Voor welke kankers bestaat vroege opsporing?

Laatst bijgewerkt: februari 2019
123-h-mammo-prev-kanker-03-19.jpg

nieuws

Vroege opsporingsmethoden bestaan voor bepaalde kankers. Maar voor niet al die opsporingsmethoden bestaat voldoende wetenschappelijke bewijs dat ze ook werken.
Vroege opsporing van kanker heeft zowel voor- als nadelen. Het is daarom belangrijk u goed te informeren om daarna een weloverwogen keuze te maken.

Bevolkingsonderzoeken

Voor sommige kankers is er voldoende bewijs dat vroege opsporing nut heeft. 

De overheid biedt daarom momenteel voor drie kankers, waarvan voldoende bewijs bestaat dat vroege opsporing in bepaalde leeftijdsgroepen nut heeft, georganiseerde vroege opsporing of screening aan, ook wel ‘bevolkingsonderzoeken’ genoemd. Deze onderzoeken zijn gratis.

  1. Dikkedarmkanker
    De Vlaamse overheid organiseert een bevolkingsonderzoek naar dikkedarmkanker voor alle mannen en vrouwen van 51 tot en met 74 jaar. Vanaf 1 januari 2020 wordt dit uitgebreid tot de 50-jarigen. Het onderzoek gebeurt aan de hand van een stoelgangtest.
  2. Borstkanker
    Het bevolkingsonderzoek naar borstkanker wordt in ons land om de twee jaar aangeraden voor alle vrouwen van 50 tot 69 jaar. Het onderzoek gebeurt door het nemen van een mammografie. 
  3. Baarmoederhalskanker
    De Vlaamse overheid raadt vrouwen van 25 tot en met 64 jaar aan om de drie jaar een uitstrijkje te laten nemen in het kader van het Vlaams bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker. 
Meer info: www.bevolkingsonderzoek.be

Individuele vroege opsporing bij verhoogd risico

Voor andere kankers zijn wetenschappers het (nog) niet eens of vroege opsporing op grote schaal nut heeft. Toch is het mogelijk dat bepaalde personen in overleg met hun (huis)arts ook voor andere kankers aan vroege opsporing doen, ook al hebben ze geen specifieke klachten. Dat is dan meestal omdat zij een verhoogd risico op die kanker hebben. In die gevallen spreken we van individuele vroege opsporing. 
Opsporen van huidkanker bij mensen met een zeer zongevoelige huid, van prostaatkanker bij oudere mannen, van borstkanker bij jonge vrouwen met een moeder of zus die borstkanker hebben, of van darmkanker bij mensen die op jonge leeftijd al een sterk verhoogd risico op darmkanker hebben, zijn daar een voorbeelden van. 

Vroege opsporing is een persoonlijke keuze. Het is daarom van belang dat u zich informeert over de voor- en nadelen zodat u een overwogen beslissing kunt maken. De voor- en nadelen verschillen per type kanker. Uw (huis)arts is de ideale partner om uw specifieke situatie mee te bespreken.

  1. Borstkanker
    • Vooral vrouwen bij wie borstkanker in de familie voorkomt, lopen een groter risico om zelf borstkanker te krijgen. Afhankelijk van o.a. de verwantschap met deze familieleden kan dat risico gemiddeld, hoog of sterk verhoogd zijn. Volgende criteria zijn aanwijzingen voor een erfelijke vorm van borstkanker:
    - Twee of meer eerste- en/of tweedegraads verwanten (zowel mannelijk als vrouwelijk) aan moeders- of aan vaderszijde met borstkanker en/of eierstokkanker.
    - Een eerstegraads verwante (man of vrouw) met borstkanker voor de leeftijd van 50 jaar.
    - Een eerstegraads verwante met borstkanker en eierstokkanker.
    - Een eerstegraads verwante met borstkanker én een eerstegraads verwante met eierstokkanker.

    • Daarnaast hebben vrouwen die op jonge leeftijd een bestraling van het bovenlichaam kregen (radiotherapie met mantelveld) een sterk verhoogd risico.

    • Vrouwen met een verhoogde borstdensiteit, dus met zeer veel klierweefsel en weinig vetweefsel, behoren tot de categorie met een matig verhoogd risico.

    Deze vrouwen worden het best jaarlijks vanaf jonge leeftijd opgevolgd. Afhankelijk van het risico begint deze opvolging vanaf 30 of 40 jaar, of 5 jaar voor de leeftijd die het andere familielid had toen de borstkanker werd vastgesteld. Hierbij kan een mammografie, MRI of, in bepaalde gevallen, echografie worden gebruikt, of een combinatie van deze methodes. 

  2. Dikkedarmkanker
    Bent u jonger dan 50 of ouder dan 74 jaar, dan valt u buiten de doelgroep van het Bevolkingsonderzoek. Toch kan een vroege opsporing in sommige gevallen verantwoord zijn wanneer u een verhoogd risico loopt.

    • Verhoogd risico omwille van een familiale belasting.
    Als één of meerdere van uw eerstegraadsverwanten (biologische ouders, kinderen, broers en zussen) dikkedarmkanker heeft of gehad heeft, hebt u zelf een verhoogd risico op het ontstaan van dikkedarmkanker. Hoe jonger de getroffen persoon is, hoe groter het risico voor zijn omgeving.
    Raadpleeg uw huisarts om dit met hem of haar te bespreken. 

    Genetische aandoeningen
    Er bestaan zeldzame erfelijke vormen van darmkanker. Ongeveer 7 op de 100 gevallen van dikkedarmkanker zouden gerelateerd zijn aan deze erfelijke en genetische syndromen. Voorbeelden daarvan zijn familiaire adenomateuze polyposis (FAP), MUTUY geassocieerde polyposis (MAP en het Syndroom van Lynch.

    • Mensen met chronische darmontstekingen (Colitis Ulcerosa en ziekte van Crohn) hebben ook een verhoogd risico op het krijgen van dikkedarmkanker.

    Voorgeschiedenis van dikkedarmkanker
    Mensen die al dikkedarmkanker hebben gehad in het verleden, hebben ook een verhoogde kans op het opnieuw krijgen van dikkedarmkanker en worden daarom ook - gedurende een lange tijd - opgevolgd door een specialist.

  3. Eierstokkanker
    Veralgemeende opsporing van eierstokkanker wordt in ons land niet aanbevolen.
    Vrouwen met een familiaal risico (moeder of zus met eierstokkanker of met een erfelijke vorm van borstkanker) kunnen wel een specifieke opvolging krijgen. Dit wordt geval per geval besproken met de gynaecoloog. 

  4. Prostaatkanker
    Systematische opsporing van prostaatkanker wordt niet aangeraden omdat de voordelen van een systematische opsporing door middel van een PSA-test vandaag niet opwegen tegen de nadelen. Een te hoog PSA-gehalte in het bloed kán een aanwijzing zijn voor prostaatkanker, maar kan ook wijzen op andere, onschuldiger prostaatkwalen zoals een goedaardige prostaatvergroting of een ontsteking. Andersom is prostaatkanker ook mogelijk bij een normaal, niet-verhoogd PSA-testresultaat. Dit betekent dat mannen zich ten onrechte bezorgd of opgelucht kunnen voelen.

    Voor mannen tussen 55 en 69 jaar kan een PSA-test eventueel op vrijwillige basis overwogen worden. Bespreek dit met uw arts. Voor mannen ouder dan 70 wordt de PSA afgeraden

    De PSA-test in het kader van een vroege opsporing (dus bij mannen zonder prostaatklachten of symptomen van een mogelijke prostaataandoening) wordt niet terugbetaald door de ziekteverzekering.

  5. Huidkanker
    Het is mogelijk om pigmentvlekken op de huid op te sporen om een eventuele melanoom te ontdekken. Deze onderzoeken naar huidkanker worden op dit moment niet systematisch aanbevolen voor alle mensen, maar kunnen zeer nuttig zijn bij mensen met een verhoogd risico.
    • Mensen met een zeer lichte huid die makkelijk verbrandt;
    • Mensen met talrijke pigmentvlekken (moedervlekken);
    • Mensen die tijdens hun kinderjaren ernstige zonnesteken hebben gehad;
    • Mensen met een lichte huid die, vooral in hun kindertijd, in een tropisch land hebben gewoond;
    • Mensen met een of meer gevallen van melanomen in de familie.
    Vraag uw behandelende arts of dermatoloog om advies als u een risicopersoon bent.

    De opsporing bestaat uit een huidonderzoek met een dermatoscoop (soort van vergrootglas waarmee men rechtstreeks contact maakt met de huid). Als men een verdacht letsel ontdekt, is een verwijdering noodzakelijk. Met de microscoop kan de specialist onderzoeken of het om een melanoom gaat of om gezond letsel.

    Meer informatie vindt u op de website www.euromelanoma.org.

  6. Longkanker
    In ons land wordt veralgemeende screening op longkanker via een jaarlijkse lage dosis CT-scan momenteel niet aanbevolen. Toch gaan er stemmen op om, in navolging van bijvoorbeeld de US Preventive Services Task Force, bepaalde risicogroepen te screenen.

    • Personen die roken of gestopt zijn binnen een periode van 15 jaar;
    • Personen die tussen 55 en 80 jaar oud zijn en die 30 ‘pakjesjaren’ verzameld hebben, d.w.z.:
    - 1 pak per dag gedurende 30 jaar
    - OF 2 pakken per dag gedurende 15 jaar
    - OF 3 pakken per dag gedurende 10 jaar.

    Als u voldoet aan deze voorwaarden, kunt u met uw arts bespreken of een dergelijk onderzoek voor u zinvol is.

    Het Nederlands-Belgisch proefbevolkingsonderzoek naar longkanker (het NELSON-onderzoek) heeft aangetoond dat dankzij een CT-scan van de longen, de kans om aan longkanker te overlijden met bijna 26 procent verlaagd kan worden.

    Zie ook: www.uzleuven.be/nl/nieuws/2018-09-25/longkankerscreening-met-ct-scan-kan-duizenden-sterfgevallen-voorkomen.

  7. Beroepskankers
    Voor sommige beroepen waarin men blootgesteld wordt aan kankerverwekkende stoffen of procedures, bestaan er aparte screeningprogramma’s. Een voorbeeld is de screening op neuskanker bij voormalige houtbewerkers die minstens 20 jaar aan houtstof zijn blootgesteld.

    Verder gelden voor werknemers die worden blootgesteld aan kankerverwekkende stoffen of procedures specifieke beschermingsmaatregelen, zoals bijvoorbeeld jaarlijkse onderzoeken.

Opsporing bij alarmsignalen

Als er bepaalde afwijkingen of klachten optreden, is het belangrijk om te weten of die te wijten zijn aan kanker of aan een andere ziekte. Dan is een onderzoek natuurlijk wél aangewezen.  We spreken dan niet meer over vroege opsporing, maar over een diagnostisch onderzoek. 

Bronnen
www.kanker.be
www.allesoverkanker.be
www.kwf.nl



verschenen op : 07/03/2019
pub

Blijf op de hoogte!

Schrijf je in op onze nieuwsbrief:

Nee, bedankt