Oudere moeders en steeds minder tienerzwangerschappen

Laatst bijgewerkt: November 2018
123-vr-zw-buik-echo-08-15.jpg

nieuws

In 2017 werden er in Vlaanderen 63.838 baby’s geboren. Na een lichte stijging in 2016 vertoont het geboortecijfers daarmee opnieuw een dalende trend. De daling in het aantal verlossingen in 2017 situeert zich in alle provincies, en is het grootst in West-Vlaanderen. Dat blijkt uit het jaarverslag van het Studiecentrum voor perinatale neonatologie (SPE) met de cijfers over geboortes en bevallingen in Vlaanderen in 2017. 


  •  Vlaamse moeders krijgen hun kinderen laat. De leeftijd waarop Vlaamse moeders hun eerste kind krijgen, stijgt jaar na jaar. In 2017 was de gemiddelde leeftijd waarop een moeder haar eerste kind kreeg 29 jaar, terwijl dat in 1987 nog 25.7 jaar was. Ook het aantal 40-plussers is hoog en blijft stijgen: 1 vrouw op 34 (2.9%) is 40 jaar of ouder op het moment van de bevalling. In 1991 was dit 0.8%. Meer dan één vrouw op 6 (17.4%) is 35 of meer op het moment van de bevalling. 

  •  In Vlaanderen is het aantal tienerzwangerschappen zeer laag. 742 vrouwen jonger dan 20 kregen in 2018 een kind, 179 onder hen waren jonger dan 18. Dat is weer een daling ten opzichte van de vorige jaren.

  • Ondanks de mogelijks onvolledige registratie blijft het aantal thuisbevallingen in Vlaanderen zeer laag en vertoont een dalende trend (N=399/62772 = 0.63%). Het is belangrijk dat registratie in de toekomst ook de maternale en neonatale uitkomsten op een volledige en systematische manier kan verzamelen in deze groep.

  • We zien in Vlaanderen in 2017 een lichte stijging van de perinatale sterfte naar 6.3 per duizend. Dit is bijna volledig te wijten aan een stijging in de foetale sterfte en dus mogelijks aan een betere registratie van (late) zwangerschapsafbrekingen om medische redenen. De vroeg-neonatale sterfte (1.2 per duizend) blijft zeer laag. In 2017 werden 4 gevallen van maternale sterfte geregistreerd. Ondanks de mogelijke onderrapportering is dit zeer lage cijfer (+/-1/20.000) het bewijs van een goede opvolging van de moeders tijdens de zwangerschap en de bevalling. Een meer systematische registratie is vereist om een goed idee te krijgen van de oorzaken en mogelijke preventiemaatregelen.

  •  Het percentage keizersnedes (sectio) in 2017 is identiek aan dat van 2016 (20.9%). De spreiding in sectiopercentage tussen de Vlaamse ziekenhuizen blijft opvallend groot: 13.4% tot 30.5% en weerspiegelt zeker ook een verschil in praktijk. Zo zullen bijvoorbeeld veel van de vrouwen bij een volgende zwangerschap onnodig weer een keizersnede krijgen. Slechts 30% van de patiënten met een littekenuterus bevalt vaginaal. Wanneer ze de kans krijgen om in arbeid te gaan (“trial of labour”) bevalt 67.8% vaginaal.

  • Het percentage knippen (episiotomie) daalt jaar na jaar. In 2001 beviel 68.2% met een knip. In 2016 is dat nog maar 42.3%. Dit weerspiegelt een meer vrouwvriendelijke aanpak door de gynaecoloog bij de bevalling.

  • Opvallend was wel het aantal inleidingen: het percentage inleidingen (24.6%) ligt hoog en hoger dan de voorbije jaren. Ook daar is de spreiding tussen de verschillende centra enorm (11.5 tot 40.8%).

  • In 2017 werden 15.2% van de baby’s na de bevalling opgenomen op de kinderafdeling. Dit percentage vertoont een dalende trend sinds 2008 (17.0%). Minder kinderen worden van hun moeder gescheiden na de bevalling. Bij voldragen zwangerschappen (>37w) wordt nog te vaak een routinematige opname van het kind na keizersnede uitgevoerd.

  • Het aandeel van de kinderen dat verwekt werd door medisch geassisteerde bevruchting was nog nooit zo hoog (7.5 %). Een vrouw op 13 wordt dus op een niet-natuurlijke manier zwanger. In 2007 was dat nog 1 op 20 en in 1997 was dat 1 op 29.

  • Voor het tweede jaar op rij is en een daling in het aantal tweelingen. In 2017 bedroeg het aantal tweelingen 1.66%. Bij medisch begeleide bevruchting is er 7.2% kans op een meerling. 32% van de meerlingen zijn het gevolg van medisch begeleide fertiliteitstechnieken. Dit is een lichte daling ten opzichte van vorig jaar.

    Het aantal drielingen (19) lag in 2017 wel hoger dan de voorbije 10 jaren. Zowat twee derde (62.8%) van de meerlingen wordt prematuur (voor 37 weken) geboren.

Bron
https://www.zorg-en-gezondheid.be/belangrijkste-trends-in-geboorte-en-bevalling
https://www.zorg-en-gezondheid.be/sites/default/files/atoms/files/SPE_Evaluatierapport%202017_DEFINITIEF.pdf



verschenen op : 06/12/2018
pub

Blijf op de hoogte!

Schrijf je in op onze nieuwsbrief:

Nee, bedankt