ad

Een hond in huis beperkt het risico op een voedselallergie bij kleine kinderen

Laatst bijgewerkt: augustus 2020
123-h-baby-hond-08-20.jpg

nieuws

Preventie tegen voedselallergieën is een grote uitdaging geworden voor de publieke gezondheidszorg, want er duiken steeds meer gevallen op. Bij jonge kinderen zijn er een aantal factoren die het risico op het ontwikkelen van een voedselallergie in de hand werken, zoals bijvoorbeeld een behandeling met een antibioticum of geboren worden met een keizersnede. Anderzijds zijn er ook omstandigheden die het risico verminderen: op een boerderij wonen, broers en zussen hebben, opgevangen worden in een crèche, en huisdieren hebben. Die laatste parameter werd onderzocht door een Brits onderzoeksteam van het King’s College in Londen. Bij die studie werden de gegevens van een duizendtal kinderen geëvalueerd aan de leeftijd van 3, 6 en 12 maanden. 6% van de kinderen in die groep had een voedselallergie.

Uit de resultaten bleek dat de kinderen die een hond in het gezin hebben 90% minder kans lopen om een dergelijke allergie te ontwikkelen. Samenleven met minstens twee honden zou zelfs 100% bescherming bieden. Die bescherming zou al beginnen vanaf de leeftijd van 3 maanden. Of een hond in huis hebben tijdens de zwangerschap eveneens een impact heeft op het kind, werd in deze studie niet onderzocht. 

Het gunstig effect zou te maken hebben met bepaalde bacteriën die in overvloed aanwezig zijn in de muil en het darmstelsel van de hond. Zij zouden een positieve invloed uitoefenen op de darmflora van het kind. Het wordt trouwens meer en meer duidelijk dat er een verband is tussen de samenstelling van de darmflora op zeer jonge leeftijd enerzijds en het ontstaan van mechanismen die leiden tot het ontwikkelen van allergieën anderzijds. Dr. Roseline Péluchon zegt in ‘Journal international de médecine’ daarover het volgende: 'door geregeld in de buurt van een hond te verblijven, wordt een kind aan die specifieke bacteriën blootgesteld, waarschijnlijk via stofdeeltjes die door het huis dwarrelen en door contact met de natuurlijke leefomgeving van het dier'. 


bron: Juan Miralles & Hilde Deweer

ad


pub