Het carpaal tunnel syndroom: nachtelijk spalken of corticosteroïden-infiltratie?

Laatst bijgewerkt: maart 2019
123-CPTS-carpaal-tunnel-pols-comp-03-19.png

nieuws

Het carpaal tunnel syndroom is een frequente oorzaak van handpijn, tintelingen in de vingers en verminderde kracht. De oorzaak van het carpale tunnelsyndroom is een beknelling van de middelste armzenuw ter hoogte van de pols in de carpale tunnel. De storing van de functie van de zenuw kan variëren van licht tot ernstig. 

Bij ernstige klachten, zoals continue pijn, gevoels- of krachtverlies en spieratrofie, is verder onderzoek nodig en kan een operatie nodig zijn om de geknelde zenuw meer plaats te geven. 

Bij lichte tot matige klachten, zoals een prikkelend en pijnlijk gevoel of hinderlijke tintelingen in de vingers en in de handpalm en/of een doof gevoel in de handpalm en in de vingers, volstaat meestal een symptomatisch behandeld worden, met als doel de klachten te verbeteren, het functieverlies te beperken en zenuwbeschadiging te voorkomen. 

zie ook artikel : Hoe ontstaat een carpale tunnelsyndroom en wat kan je er aan doen?

De meest gebruikte conservatieve behandelingen zijn: nachtelijk spalken of een corticosteroïd-infiltratie. Een recente studie onderzocht welke van de twee behandelingen de voorkeur geniet bij patiënten met mild tot matig carpaal tunnel syndroom. De auteurs komen tot het besluit dat een eenmalige corticosteroïd-infiltratie op korte termijn (zes weken) een iets beter resultaat geeft dan nachtelijk spalken. Het gunstig effect van de corticosteroïd-infiltratie houdt aan tot 6 maanden, maar door bijkomende verbetering van de symptomen bij blijvend nachtelijk spalken, zijn de verschillen tussen beide behandelingen na 6 maanden klein. Na 6 maanden heeft een derde van de patiënten nog steeds klachten of werden ze verwezen voor heelkunde.


bron: www.bcfi.be/nl/articles/3025?folia=3022
verschenen op : 05/04/2019


pub