Diëtisten benadrukken het belang van ‘de eerste 1000 dagen’

Laatst bijgewerkt: februari 2020
123-zw-voeding-01-19.png

nieuws In het kader van De Week van de Diëtist, die dit jaar van 16 tot 22 maart loopt, willen de Vlaamse Beroepsvereniging van Diëtisten (VBVD) en de Waalse diëtistenvereniging (UPDLF) graag nog eens benadrukken hoe belangrijk gezonde voeding is tijdens ‘de eerste 1000 dagen’ van een leven. En dat leven start al voor de geboorte: zowel de 270 dagen in de buik als de twee daaropvolgende jaren zijn van vitaal belang voor een gezonde ontwikkeling.

Voeding voor, tijdens en na de zwangerschap

Een gezonde, gevarieerde voeding en een gezond gewicht hebben niet alleen een positieve invloed op de vruchtbaarheid, maar zijn ook essentieel voor een vlot verloop van de zwangerschap, bevalling en kraamtijd. Om het risico op diabetes, obesitas en hart- en vaatziekten op latere leeftijd zo klein mogelijk te houden, is het belangrijk dat een toekomstige moeder voldoende energie, eiwitten, vitaminen en mineralen inneemt. Denk maar aan volle granen, groenten, fruit en gezonde vet- en eiwitbronnen. Ook nadien is een gezond, gevarieerd voedingsschema belangrijk, met het oog op de optimale ontwikkeling van het kind. 
Wat doet een diëtist (voor zwangere vrouwen)?

Diëtisten nemen een belangrijke plaats in naast de arts, gynaecoloog, vroedvrouw en andere (para)medici die ouders begeleiden. Wie last heeft van zwangerschapsdiabetes, overgewicht, aanhoudende misselijkheid of andere fysieke klachten kan bij diëtisten aankloppen voor extra tips en informatie, maar eigenlijk hoef je zelfs helemaal geen direct aanleiding te hebben om langs te gaan. Nog te vaak associëren we diëtisten met ‘vermageren’. De diëtist van vandaag is echter opgeleid om een kritische houding aan te nemen en wetenschappelijk onderbouwde voedingsadviezen te vertalen naar de praktijk, op maat van de cliënt, in welke situatie dan ook.

zie ook artikel : Vergoeding van diëtistensessies voor kinderen met overgewicht

Bronnen:
www.vbvd.be
www.eetexpert.be



bron: Sofie Van Rossom, gezondheidsjournalist



pub