ad

Hoe moet je zelf thuis je bloeddruk meten?

Laatst bijgewerkt: april 2020
123-man-senior-zelf-RR-meten-bloeddruk-05-18.jpg

nieuws

1. Hoe meten?
Meet de bloeddruk steeds op dezelfde manier. 

• Zorg dat je vanaf een halfuur voor de meting ontspannen bent: geen zware inspanningen, niet koud douchen, niet roken, geen koffie, niet eten…
• Ga ontspannen zitten op een hoge stoel, rechtop en met de benen naast elkaar. Zorg ervoor dat de benen niet gekruist zijn. Draag losse kleren.
• Blijf minstens 5 minuten rustig zitten, zonder te praten, en meet dan de bloeddruk.
• Zorg ervoor dat de arm waaraan je meet ondersteund is. Leg je onderarm bijvoorbeeld op de leuning van de stoel of op tafel. 
• Breng de bloeddrukmanchet aan om je ontblote (boven)arm op de hoogte van je hart. De manchet moet 1 à 2 cm verwijderd zijn van de elleboogplooi en je moet met je vinger onder de manchet kunnen als deze geplaatst is. De manchetslang ligt op de binnenarm en wijst naar het midden van de handpalm. 
• In principe maakt het niet uit welke arm je gebruikt. De waarden van de metingen mogen echter niet meer dan 10 punten verschillen per arm. Is dit wel het geval dan is het raadzaam om dit met je huisarts te overleggen, er kan dan sprake zijn van een afwijking.

• Toch wordt meestal aangeraden om steeds aan dezelfde arm te meten: ofwel aan de arm waar de hoogste bloeddruk werd gemeten, ofwel aan de niet-dominante arm. Als je rechtshandig bent, dan meet je links, tenzij de arts anders adviseert. 
• Noteer het tijdstip en de boven- en de onderdruk (of sla het op in het interne geheugen of smartphone).
• Meet de bloeddruk na 2 à 3 minuten nog een keer. Noteer opnieuw de boven- en de onderdruk.

2. Wanneer meten?
Meet je bloeddruk twee keer per dag telkens rond hetzelfde tijdstip: bij voorkeur in de ochtend voordat je je medicijnen neemt en 's avonds vóór de maaltijd.
Om je bloeddruk te meten, voer je twee metingen uit met een tussenpauze van 1-2 minuten, of zoals je arts het aanbeveelt.

3. Hoe vaak meten?
De frequentie van de zelfmeting hangt af van de reden en het doel van de metingen. Bespreek dit met je huisarts. 
De European Society of Hypertension en het Belgisch Hypertensie Comité stellen volgende procedure voor zelfmeting voor. 

Aanvangsfase
• Gedurende de eerste week: om het meten te oefenen elke dag 2 metingen ’s morgens tussen 6 en 9u) en 2 metingen 's avonds (tussen 18 en 21u) rond hetzelfde tijdstip (voor medicijninname en voor de maaltijd). Het is aangeraden om de zelfmeting voor de maaltijd of 3 uur erna uit te voeren. 

Het gemiddelde van de metingen wordt als referentie gebruikt voor de opvolgperiode. De metingen van de eerste dag worden niet meegenomen bij het berekenen van het gemiddelde (door mogelijke angstverschijnselen tijdens het aanleerproces). Voor het gemiddelde worden alle geldige waarden van elke meting meegeteld (na uitsluiting van de eerste dag), met een minimum van 12 metingen over 7 dagen.

Opvolgings- en behandelingsfase
• De metingen moeten hetzelfde protocol volgen van de aanvangsfase. Bij een wijziging van het behandelingsschema wordt het gemiddelde gebruikt van de bloeddrukwaarden, genomen over 2 weken, om het effect van de wijziging te evalueren.

• Als de bloeddruk onder controle is, is het aangewezen om de zelfmeting gedurende 1 dag per week verder te zetten, telkens op een andere dag. De frequentie kan verhoogd worden als men slechte therapietrouw of resistente hypertensie vermoedt.

Observatiefase op lange termijn
Voor de observatie op lange termijn moet de procedure elke 3 maanden gedurende 1 week worden herhaald.

4. Hoe moet je de bloeddrukwaarden interpreteren?
Als je de bloeddruk thuis meet, zijn de waarden vaak wat lager (gemiddeld 5 punten lager) dan als de bloeddruk bij je huisarts wordt gemeten. Bij sommige mensen is de bloeddruk thuis opvallend veel lager dan bij de huisarts. 

• Voor thuismeting is een gemiddelde bloeddruk van lager dan 135/85 goed. Bij andere metingen geldt dat iemand een goede bloeddruk heeft als deze gemiddeld lager dan 140/90 is. De arts kan lagere waarden aanbevelen in geval van diabetes, nierinsufficiëntie of een hoog cardiovasculair risico.
• De gemeten waarden kunnen schommelen. Wisselende bloeddrukwaarden zijn normaal. De bloeddruk verandert bijvoorbeeld onder invloed van stress, lichamelijke klachten, sommige medicijnen en voedingsstoffen, genotsmiddelen, orale anticonceptiva, praten, een volle blaas… Ook is het normaal dat de bloeddruk tijdens de dag schommelt. Een verandering in lichaamshouding heeft ook invloed op de bloeddruk.

• Meet je thuis een verhoogde bloeddruk bij meerdere metingen op verschillende dagen, ga dan naar je huisarts voor controle. 
• Is de bovendruk 180 of hoger? Neem dan contact op met je huisarts.
• Heb je het idee dat je medicijnen niet goed werken of wil je bekijken of je medicijnen moeten worden aangepast? Maak dan een afspraak met je huisarts. Het is belangrijk dat je niet op eigen houtje de behandeling aanpast of op basis van een thuismeting aan zelfmedicatie begint te doen. 
• Eén keer per jaar maak je een afspraak om alle risicofactoren voor hart-vaatziekten nog eens met je huisarts te bespreken. Als er factoren veranderd zijn, bijvoorbeeld als je niet meer rookt en bent afgevallen, dan wordt het risico op hart- en vaatziekten kleiner.

Bronnen:
www.domusmedica.be/documentatie/downloads/patienteninformatie/612-zelfmeting-van-bloeddruk/file.html
www.ntvg.nl/artikelen/praktische-vragen-bij-het-zelf-meten-van-de-bloeddruk/volledig
https://belhyp.be/wp-content/uploads/2016/01/TvG_Thuisboeddrukmeting.pdf
https://www.thuisarts.nl/hoge-bloeddruk/ik-wil-zelf-thuis-mijn-bloeddruk-meten




ad


pub