Gevaarlijke vossenlintworm rukt op in Vlaanderen

Laatst bijgewerkt: August 2004
vos.jpg

nieuws De vossenlintworm, die in Wallonië bij de helft van de vossen voorkomt, rukt op in Vlaanderen. Dat stelde Muriël Vervaeke van de Universiteit Antwerpen (departement biologie) vast tijdens haar doctoraatsonderzoek. De kans dat de mens de eitjes van de lintworm opneemt is klein, maar een besmetting kan de dodelijke leverziekte alveolaire echinococcosis veroorzaken. Tot nu toe werden zes zulke gevallen in ons land vastgesteld.

Vervaeke onderzocht afgelopen jaar 400 vossen in Vlaanderen. Daarvan bleken er vier drager te zijn van de gevaarlijke lintworm. Ze kwamen voor in Halle (Vlaams-Brabant), Edegem en Kalmthout (Antwerpen). "Dit aantal ligt veel lager dan in Wallonië, waar de helft van de vossenpopulatie besmet is, maar betekent wel dat de parasiet in Vlaanderen aanwezig is. Tot nu toe was hier nog nooit onderzoek naar gebeurd en werd aangenomen dat de vossenlintworm bij ons niet voorkwam", legt ze uit.

De eitjes van de vossenlintworm bevinden zich in de uitwerpselen of de vacht van besmette vossen, honden of katten. Ze kunnen ook verspreid worden door wind of regen en terechtkomen in bospaddestoelen, afgevallen fruit, groenten en wilde bosvruchten. Jagers, boswachters, houthakkers, land-en tuinbouwers en honden-en kattenbezitters behoren tot de risicogroepen. Zij kunnen bijvoorbeeld besmet raken door vossen aan te raken of ongewassen laaggroeiend bosfruit te eten.

Het kan vijf tot vijftien jaar duren voor de symptomen optreden van alveolaire echinococcosis, die vooral de lever aantast en levenslange chemotherapie vereist. In België werden de afgelopen tien jaar zes gevallen van de ziekte vastgesteld. "Maar er zijn er ongetwijfeld meer. Want heel wat artsen herkennen de ziekte niet en verwarren ze met een agressieve leverkanker", zegt Vervaeke.

"De kans dat mensen eitjes van de vossenlintworm opnemen is evenwel bijzonder klein en bovendien moet iemand herhaaldelijk of langdurig met eitjes in contact komen om geïnfecteerd te worden", gaat ze verder. "Paniek is dus niet nodig. Wel enkele hygiënische voorzorgsmaatregelen, temeer daar de vossenpopulatie de afgelopen twintig jaar alsmaar is gestegen en de kans op besmetting dus toeneemt. Zo is het belangrijk bosvruchten te wassen, honden uit de buurt van vossen te houden, geen vossenkadavers -of uitwerpselen aan te raken, handen te wassen na werk op het veld of in het bos en honden en katten in besmet gebied te ontwormen". Ook vindt Vervaeke dat er informatiecampagnes nodig zijn.

Vossen massaal uitroeien heeft volgens haar geen zin. "De vos heeft een belangrijke rol in het ecologische systeem. Bovendien zou het territorium van de gedode dieren razendsnel worden ingenomen door andere, misschien besmette vossen", besluit ze.

zie ook artikel : Wormen - Worminfecties bij de mens


bron: Spijsvertering.info


verschenen op : 02/09/2004
pub

Blijf op de hoogte!

Schrijf je in op onze nieuwsbrief:

Nee, bedankt