20 dingen die je moet weten als je bloed wil geven

Laatst bijgewerkt: juni 2019
123-bloed-geven-05-18-2.jpg

dossier

Dagelijks hebben honderden mensen bloed, plasma of bloedplaatjes nodig, bv. slachtoffers van een verkeersongeval, leukemiepatiënten, brandwondenpatiënten, bij een bevalling of operatie. In deze gevallen worden mensen geholpen door transfusie van bloedcomponenten die uit één bloedgift kunnen worden bereid. Iedereen kan ooit een bloedtransfusie nodig hebben. In België krijgt ongeveer twee derde van de bevolking ooit bloed toegediend.

In België is er zelden een tekort aan bloed, maar het bestand van donoren is doorgaans slechts net voldoende om in de vernieuwing van de voorraad te voorzien. Van de Belgen die bloed kunnen geven, doet zo’n 5 procent dit effectief regelmatig. Deze groep is goed voor gemiddeld 30 bloeddonaties in een leven.

1. Waarvoor worden de bloedproducten gebruikt?
• De zakjes bloed worden gebruikt voor mensen die bloedarmoede hebben of veel bloed hebben verloren, bijvoorbeeld na een verkeersongeval, tijdens een operatie of bij een bevalling.
• Plasma wordt gebruikt voor de verzorging van brandwondenpatiënten en patiënten met stoornissen in de bloedstolling. Uit plasma worden ook tal van geneesmiddelen bereid, zoals stollingsfactoren, afweerstoffen en eiwitoplossingen.
• Bloedplaatjes worden gegeven aan patiënten met bloedziektes zoals leukemie, of aan patiënten die met chemotherapie behandeld worden voor andere vormen van kanker.
Plasma kan in zijn vloeibare vorm maximaal een jaar worden bewaard, rode bloedcellen 42 dagen en bloedplaatjes zelfs maar vijf dagen. Er moet dus een voortdurende instroom van donoren zijn om aan de noden te voldoen.

2. Wat moet je doen om bloeddonor te worden?
In bijna elke gemeente organiseren de plaatselijke Rode Kruisafdelingen bloedinzamelingen.
Je kan daarnaast ook bloed geven in een bloedtransfusiecentrum van het Rode Kruis. Je vindt de gegevens op www.bloedgevendoetleven.be.

3. Wil je bloedplasma of bloedplaatjes geven?
Naast bloed geven kan je ook bloedplasma en bloedplaatjes geven. Bloed bestaat voor ongeveer 55 procent uit plasma. De andere 45 procent zijn rode en witte bloedcellen en bloedplaatjes. Rode bloedcellen transporteren zuurstof door het lichaam. De witte bloedcellen staan in voor de afweer tegen ziektes en de bloedplaatjes helpen bloedingen te stoppen.

Plasma
Plasma bestaat voor 93 procent uit water en voor 7 procent uit opgeloste stoffen zoals eiwitten, suikers, vetten, zouten, hormonen en vitaminen. Dit zijn levensnoodzakelijke stoffen. Er zijn mensen die tijdelijk of blijvend een tekort hebben aan deze stoffen: mensen met brandwonden, zwangere vrouwen, leukemiepatiënten of - meer algemeen - mensen met een verzwakt afweermechanisme. Voor hemofiliepatiënten, die op elk moment een blijvende bloeding kunnen krijgen, is het zelfs een dagelijkse noodzaak om te overleven. Ons land heeft elk jaar meer dan 240.000 liter plasma nodig om in de behoefte te voorzien.

Een plasma-afname vindt plaats in een bloedtransfusiecentrum van het Rode Kruis. Bij een plasma-afname wordt je bloed afgenomen. Een toestel zorgt ervoor dat het plasma van het bloed wordt gescheiden. Zo komt jouw plasma terecht in een afnamezak en krijg je je bloed terug toegediend.
Een plasma-afname duurt gemiddeld 45 minuten.

Bloedplaatjes 
Iedereen met bloedgroep O of A, die minstens twee keer bloed of plasma heeft gegeven en interesse heeft om bloedplaatjes te geven, kan contact opnemen met een donor- of bloedtransfusiecentrum in hun buurt.

Bloedplaatjes zijn zeer kleine bloedelementen die gevormd worden in het beenmerg. Ze zijn samen met de stollingsfactoren belangrijk voor het stelpen van bloedingen. Een volwassene beschikt over zo'n 150 tot 400 miljard bloedplaatjes per liter bloed. Mensen met te weinig bloedplaatjes lopen een groot risico op levensbedreigende bloedingen. De oorzaak kan liggen in een verhoogde afbraak of een gebrekkige aanmaak van bloedplaatjes. Patiënten met leukemie, transplantatiepatiënten en patiënten met andere bloedziekten hebben dikwijls nood aan bloedplaatjes.

Vaak worden bij chemotherapie en bestraling niet enkel de kankercellen maar ook een aantal gezonde cellen vernietigd. Deze patiënten hebben daarom plaatjestransfusies nodig om bloedingen te voorkomen. Een te laag bloedplaatjesgehalte kan zich ook voordoen in andere omstandigheden zoals bij massieve bloedingen.
Tijdens de afname loopt je bloed naar een toestel. Daarin worden de bloedplaatjes door centrifuge afgescheiden en opgelost in een kleine hoeveelheid plasma. De andere bloedbestanddelen, cellen en plasma, worden teruggegeven. Slechts een beperkte hoeveelheid bloedplaatjes wordt afgenomen, waardoor het plaatjesaantal in je lichaam maar lichtjes daalt. De afgenomen bloedplaatjes worden trouwens snel weer aangemaakt. Je blijft beschikken over een voldoende aantal plaatjes. 

Omdat voor de afname een speciaal toestel nodig is, kan bloedplaatjes doneren enkel in de donorcentra van Brugge, Edegem, Genk, Gent, Leuven en Mechelen.
Een bloedplaatjesafname duurt gemiddeld 2 uur.

4. Mag iedereen bloed, plasma en bloedplaatjes geven?
Iedereen in goede gezondheid tussen 18 en 70 jaar mag bloed geven. Onder de 18 mag men niet doneren omdat men nog niet volgroeid is en ouder dan 70 jaar evenmin omdat een bloeddonatie dan te belastend wordt.

Je eerste bloedgift moet echter gebeuren voor je 66 bent. Tussen 66 en 70 jaar is een bloedgift enkel toegelaten wanneer je laatste bloedgift dateert van minder dan 3 jaar geleden. Vroeger lag de leeftijdsgrens op 65 jaar maar die werd intussen dus opgetrokken.

Voor bloedplaatjes en plasma moet de eerste gift gebeuren voor je 61ste verjaardag en de giften zijn toegelaten tot de dag voor je 66 wordt.

Vóór elke bloedgift onderzoekt een arts de gezondheid van de bloedgever. Hij onderzoekt onder andere de lengte, het gewicht (minimaal 50kg) en de bloeddruk.
De bloedgever moet ook een vragenlijst invullen.
Twijfel je of je mag doneren? Doe de donorzelftest.

5. Waarom moet je elke keer een medische vragenlijst invullen?
Dankzij deze vragenlijst en de gestelde vragen, is het mogelijk te oordelen of de huidige gezondheidstoestand van de donor hem toelaat bloed te geven. Dit in het belang van de donor en de ontvanger.

Om deze reden bevat de vragenlijst ook vragen over eventuele recente ziekten, een chirurgische ingreep, de mogelijkheid op risicogedrag. Eerlijke en correcte antwoorden op al deze vragen zijn van uiterst belang voor de veiligheid op vlak van transfusie.
Bovendien krijg je na elke donatie een postdonatiekaart met daarop je gegevens en de contactgegevens van het Rode Kruis. Zo kan je anoniem melden wanneer je donatie niet bruikbaar is omwille van een risicosituatie.

Personen die blootgesteld zijn aan het risico van een via bloed overdraagbare infectie, kunnen besmet zijn en nog geen symptomen vertonen (de zgn. vensterperiode). Als je doneert binnen die vensterperiode kan men de infectie – ondanks de gevoelige laboratoriumtests - niet opsporen in je bloed en kan de patiënt die jouw bloedproduct toegediend krijgt, een besmet bloedproduct krijgen.

6. Wanneer mag je geen bloed geven?
Er zijn een heleboel redenen waarom je al dan niet tijdelijk geen bloed mag geven.
Om je eigen gezondheid niet in gevaar te brengen, bijvoorbeeld:

• als je minder dan 50 kg weegt;
• na een operatie;
• zwanger bent;
• chronisch ziek bent;
• bepaalde medicatie neemt.
Als de veiligheid van het bloed niet zeker is, bijvoorbeeld:
• als je bepaalde vaccinaties of medicatie hebt gekregen;
• als je recent een infectie hebt gehad;
• als je een tekenbeet hebt opgelopen;
• als je recent een reis buiten Europa hebt gedaan of in malariagebied hebt verbleven,
• als je een tatoeage of piercing liet zetten
• als je onveilig seksueel contact hebt gehad
• als je ooit hepatitis B, hepatitis C of syfilis doorgemaakt of hebt of er positief op getest bent.

Twijfel je of je mag doneren? Doe de donorzelftest.

7. Waarom mogen mannen die seks hebben met mannen geen bloed geven?
Tot voor kort mochten mannen die seks hadden met mannen, geen bloed geven, omwille van een verhoogd risico hebben op hiv en andere soa’s. Mannen die seks hebben met mannen mogen nu 12 maanden na beëindiging van het seksueel contact bloed geven.
Dat geldt ook voor iedereen, man of vrouw, na elk seksueel contact met een verhoogd risico op het oplopen van een door bloed overdraagbare infectie zoals hiv, hepatitis B of hepatitis C.

8. Mag je bloed geven als je koorts hebt of je ziek voelt?
Als je je niet fit voelt, is het beter de donatie uit te stellen, omdat je dan meer kans loopt om niet lekker te worden na de donatie. Voor de patiënt die jouw bloed ontvangt, is het ook beter. Een ziekteverwekker die het zieke gevoel veroorzaakt, kan een ernstige bedreiging vormen voor zijn of haar gezondheid.

Zelfs als je weer beter bent, moet je twee weken wachten met de donatie om er zeker van te zijn dat je voldoende hersteld bent.

9. Waarom mag je geen bloed geven na een tatoeage of piercing?
Indien je een ingreep hebt laten uitvoeren, zoals tatoeage, piercing, oorlelperforatie, permanente make-up of acupunctuur, moet je vier maanden wachten voor je weer bloed mag geven. Jouw bloed kan namelijk besmet zijn met een door bloed overdraagbare infectie zoals hiv, hepatitis B of hepatitis C.
Indien een erkende acupuncturist of een arts de acupunctuur heeft uitgevoerd, moet je niet wachten en mag je meteen weer doneren. Breng in dit laatste geval wel een bewijs van erkenning mee.

123-bloed-geven-05-18.jpg
10. Hoe verloopt een bloeddonatie en hoe lang duurt ze?
De bloedafname zelf duurt ongeveer 5 tot 10 minuten. Rekening houdend met de inschrijving, het medisch onderzoek en de rusttijd na de bloedgift, moet men ongeveer 30 minuten vrijmaken voor een bloedgift .

Wanneer je voor de eerste keer bloed wil geven, moet je je identiteitskaart meebrengen (nadien volstaat het bloedgeverspasje). Je moet een vragenlijst over je gezondheid invullen. Daarna overloopt een dokter de vragenlijst en wordt je bloeddruk gemeten. Het is de dokter die beslist of je al dan niet mag bloed geven en hoeveel bloed je mag geven (deze hoeveelheid is o.a. afhankelijk van je lichaamsgewicht).

Dan ga je op één van de bedden liggen. De dokter of verpleegkundige legt een knelband aan rond je arm, geeft een prikje met een steriele naald en de bloedgift begint. Als  je dat wenst, krijg je een knijpballetje, zodat je bloed sneller naar het bloedafnamezakje stroomt. 
Na de afname krijg je een verband om en een drankje en een koekje. Houd er rekening mee dat je tot zo'n vier uur na de bloedafname wat duizelig kan zijn en dat je tot twaalf uur erna beter geen gevaarlijke beroepen of sporten beoefent.

11. Doet een bloedafname pijn?
Bloed geven doet geen pijn. Plasma of bloedplaatjes geven ook niet. Je voelt alleen de naaldprik. Daarna begint de afname. Het plasma of de bloedplaatjes komen in de plasma- of plaatjeszak terecht, de andere bloedbestanddelen krijg je terug toegediend. Ook daar voel je weinig van. Het weghalen van de naald is eveneens pijnloos.
Soms gebeurt het dat het aan¬prikken van de ader niet helemaal perfect verloopt, ondanks de deskundigheid van het afnamepersoneel. Een blauwe plek en een pijnlijke arm kunnen hiervan het gevolg zijn.

In zeer uitzonderlijke gevallen kan het misgaan. Er kunnen bijvoorbeeld complicaties ontstaan door het accidenteel aanprikken van een zenuw of slagader. Of je kan je bezeren door een val bij bewustzijnsverlies. 

12. Hoeveel bloed wordt er afgenomen?
Het is de arts die het afnamevolume bepaalt op basis van uw lengte, gewicht en geslacht. Bij een bloedafname geef je 7,5 ml bloed per kilogram van je lichaamsgewicht. Het minimum is 400 ml bloed, het maximum is nooit meer dan 500 ml.
Gemiddeld bevat het lichaam van een gezonde, volwassen persoon 4 à 6 liter bloed, afhankelijk van het lichaamsgewicht. Een vuistregel is dat een mens ongeveer één dertiende van zijn lichaamsgewicht aan bloed heeft.

13. Hoe vaak mag je bloed, plasma of bloedplaatjes geven?
• Je mag maximaal vier keer per jaar bloed geven. Na elke bloedgift moet je minstens twee maanden wachten voor je opnieuw bloed mag geven.

• Na een bloedgift moet je twee weken wachten om opnieuw plasma of bloedplaatjes te geven.
• Plasma en bloedplaatjes mag je om de twee weken geven, en maximaal 24 keer per jaar.

14. Heeft je bloedgroep invloed op het aantal keren dat je bloed mag geven? 
Neen, alle want elke bloedgroep is nodig. Je bloedgroep bepaalt wie jouw bloed kan ontvangen. Je bloedgroep bepaalt ook wat je het best doneert: bloed, plasma of bloedplaatjes. Met name donors met de bloedgroep B+ of AB+, kunnen overwegen plasmadonor te worden. Dit wordt natuurlijk ook beïnvloed door de bloedvoorraad. 

15. Ontvang je een vergoeding als je bloed geeft?
Je wordt niet betaald voor een bloedgift. Je mag meestal wel een geschenkje of een geschenkbon kiezen.

16. Wordt je hoge bloeddruk lager als je bloed geeft?
Vlak na de bloedafname zal je bloeddruk wat lager zijn, maar dat effect verdwijnt heel snel. Bloed geven is dus geen efficiënte behandeling voor hoge bloeddruk. Wanneer je bloeddruk, met name de onderdruk of diastolische druk, 100 mm Hg overschrijdt, kom je tijdelijk niet in aanmerking om bloed te doneren.

17. Wordt je bloed getest en word je bij problemen verwittigd?
Bij elke donatie worden vijf staaltjes afgenomen om je bloed te testen op overdraagbare aandoeningen (hiv/aids, hepatitis B en C, syfilis), om je bloedgroep te bepalen en om de waarden die van belang zijn voor een bloedtransfusie te bepalen. Mocht uit deze tests blijken dat er een probleem is, dan word je hiervan verwittigd.

18. Krijg je als bloedgever voorrang als je zelf bloed nodig hebt en kan je bloed afstaan voor jezelf?
Je eigen bloed kan niet voor jouw worden gereserveerd. Bloed geven voor jezelf is enkel mogelijk in heel specifieke gevallen. Transfusie van eigen bloed kan bijvoorbeeld de eenvoudigste oplossing zijn voor personen met zeldzame bloedtypes of ingewikkelde antistoffen. Als die een vooraf geplande heelkundige ingreep moeten ondergaan, waarbij doorgaans bloed moet worden toegediend, kan er geopteerd worden voor zo’n geprogrammeerde autologe bloedtransfusie.

19. Moet je na een bloedafname extra voedingsstoffen innemen of mijden?
Alcohol laat je beter achterwege, zowel voor als na de bloedgift. Na de bloedafname drink je het best een beetje frisdrank. Nadien kan je wel eten zoals je dat gewend bent. 

20. Moet je na een bloedafname rusten? 
Ons lichaam heeft één dag nodig om de verloren vloeistof en de witte bloedcellen te vervangen. Voor rode bloedlichaampjes verloopt dit proces trager en na 6 tot 8 weken heeft ons lichaam het afgenomen bloed vervangen. Tijdens deze periode ondervinden we niets speciaal. 

• Het is verstandig de eerste uren na de donatie rustig aan te doen en niet te sporten. Zo krijgt je lichaam de tijd te herstellen van het verlies aan vocht. Het helpt om vooraf- gaand en na afloop van de donatie een flink glas water te drinken. Een dag na de donatie is de vochthuishouding weer op peil en kan je gewoon weer sporten. 
• Met een grote inspanning, bijvoorbeeld een marathon lopen, wacht je beter minstens één maand. Bij een dergelijke grote inspanning kan de tijdelijke daling van het hemoglobine-gehalte na een bloeddonatie ook na een paar weken nog voelbaar zijn. 

Bronnen:
www.rodekruis.be/wat-kan-jij-doen/geef-bloed-of-plasma/geef-je-bloed-plasma-of-bloedplaatjes/



verschenen op : 14/06/2019


pub