Welke dieren kunnen hondsdolheid overbrengen?

Laatst bijgewerkt: mei 2019
123-honden-rabies-hondsdolheid-09-18.jpg

nieuws

Hondsdolheid of rabiës is een zoönose, dat is een ziekte die door dieren wordt doorgegeven aan mensen. De ziekte infecteert huisdieren en wilde dieren, en de mens wordt besmet door het speeksel van een besmet dier, wanneer deze likt, krabt of bijt of zelfs door contact met een wonde van een hondsdol dier.

Hondsdolheid is een van de gevaarlijkste en meest gevreesde zoönosen. Het veroorzaakt een progressieve hersenontsteking. Zodra er symptomen zijn, is hondsdolheid bij mensen en dieren altijd dodelijk en dit meestal binnen een heel korte termijn (maximum twee weken). De enige kans om een besmetting van hondsdolheid tegen te houden is een behandeling binnen de 24 u na contact met een besmet dier.

Jaarlijks krijgen meer dan 15 miljoen mensen wereldwijd een behandeling om, na contact met een besmet dier, de ziekte te voorkomen. Hierdoor kunnen toch enkele honderdduizenden sterfgevallen vermeden worden. Toch sterven er wereldwijd jaarlijks meer dan 55 000 mensen aan hondsdolheid, voornamelijk in Azie¨ en Afrika.

40 procent van de slachtoffers die gebeten worden door hondsdolle dieren zijn kinderen onder de 15 jaar. Dit omdat kinderen, al spelend met dieren, wel eens gekrabt of gebeten worden en dit feit niet altijd vertellen aan hun ouders.

In Europa zijn menselijke slachtoffers vrij zeldzaam. De laatste jaren zijn mensen gestorven als gevolg van een rabiësbesmetting overgebracht door vleermuizen of opgelopen in het buitenland of na contact met een besmet dier.

Welke dieren kunnen hondsdolheid overbrengen?
Honden zijn wereldwijd de belangrijkste gastheren en verspreiders van hondsdolheid. Ze liggen aan de basis van 99 procent van de dodelijke gevallen van humane hondsdolheid. Naast honden zijn ook vleermuizen de bron van heel wat menselijke sterfgevallen.

Daarnaast kunnen ook vossen, katten, wasberen, stinkdieren, eekhoorns, apen, jakhalzen, mangoesten en andere wilde vleesetende dieren de ziekte overbrengen.
In Europa komt rabiës vooral voor bij wilde dieren als de vos, de wasbeerhond en de vleermuis.

Belgie¨ werd in 2001 officieel vrij verklaard van hondsdolheid. Daarom is vaccinatie van honden tegen hondsdolheid in ons land sinds 1 maart 2016 niet langer verplicht. Voordien moesten honden ten zuiden van Samber en Maas en op alle campings in België nog wel gevaccineerd worden.

De meeste gevallen van rabiës bij honden in de ons omringende landen betreffen illegaal ingevoerde dieren uit landen waar rabiës veel voorkomt en waar geen vaccinatieplicht geldt (o.a. Marokko). Deze gevallen betekenen een groot gevaar voor de mensen en dieren in de omgeving van het besmette dier. Daarom gelden in België en Europa strenge regels voor het uit- en invoeren van (huis)dieren.

In welke landen loopt u een risico op hondsdolheid?
In Europa blijft de kans op besmetting relatief klein. Maar in Afrika en Azië komt hondsdolheid wel vaak voor. Heel Afrika geldt als een hoog risico gebied, met uitzondering van zuidelijk Afrika waar een matig risico geldt. Bijna heel Azië wordt beschouwd als hoog risicogebied. De landen van de voormalige Sovjet-Unie en een aantal landen in Oost-Europa gelden als matig risicogebied. Centraal- en een groot deel van Zuid-Amerika gelden als matig risicolanden.

Bekijk hier een kaart met de risicogebieden.

De kans op besmetting in België is klein, maar niet onbestaande. Vleermuizen in ons land kunnen hondsdolheid met zich dragen en via een beet de ziekte doorgeven aan de mens. Elk jaar duiken er in ons land enkele verdachte gevallen op na een beet door een vleermuis. Mensen die in contact zijn gekomen met een vleermuis moeten dan ook onmiddellijk een arts of het Instituut voor Tropische Geneeskunde contacteren en zich eventueel laten inenten.

Hoe kunt u zich beschermen tegen rabiës?
• Vermijd elk contact met (tamme) wilde dieren (bijv. tempelapen), straatdieren en zelfs andere niet vertrouwde huisdieren te strelen, hoe schattig ze er ook uit zien. Raak ook geen dode dieren aan.
• Vertel uw kind duidelijk dat het op reis geen dieren mag aaien of voeren.
Preventieve vaccinatie

Preventieve vaccinatie (pre exposure profylaxie - PrEP) geeft slechts een gedeeltelijke bescherming. Na een beet door een verdacht dier is nog altijd een behandeling nodig, maar die verloopt eenvoudiger dan wanneer u niet preventief gevaccineerd bent.

Voor de gewone toerist wordt preventieve vaccinatie tegen rabiës niet aangeraden omdat het risico beperkt is. Volgende personen moeten wel overwegen om zich op voorhand te laten vaccineren bij een reis of verblijf in een ontwikkelingsland:
• Risicogroepen, zoals dierenartsen, jagers, boswachters, veehandelaars, landbouwdeskundigen enz., maar ook archeologen en speleologen.
• Reizigers die een langdurige fietstocht ondernemen of veelvuldig joggen.
• Personen die langere tijd in afgelegen landelijke ontwikkelingsgebieden rondreizen of er gaan wonen, en die niet binnen de 24 uur over een (op celcultuur bereid) vaccin en binnen de 48 uur (of uiterlijk tot 7 dagen) over specifieke antirabiës-immunoglobulinen (RIG), “antiserum” kunnen beschikken.
• Ouders van kinderen die gaan wonen in een risicogebied, dienen – in functie van de lokale omstandigheden – ernstig te overwegen om hun kinderen preventief te laten vaccineren.

zie ook artikel : Hondsdolheid (rabiës): nieuwe vaccinatierichtlijnen

Wat moet u doen na contact met een mogelijk besmet dier?
• In geval van een beet door een mogelijk besmet dier is het van het grootste belang om de wonde (hoe klein of hoe oppervlakkig ook) grondig met water en zeep uit te wassen (omdat het virus zeer gevoelig is voor detergenten), goed te spoelen, en vervolgens grondig te ontsmetten (met Iodium/Isobetadine of met ethanol 60-80 %). 

• U moet zo snel mogelijk een arts raadplegen om vaccinatie te overwegen. Het probleem in ontwikkelingslanden is dat men meestal enkel over minderwaardige vaccins bereid op dierlijke hersenen beschikt, en dat de juiste immunoglobulinen er niet voorradig zijn.
In geval van een verdachte beet kan men ook beslissen om onmiddellijk huiswaarts te keren, of kan men via de reisverzekering of door bemiddeling van de ambassade een vaccin en immunoglobulinen proberen te bekomen. 

• Gelet op de hoge mortaliteitsgraad die met rabiës gepaard gaat, is het aangeraden om bij elk vermoeden van een verdachte beet het advies in te winnen bij experten van het ITG (https://www.itg.be/E/contact).

Dit advies kan het best telefonisch gebeuren (tijdens de werkuren) op het nummer: 03/247.66.66 of 03/247.64.05 of via mail: medsec@itg.be

Na de werkuren en tijdens het weekend dient men de spoedgevallendienst van het Universitair Ziekenhuis Antwerpen (UZA) te contacteren (waar artsen van ITG en UZA de wachtdienst Infectieziekten verzekeren) op 03/821 30 00.

zie ook artikel : Hondsdolheid (rabiës): nieuwe vaccinatierichtlijnen

Bronnen
www.health.belgium.be/nl/dieren-en-planten/dieren/houden-en-verkeer-van-dieren/reizen-met-gezelschapsdieren
www.favv.be/dierengezondheid/rabies/
www.vlaanderen.be/nl/natuur-en-milieu/dieren/met-een-huisdier-naar-het-buitenland
www.huisdierinfo.be
www.itg.be



verschenen op : 27/09/2018 , bijgewerkt op 10/05/2019


pub