ad

Waarom we net níet in een zakje moeten ademen als we hyperventileren

Laatst bijgewerkt: oktober 2020
123-man-hypervent-psyche-angst-stress-04-19.png

nieuws Nog steeds ademen mensen in een plastic of papieren zak bij hyperventilatie in de hoop zo rustig te worden, maar dat kan het hyperventileren net versterken. Jos Jazie, cognitief gedragstherapeut en jarenlang actief bij het Angstcentrum, geeft een woordje uitleg.

Onderzoek naar inhalatie van CO2
Al in 1982 was men aan de Universiteit Maastricht experimenteel onderzoek aan het doen met een 35% CO2 inhalatietest. CO2 is wat wij normaal úitademen. 

Concreet: men liet een aantal proefpersonen met paniekklachten (paniekstoornis) een enkelvoudige inhalatie doen van een mengsel van 65% zuurstof +  35%CO2. Deze proefpersonen kregen acuut een angstgevoel met hyperventileren en hevige lichamelijke gewaarwordingen zoals hartkloppingen, duizeligheid, onwerkelijkheidsgevoel, tintelingen... Symptomen die overeenstemmen met die van een paniekaanval. Toen andere proefpersonen, doe nooit eerder een paniekaanval hadden, dezelfde test deden, waren er nauwelijks tot zelfs geen paniekverschijnselen. 

Deze bevindingen, die meermaals in labo’s werden bevestigd, gaven duidelijk te kennen dat niet een tekort aan CO2 (hypocapnie), maar eerder een teveel aan CO2 (hypercapnie) een trigger kan zijn voor wie met een paniekstoornis kampt.
Mythe rond het plastiekzakje
Laten we even logisch nadenken. Bij het in- en uitademen in een zakje adem je eerst de zuurstof in uit het zakje, dan adem je CO2 uit. Door herhaaldelijk te ademen raakt de zuurstof in het zakje op, terwijl het zakje zich met CO2 vult. Dit betekent dat je op de duur geen zuurstof meer, maar CO2  inademt. Gevolg: je krijgt een stikgevoel. 

Laten we dan nog eens logisch nadenken: stel dat je een plastic zak over iemands hoofd trekt. Die persoon zal door zijn eigen CO2 in te ademen een stikgevoel krijgen, nog sneller gaan ademen en dan compleet in paniek raken.

Waarom zouden we dan in een zakje ademen?
Kunnen ademhalingstechnieken of relaxatieoefeningen helpen?
Wetende dat mensen met een paniekstoornis dikwijls ‘te veel’ op hun ademhaling letten of er ‘te veel’ mee bezig zijn, is het niet echt aangeraden om ademhalingsoefeningen te doen. 

De stelling dat mensen met een paniekstoornis ‘te veel’ aandacht geven aan allerlei lichaamssignalen, doet tevens de vraag rijzen: waarom nog méér aandacht aan het lichaam geven middels relaxatieoefeningen? De boodschap ‘leer zowel je lichaam als ook je ademhaling met rust te laten, dan laat het lichaam je ook met rust’, is een overweging waard.
Hoe kan je dan wel een paniekstoornis (en hyperventilatie) behandelen? 
Voldoende wetenschappelijke studies hebben aangetoond dat een goed gestructureerde cognitieve gedragstherapie (CGT) een eerstekeusbehandeling is bij paniekstoornis (en hyperventilatie). 
Conclusie
- Hyperventileren is geen aandoening of stoornis, maar een symptoom dat meestal bij een paniekstoornis of andere angststoornis voorkomt. 
- Bij hyperventileren is eerder sprake van een ‘teveel’ aan CO2 en niet een ‘tekort’. 
- Een plastiekzakje kan als ‘afleider’ dienen bij een paniekaanval, maar mogelijks neemt de paniek en het hyperventileren door het ademen in het zakje nog toe. 
- Het is wetenschappelijk onderbouwd dat cognitieve gedragstherapie tot op heden de meest effectieve behandeling is voor een paniekstoornis. 
- Ademhalings- en relaxatieoefeningen behandelen eerder de symptomen, en hebben mogelijks een ‘onderhoudend’ effect op de lichamelijke focus en alertheid én de paniekklachten.

Auteur:
Jos Jazie
Cognitief gedragstherapeut
Angstcentrum     

zie ook artikel : Hyperventilatie: beangstigend maar niet gevaarlijk

zie ook artikel : Hartcoherentie als antwoord op stress, burn-out en hyperventilatie


bron: Jos Jazie, cognitief gedragstherapeut

ad


pub