac.be/mont



verschenen op : 21/02/2006 , bijgewerkt op 29/10/2015


pub