Hebben gluten een effect op de werking van onze hersenen?

Laatst bijgewerkt: augustus 2021
123-coeliakie-gluten-brood-allerg-1-04-19.png

nieuws

Zelfs zonder intolerantie beperkt of vermijdt een aanzienlijk deel van de bevolking de consumptie van gluten. Er wordt wel eens geopperd dat het onze mentale gezondheid ten goede zou komen als we gluten uit ons dieet schrappen, en dat het onze cognitieve prestaties zou bevorderen. Maar klopt dat eigenlijk wel?
Glutenintolerantie
Gluten zijn over het algemeen zeer aanwezig in onze voeding. Deze eiwitstof komt voor in een hele reeks granen zoals tarwe, haver, rogge, gerst, enzovoort, en in afgeleide producten. Sommige mensen hebben echter een intolerantie voor gluten, ook wel coeliakie genoemd. Als gevolg van een auto-immuunziekte veroorzaken sommige eiwitten in gluten (de prolaminen) dan atrofie van de darmvlokken van de dunne darm, wat leidt tot gedeeltelijke vernietiging van de darmwand, met malabsorptie van belangrijke voedingsstoffen (mineralen, vitaminen, enz.) en een risico op ernstige tekorten tot gevolg. 

De symptomen van coeliakie zijn gastro-intestinaal (buikpijn, diarree, reflux, braken, enz.), maar kunnen ook op andere gebieden optreden, denk maar aan gewrichtsproblemen, neurologische aandoeningen, huid- of mondproblemen, vermoeidheid, bloedarmoede, enzovoort. In dit geval is de enige optie het strikt vermijden van gluten.

Lees ook: Coeliakie of glutenintolerantie: wat mag je wel en niet eten?

Gluten ‘vrijwillig’ schrappen of minderen
De laatste jaren gaan echter steeds meer consumenten die níet aan glutenintolerantie lijden de consumptie van gluten verminderen of vermijden in de hoop zo hun spijsvertering te verbeteren, gewicht te verliezen, of zich ‘fitter’ te voelen, lichamelijk of geestelijk. Een Amerikaans team (Harvard University) heeft zich over dit laatste punt gebogen: heeft de hoeveelheid gluten die we consumeren een invloed op de cognitieve werking van de hersenen? 

De onderzoekers analyseerden daarvoor gegevens van ongeveer 14.000 vrouwen die gedurende twee decennia waren gevolgd. Bij aanvang van de studie waren ze tussen 25 en 42 jaar oud, en geen van hen leed aan glutenintolerantie. Hun voedingspatroon werd met regelmatige tussenpozen geregistreerd (met uiteraard bijzondere aandacht voor de hoeveelheid gluten die zij gemiddeld per dag consumeerden) en om de twee jaar ondergingen zij cognitieve tests. Bij deze tests werd gekeken naar reactiesnelheid, aandacht, geheugen en leren, wat ook een algemene cognitieve score opleverde.

Lees ook: Eten zonder gluten

Hoeveelheid maakt geen verschil
Het resultaat was duidelijk: hoeveel gluten je inneemt, heeft geen effect op de cognitieve prestaties, en ook de ‘vorm’ van de gluten (hele of verwerkte granen bijvoorbeeld) heeft geen impact. 
Dr. Pierre Margent (International Journal of Medicine) zegt hierover: "In deze studie wordt geen significant verband gevonden tussen glutenconsumptie op korte en lange termijn en cognitieve functie. Het beperken van de gluteninname om de cognitieve functie te behouden of te verbeteren, lijkt niet zinvol bij de algemene bevolking. Studies bij verschillende subgroepen zijn nog nodig om deze resultaten te bevestigen.”

Lees ook: Vroeg gluten geven voorkomt coeliakie niet


Wil je onze artikels graag ontvangen in je mailbox?

Schrijf je hier in voor onze nieuwsbrief.

eenvoudig terug uit te schrijven
Wij verwerken jouw persoonsgegevens conform het Privacy-beleid van Gezondheid NV / Mediahuis.
volgopfacebook

volgopinstagram