Omdraaien baby in stuitligging voorkomt keizersnede

Laatst bijgewerkt: januari 2019
123-anatom-stuitligg-12-18.png

nieuws

Een baby omdraaien bij een stuitligging kan veel keizersneden voorkomen. Dit kan van buitenaf met behulp van medicatie. Zo kunnen jaarlijks circa zeshonderd keizersneden worden voorkomen. Dat blijkt uit onderzoek aan de Universiteit van Amsterdam.

Rond de 36 weken zwangerschap ligt zo’n vier procent van de baby’s in een stuitligging. In plaats van het hoofdje ligt het kind met zijn billen naar beneden. Een natuurlijke bevalling is dan lastiger. In 85 procent van de gevallen worden kindjes die zo liggen, via een keizersnede ter wereld gebracht. In Nederland zijn dat er zo’n zesduizend per jaar, met alle risico’s van dien op ernstige complicaties bij de moeder, zoals zeer ruim bloedverlies, ernstige infecties of trombose.

Omdraaien van buitenaf
De baby in stuitligging kan van buitenaf in de baarmoeder met de handen gedraaid worden. In Nederland krijgt ongeveer 70 procent van de vrouwen het aanbod het kind te draaien. De moeder is dan 36 of 37 weken zwanger, dus het kind heeft nauwelijks ruimte meer in de baarmoeder. Met behulp van een hartfilmpje wordt de toestand van de baby gecontroleerd. Het draaien gebeurt stukje bij beetje, met pauzes om de moeder te laten bijkomen. Zonder medicatie slaagt deze ingreep in veertig tot vijftig procent van de gevallen. Met medicatie, die de spieren van de baarmoeder verslapt, is dat 65 procent, zo bleek uit het onderzoek. Dat zijn in Nederland zeshonderd vrouwen per jaar extra die geen keizersnede nodig hebben.

Sommige gynaecologen zijn huiverig voor die medicatie, omdat ze in 75 procent van de gevallen bijwerkingen geven: hartkloppingen, opvliegers en hoofdpijn. Maar die bijwerkingen zijn van korte duur, ongeveer 10 minuten, zo bleek. 


pub

Blijf op de hoogte!

Schrijf je in op onze nieuwsbrief:

Nee, bedankt