Leverfunctieonderzoek: wat betekenen afwijkende levertests?

Laatst bijgewerkt: July 2018
123-labo-bloed-levertesten-12-17.jpg

tips

Leverfunctieonderzoek is een bloedonderzoek naar de verschillende functies van de lever. Een arts kan de leverfunctie onderzoeken door de gehaltes te bepalen van onder meer leverenzymen, zoals de transaminasen Alanine-Amino-Transferase (ALT), Aspartaat-Amino-Transferase (AST), gamma-glutamyltransferase (Gamma-GT) en Alkalische-fosfatase (AF), eiwitten (zoals albumine) en bilirubine (galkleurstof) in het bloed. Abnormale leverwaarden kunnen een eerste aanwijzing zijn van een leverziekte. 

Afwijkende levertests
Bij gezonde mensen vallen de waarden van de leverfuncties binnen bepaalde normale grenzen of referentiewaarden. Zelfs bij een minimaal gestoorde levertest moet men altijd denken aan een leverfunctiestoornis, ook bij afwezigheid van klachten. In het beginstadium van een leverziekte zijn er namelijk meestal nog geen lichamelijke klachten, terwijl de leverwaarden al wel veranderd zijn. Lichamelijke klachten treden meestal pas op wanneer de lever al behoorlijk beschadigd is. Zo worden bij ongeveer 1 à 4 procent van de mensen zonder enige klacht afwijkende levertesten gevonden. 

Een afwijkende test moet altijd herhaald worden. Als hij dan nog afwijkend is, is verder onderzoek nodig naar mogelijke oorzaken. De mate van de verhoging en de verhouding tussen de verschillende leverwaarden geven een eerste aanwijzing over de soort of de oorzaak van de leveraandoening. 

Om een definitieve diagnose te stellen is aanvullend onderzoek noodzakelijk, zoals andere bloedtests (om bijvoorbeeld een besmetting met hepatitis A, B, C, D of E op te sporen), een echo van de lever, een leverscan of een leverpunctie (biopsie).

De meest voorkomende oorzaken van acute leverschade zijn virale hepatitis, leverziekte door medicijngebruik. In zeldzame gevallen kunnen de ziekte van Wilson en auto-immuunhepatitis beginnen met acute leverschade.

Tot de meest voorkomende oorzaken van chronische leverschade behoren alcoholgebruik, niet-alcoholische leververvetting (NAFLD), chronische hepatitis B en C, en medicatiegebruik. Minder vaak voorkomende oorzaken zijn auto-immuunhepatitis, hemochromatose, de ziekte van Wilson en a1-antitrypsinedeficiëntie.

Afwijkende levertests wijzen niet altijd op een leveraandoening. Het kan ook veroorzaakt worden door bijvoorbeeld een probleem van de galwegen (bijv. galstenen) of van de pancreas.

Wanneer gebeurt een leverfunctieonderzoek?
In België worden bij ongeveer de helft van de gezonde patiënten tussen 45 en 74 jaar minstens eenmaal om de twee jaar levertesten aangevraagd door de huisarts. Gemiddeld heeft een patiënt tussen 45 en 64 jaar, per consultatie bij de huisarts, ongeveer 7 procent kans op een bloedafname met bepaling van levertesten.

Volgens de richtlijnen voor labo-onderzoek van de huisartsenvereniging Domus Medica moeten levertesten zeker aangevraagd worden bij volgende patiënten:

• Bij specifieke tekenen of vermoeden van een acute of chronische leveraandoening (bijv. geelzucht, pijnklachten in de bovenbuik, een vergrote lever...). 
• Bij langdurige moeheid en/of algemene malaise die een leveraandoening doen vermoeden.
• Zelfs zonder tekenen van een leveraandoening in geval van risico op virale hepatitis door:
- onveilige seks, 
- intraveneus druggebruik, 
- bloedtransfusie vóór 1992, 
- prikaccident. 
• Bij langdurige inname van statines en andere geneesmiddelen die giftig kunnen zijn voor de lever.
• Bij mensen met een verhoogd risico op leverlijden:
- diabetes, verstoorde vetstofwisseling (dyslipidemie) en obesitas,
- overmatig alcoholgebruik. 

Leverfunctieonderzoek wordt ook gedaan ter controle bij mensen met een leveraandoening. Door middel van leverfunctieonderzoek wordt het verloop en de ernst van de ziekte gecontroleerd. 

Verschillende leverfunctietests
Er bestaan diverse labobepalingen om leveraandoeningen op te sporen. Niet al deze testen zullen/moeten altijd aangevraagd worden.

Meestal volstaan twee levertests - de de transaminase ALT-activiteit en de gamma-GT - om leverschade vast te stellen. Bij afwijkende waarden, en zeker wanneer dit bij herhaling wordt vastgesteld, is verder onderzoek nodig om de onderliggende oorzaak te achterhalen. Zelfs bij licht verhoogde transaminasen is altijd bijkomend onderzoek nodig. 

• Bij een acute leveraandoening zijn de transaminasenwaarden sterk verhoogd tot meer dan 10 x de bovengrens van het referentiegebied. 

• Chronische leveraandoeningen, die langer dan 6 maanden bestaan, geven meestal minimale symptomen; vaak is de transaminasenwaarde verhoogd tot minder dan 5 x de bovengrens van het referentiegebied.

Bij licht verhoogde ALT (tot 1,5 keer de referentiewaarde):
- zonder levergebonden klachten moet de test na één maand herhaald worden. Indien de ALT hoog blijft, zijn verdere onderzoeken nodig (bijv. naar een besmetting met virale hepatitis, alcoholmisbruik, geneesmiddelengebruik, diabetes type 2, ...);
- met levergebonden klachten of risico op hepatitis B of C: dan is een bloedonderzoek naar virale hepatitis nodig.
 
• Wanneer de ALT tussen 1,5 en 5 keer de referentiewaarde ligt:
- bij risico op een besmetting met hepatitis A, B of C: bloedonderzoek naar virale hepatitis;
- bij inname van geneesmiddelen die schadelijk kunnen zijn voor de lever: de geneesmiddelen stoppen en na 1 maand opnieuw de ALT bepalen. 
- Bij licht verhoogde transaminasen en wanneer AST>ALT is (liefst 2/1 of zelfs 3/1) moet, ook bij mensen met matige maar langdurige alcoholconsumptie (meer dan 2 glazen per dag voor vrouwen en 3 glazen per dag voor mannen) gedacht worden aan alcoholisch leverlijden. De diagnose is waarschijnlijker indien na staken van het alcoholgebruik het ALT daalt. Het ALT is meestal na 3 maanden genormaliseerd.
- Wanneer ALT>AST moet men altijd denken aan niet-alcoholische levervetting (NASLD) of leverontsteking (NASH), zeker bij mensen met overgewicht of diabetes. 

Sterk verhoogde ALT (meer dan 5 maal de referentiewaarde)  is een sterke indicator voor (acute) leverschade. 
In dat geval moet bijkomend bloedonderzoek gebeuren om een eventuele besmetting met virale hepatitis na te gaan.
Wanneer de ALT meer dan 10 keer de referentiewaarde is, moet zo snel mogelijk een bloedstollingstest (PTT) gebeuren, zeker als er ook klachten zijn (zoals koorts, misselijkheid...). Als de bloedstolling gestoord is (INR > 1,31), moet de patiënt onmiddellijk verwezen worden naar het ziekenhuis omdat er een hoog risico op een fulminant verloop bestaat. 

Bronnen
www.domusmedica.be/documentatie/downloads/praktijkdocumenten/richtlijnen/737-aanvraag-van-laboratoriumtests-door-huisartsen-deel-1-volledige-tekst/file.html

https://www.domusmedica.be/documentatie/downloads/handleidingen-voor-lok-s/gericht-labo-onderzoek-leverlijden/910-dokter-er-ligt-iets-op-mijn-lever/file.html

www.icho-info.be/masterproefpdf/thesis/%7B9a1934e7-c2c3-b632-2312-e966752e0a4f%7D_Mertens-Lusia-scriptie.pdf

www.nhg.org/standaarden/volledig/nhg-standaard-virushepatitis-en-andere-leveraandoeningen#Anamnese

www.mlds.nl/ziekten/onderzoeken/leverfunctie-onderzoek/

www.nvkc.nl/sites/default/files/LQ%20Lever%20ASAT%20en%20ALAT.pdf

www.journal-of-hepatology.eu/article/S0168-8278(15)00734-5/fulltext



verschenen op : 18/07/2018
pub

Blijf op de hoogte!

Schrijf je in op onze nieuwsbrief:

Nee, bedankt