Erfelijke borstkanker

Laatst bijgewerkt: oktober 2015

dossier In België heeft iedere vrouw een risico van ongeveer 1 kans op 10 om in de loop van haar leven borstkanker te krijgen. De kans om de ziekte te krijgen, is groter naarmate men ouder wordt.
Bij 5 à 10% van de vrouwen met borstkanker gaat het om een erfelijke vorm van kanker. De erfelijke vorm wordt meestal op jongere leeftijd vastgesteld - tussen de 35 en 60 jaar. Patiënten met de erfelijke vorm hebben een verhoogd risico op de ontwikkeling van kanker in beide borsten (in de plaats van in één borst) en ook een verhoogd risico op eierstokkanker.

zelfonderzoek-borstkanker.jpg
Vrouwen die drager zijn van het borstkankergen BRCA 1 of 2 hebben 55 tot 85% kans om voor hun 80ste borstkanker te krijgen. De kans op eierstokkanker bedraagt 40-60 % (bij het BRCA1) en 15-20 % (bij BCRA2). Bij bepaalde bevolkingsgroepen zoals de Ashkenazi-joden is de frequentie nog hoger. De kans dat een man borstkanker ontwikkelt ligt rond de 5 procent maar het gen kan wel door de man worden overgedragen.

Volgende criteria zijn aanwijzingen voor een erfelijke vorm van borstkanker:
- Twee of meer eerste- en/of tweede graads verwanten (zowel mannelijk als vrouwelijk) aan moeders- of aan vaderszijde met borstkanker en/of eierstokkanker.
- Een eerste graads verwant (man of vrouw) met borstkanker voor het 50ste jaar.
- Een eerste graads verwant met borstkanker en eierstokkanker.
- Een eerste graads verwant met borstkanker en een eerste graads verwant met eierstokkanker.

zie ook artikel : Borstkanker bij mannen

zie ook artikel : Borstkanker

Een genetisch defect

Van alle erfelijk bepaalde borst- en eierstokkankers wordt meer dan de helft veroorzaakt door afwijkingen (mutaties) in het BRCA1-gen en het BRCA2-gen.
De overige erfelijke borst- en eierstokkankers worden veroorzaakt door afwijkingen in andere, nog niet gekende genen. Recent werd een derde genmutatie ontdekt. Dit gen, EMSY genoemd, verhindert de werking van het normale, niet-defecte BRCA-gen, waardoor mensen met dit gezonde gen toch een risico lopen op borst- of eierstokkanker. EMSY lijkt een belangrijke rol te spelen bij agressieve vormen van borstkanker. Vrouwen met borstkanker met extra EMSY genen overleefden gemiddeld 6,4 jaar; vrouwen met normale hoeveelheden van het EMSY gen overleven gemiddeld 14 jaar. Het verschil in overlevingstijd was vooral groot bij vrouwen bij wie tijdens de diagnose geen aangetaste lymfeklieren waren gevonden.

Hoe ontstaat erfelijke borstkanker?

Voor een goed begrip is enige uitleg over erfelijkheid nodig.
Ons lichaam is opgebouwd uit cellen. Elke cel bevat 46 chromosomen die gerangschikt worden in 23 paren: 22 paar autosomen en één paar geslachtschromosomen. De helft is afkomstig uit de zaadcel van de vader, de andere helft uit de eicel van de moeder. Chromosomen zijn opgerolde DNA-draden waarop onze genen of erfelijke eigenschappen liggen. Ze bevinden zich in de celkernen. Elk chromosoom is dus drager van een reeks genen die de informatie bevatten voor onze erfelijke eigenschappen. In totaal hebben wij zo’n 30.000 genen.
Tijdens de bevruchting vindt de samensmelting plaats van een eicel en een zaadcel. In tegenstelling tot alle andere lichaamscellen, bevatten deze voortplantingscellen maar 23 chromosomen. Na de bevruchting ontstaat een nieuwe cel (zygote) met 46 chromosomen. Hierin is dus de ene helft van de erfelijke kenmerken afkomstig van de vader en de andere helft van de moeder.

mitose-cel.jpg
Deze zygote deelt zich tot twee, vier, acht cellen, enzovoort. Dit proces heet mitose. Tijdens elke mitose deelt niet alleen de cel, maar ook de kern (waarin zich de chromosomen bevinden). Voordat de kern zich deelt, verdubbelen de chromosomen zich, zodat er in elke nieuwe cel steeds 46 chromosomen aanwezig zijn. Deze chromosomen zijn exacte kopieën van de chromosomen van de allereerste cel.
Elke lichaamscel bevat dus van elk chromosoom twee kopieën, één van de vader en één van de moeder. Dat betekent ook dat elk gen dus in tweevoud aanwezig is. Voor elke eigenschap, zoals bijvoorbeeld de haarkleur, zijn er dus twee genen verantwoordelijk. Welke haarkleur het kind heeft, is afhankelijk van het ‘type’ gen.
- Dominante genen komen altijd tot uitdrukking bij een bepaalde eigenschap, zij overheersen het andere gen.
- Recessieve genen komen niet tot uitdrukking, zij worden onderdrukt door het andere gen. Wanneer twee genen voor een bepaalde eigenschap allebei recessief zijn, komt deze recessieve eigenschap wel naar voren.

Erfelijke Borstkanker erft autosomaal dominant over. Vermits zowel de moeder als de vader de helft van hun erfelijk materiaal doorgeven aan hun kinderen en ze beide drager kunnen zijn van het defecte gen, zijn er bij elke zwangerschap vier mogelijkheden:
- het gen van de moeder is intact
- het gen van de moeder is defect
- het gen van de vader is intact
- het gen van de vader is defect.
Vermits het om een dominant gen gaat, is er dus steeds 50% kans dat het afwijkend gen bij de bevruchting doorgegeven wordt aan het kind. De afwijking ligt op één van de autosomale, niet-geslachtelijke chromosomen. Dat betekent dat het geslacht van het kind geen invloed heeft op de kans dat de aandoening wordt overgedragen.
Bij een man leidt een dergelijk afwijkend gen zelden tot borstkanker. Als hij het afwijkend gen heeft, heeft elk van zijn kinderen - zonen zowel als dochters - 50% kans om het te erven. Zijn dochters hebben dus een sterk verhoogd risico op borst- en/of eierstokkanker.
Bij mannen en vrouwen die drager zijn van een mutatie kunnen andere vormen van kanker iets frequenter voorkomen dan in de algemene bevolking (prostaatkanker, dikdarmkanker).

zie ook artikel : Erfelijke aandoeningen

Predictieve test

karyogram-brca1-2-gen.jpg

BRCA1 is een gen op de lange arm chromosoom 17 en BRCA2 ligt op chromosoom 13

Wanneer in eenzelfde familie meer dan één vrouw op vrij jonge leeftijd getroffen wordt door borstkanker en/of waarin er ook eierstokkanker voorkomt, dan kan dit wijzen op een erfelijke vorm van borst- en/of eierstokkanker.
Dit kan een reden zijn voor een predictief DNA-onderzoek bij andere vrouwelijke familieleden om te kijken of zij een van de afwijkende genen hebben.
De voorwaarde om te starten met DNA-onderzoek is dat er DNA van aangetaste familieleden beschikbaar is of dat er aangetaste familieleden in leven zijn bij wie bloed kan worden genomen voor DNA-onderzoek.
Als bij deze familieleden de afwijking in het BRCA1-gen of het BRCA2-gen opgespoord is, gaat het onbetwistbaar om de erfelijke vorm van borst- en/of eierstokkanker. Predictief genetisch testen van niet aangetaste verwanten (zowel mannen als vrouwen) is dan mogelijk.
In bepaalde families met een duidelijke geschiedenis van borstkanker en/of eierstokkanker kan er op dit moment (nog) geen afwijking in het DNA gevonden worden. Dit sluit echter niet uit dat het om een erfelijke vorm van borst- en/of eierstokkanker kan gaan. Die vrouwen lopen waarschijnlijk wel een sterk verhoogd risico op borst-en/of eierstokkanker en regelmatig onderzoek van de borsten en de eierstokken is aangewezen. Voor deze vrouwen is echter geen predictieve test mogelijk.

De beslissing om een predictieve DNA-test voor borst- en/of eierstokkanker te laten uitvoeren is een beslissing die verregaande gevolgen kan hebben. Daarom worden die tests behandeld worden door een gespecialiseerd, multidisciplinair team dat aandacht heeft voor alle vragen en de zorgen, zowel medisch als psychisch, die een confrontatie met erfelijke borstkanker kan oproepen.

Preventieve maatregelen

mammografie-b.jpg
Bij een vroege ontdekking van borst- en/of eierstokkanker is de kans op genezing groot. Daarom is het belangrijk dat vrouwen die drager zijn van een genetische afwijking en dus een sterk verhoogd risico hebben op borst- en/of eierstokkanker, zich medisch goed laten volgen om beginnende borst- en/of eierstokkanker zo vroeg mogelijk op te sporen.

Deze medische follow-up bestaat uit:
- maandelijks zelfonderzoek van de borsten
- om de zes maanden klinisch onderzoek van de borsten en de eierstokken door een arts
- jaarlijks echografie van de eierstokken en mammografie en/of echografie van de borsten, of nieuwe technieken (magnetische scanner of NMR).
Dit gebeurt best vanaf de leeftijd van 30 jaar of ten minste 5 jaar vroeger dan de beginleeftijd van het jongste aangetaste familielid.

Wanneer na een predictieve test blijkt dat een vrouw geen drager is van een afwijking in het BRCA1-gen of BRCA2-gen dan wordt de medische follow-up voorgesteld zoals voor de algemene bevolking nl. vanaf de leeftijd van 40 jaar om de 18 maanden en vanaf 50 jaar om de twee jaar een mammografie. Daarnaast zijn regelmatig zelfonderzoek en klinisch onderzoek door een arts belangrijk.

Voor een vrouw die behoort tot een familie met een duidelijke familiegeschiedenis van borst-en/of eierstokkanker maar waarin het erfelijkheidsonderzoek nog geen afwijking heeft kunnen vaststellen in het BRCA1-gen of BRCA2-gen, gelden dezelfde aanbevelingen als voor vrouwen bij wie wel een genetische afwijking is vastgesteld.

zie ook artikel : Mammografie: voortijdige opsporing van borstkanker

Preventieve borstamputatie

De vrouw kan ook kiezen voor een preventieve borstamputatie en/of een verwijdering van de eierstokken. De verwijdering van de eierstokken kan in overweging genomen worden vanaf 35 jaar en wanneer er duidelijk geen kinderwens (meer) is. Ook al bieden deze ingrepen geen absolute zekerheid, toch wordt hierdoor het risico op borst- en/of eierstokkanker heel klein.
Uit een beperkt aantal studies blijkt dat het de kans op het krijgen van borstkanker sterk vermindert. Bij vrouwen die kozen voor een dubbelzijdige borstamputatie, zou het risico op borstkanker dalen met 90%. Verwijdering van de eierstokken en eierleiders leidt tot een bijna volledig uitsluiten van kanker. Bovendien geeft dit ook een 50 procent reductie op het krijgen van borstkanker.
Dit betekent wel een vervroegde overgang. De symptomen van de menopauze kunnen worden behandeld met hormoonvervangende therapie maar bij vrouwen die hun eierstokken nog hebben, verhoogt een dergelijke behandeling het risico van hartziekten, beroerte en sommige vormen van kanker.

zie ook artikel : Het verwijderen van eierstokken (of Ovariëctomie)


bron: Psychosociale Genetica & Klinische Genetica, U.Z.Gasthuisberg, www.kuleuven.ac.be/PsychoGen



pub