Behandel artrose zo vroeg mogelijk

Laatst bijgewerkt: september 2019
123-pijn-knie-04-19.png

nieuws

Steeds meer mensen hebben er last van: artrose in de knie. Deze vermindering van kraakbeen rondom het kniegewricht heeft nogal vervelende gevolgen voor patiënten: iedere beweging doet ze pijn. Voldoende beweging en het tegengaan van overgewicht helpt in het voorkomen van knie-artrose. En als artrose toch ontstaat, is zo vroeg mogelijk behandelen effectief om ervoor te zorgen dat het niet erger wordt. Dat blijkt uit een studie aan het universitair ziekenhuis UMC Utrecht.

Bij artrose is het kraakbeen rondom gewrichten gedeeltelijk of geheel weg, waardoor de gewrichtsbotten op een pijnlijke manier over elkaar schuren bij iedere beweging. Hoe knie-artrose precies ontstaat is nog niet duidelijk. Wel zijn er enkele oorzaken aan te wijzen. 

  • Ouder worden, is de belangrijkste. Met het verstrijken van de jaren vermindert de kwaliteit van het kraakbeen waardoor het gemakkelijker slijt. 
  • Ook reumatoïde artritis leidt vaak tot artrose. De ontstekingen in gewrichten die met reumatoïde artritis gepaard gaan, tasten het kraakbeen aan. 
  • Overbelasting is een andere oorzaak. Dit kan komen door overgewicht of door te intensief sporten. In beide gevallen wordt er te veel gevraagd van het kraakbeen, waardoor het harder slijt. Een standsafwijking, bijvoorbeeld O-benen, zorgt voor overbelasting van een deel van het kraakbeen, omdat de belasting niet gelijkmatig over de hele knie is verspreid. 
  • Verder kunnen een ongeluk of een harde val op de knie ook – ernstige – kraakbeenschade opleveren. 

Wat kan je er tegen doen?

1. Beweging
Bij beginnende artrose is oefentherapie en pijnstilling gebruikelijk. Als je pijn hebt bij het bewegen, heb je de neiging minder te bewegen. Logisch, maar niet goed. Want juist door beweging krijgt het kraakbeen zijn voeding. Om het kraakbeen heen zit gewrichtsvloeistof. Dit bevat voedingsstoffen die het kraakbeen gezond houden. Omdat kraakbeen niet doorbloed is, krijgt het zijn voeding niet via het bloed. Beweging perst de voedingstoffen uit het gewrichtsvloeistof in het kraakbeen. Daarnaast zorgt beweging voor minder overgewicht en dus minder overbelasting van de gewrichten. Ten slotte gaat artrose vaak gepaard met stijfheid. Deze stijfheid neemt toe als je niet in beweging blijft. Het gezegde ‘rust roest’ komt hier dan ook vandaan. Op een gezonde manier sporten is dus essentieel.

2. Ontstekingsremmers
Als reumatoïde artritis de oorzaak van de artrose is, helpen ontstekingsremmers. Bij reumatoïde artritis tasten ontstekingen het kraakbeen aan. Door die ontstekingen af te remmen, ga je ook de kraakbeenaantasting tegen. Omdat de behandeling tegen reumatoïde artritis steeds effectiever wordt, zie je dat terug in de ernst van de artrose. Hoe eerder je reumatoïde artritis goed behandelt, hoe minder artrose. Omdat de klassieke grote reuma-gewrichtsafwijkingen niet meer ontstaan, dankzij de goede medicijnen van tegenwoordig, bestaat de klassieke reuma-orthopeed ook niet meer.

3. Een standscorrectie bij O-benen of X-benen
Een standscorrectie bij O-benen of X-benen is een ingrijpende maar effectieve behandeling. Ook bij kleine standsafwijkingen, van zo’n vijf procent, is de kans op artrose groot, doordat er een grotere druk op een deel van het gewricht staat. Met een standscorrectie is dat op te lossen. De belasting in het gewricht wordt verplaatst van het aangedane deel naar het onaangedane deel. Voor wie al artrose hierdoor heeft, werkt deze behandeling goed. 

4. Kniedistractie
Een hele nieuwe behandeling is de kniedistractie. Hierbij wordt het bot een beetje uit elkaar getrokken, waardoor kraakbeen de ruimte krijgt te groeien. Deze behandeling kost wel enkele weken, maar daarna zijn patiënten jaren van hun pijn af. 

5. Knieprothese
Een knieprothese (kunstknie) is meestal het laatste redmiddel. Dit is een dure ingrijpende operatie, waarbij patiënten behoorlijk lang moeten revalideren. Meestal zijn patiënten daarna wel van hun pijn af, maar zeker niet iedereen. Ongeveer twintig procent van alle patiënten die een knieprothese krijgen zijn niet tevreden of hebben een complicatie. Deze laatste groep betreft met name jonge patiënten. Verder gaat een prothese ongeveer tien tot vijftien jaar mee. Als je jong bent is de kans groot dat je deze prothese overleeft en dat die vervangen moet worden. Dit heet een revisie. Deze revisie-prothese gaat minder lang mee (vier tot zeven jaar), gaat gepaard met een grotere kans op complicaties en de kosten nemen enorm toe. Als deze revisie-prothese niet meer functioneert, houdt het wel zo’n beetje op. Daarom krijgen mensen voor hun zestigste meestal geen knieprothese. 

zie ook artikel : Artrose: wat kan je zelf doen en hoe wordt het behandeld?

Behandelingen die niet werken

  • Een behandeling die nog heel vaak wordt toegepast zijn injecties met corticosteroïden. Corticosteroïden werken pijnstillend, dus in die zin is deze behandeling effectief. Maar het werkt slechts kortdurend, is niet goed voor het kraakbeen en je kan maanden niet meer opereren, omdat de kans op een infectie enorm toeneemt.” 
  • Ook hyaluronzuurinjecties worden nog vaak toegepast, maar inmiddels is duidelijk dat het nauwelijks werkt. 
  • Hetzelfde geldt voor glucosamine. Sommige mensen met artrose slikken dit voedingssupplement omdat het goed zou werken. Hier is verschillend wetenschappelijk onderzoek naar gedaan, maar er is geen positief effect gevonden. Tegelijkertijd kan deze voedingsstof ook geen kwaad, dus als mensen het gevoel hebben er wel baat bij te hebben, moeten ze het vooral blijven gebruiken. 




pub